Totale nederlaag rebellen in Oost-Aleppo is onvermijdelijk

Aleppo

De val van Aleppo is aanstaande. Burgers proberen een goed heenkomen te zoeken. Maar er zijn berichten over wreedheden.

Inwoners verlaten de wijk al-Salihin in Oost-Aleppo. Foto George Ourfalian / AFP

Het gebied in Oost-Aleppo dat onder controle staat van Syrische rebellen is maandag tot een kleine strook grond gekrompen. Maandagavond zette het regeringsleger de aanval in op de laatste wijken waar de rebellen nog zitten. Een totale nederlaag is nu onvermijdelijk voor hen. Regeringssoldaten vierden al uitbundig feest op straat.

Maandag moesten de rebellen opnieuw drie wijken prijsgeven, en moesten ze zich terugtrekken in een gebied van enkele vierkante kilometers groot ten westen van de Aleppo-rivier. Dat gebeurde na onophoudelijke beschietingen in de nacht van zondag op maandag. Een activist sprak over een ‘dag des oordeels’.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon sprak maandag zijn zorg uit over „berichten van wreedheden tegen grote aantallen burgers” van de kant van het oprukkende Syrische leger. Ook het Internationale Rode Kruis toonde zich zeer verontrust over het lot van de overgebleven burgers in Oost-Aleppo, die nergens heen kunnen.

De VN maakten dinsdagochtend melding van 82 burgers die bij de opmars in de laatste bolwerken van de rebellen zouden zijn gedood.

Volgens het Russische ministerie van Defensie zijn zo’n honderdduizend mensen Oost-Aleppo ontvlucht sinds het begin van het grondoffensief eind november, van wie zeker tienduizend in de laatste twee dagen.

In regeringsgebied komen veel ontheemden terecht in een oude katoenfabriek. Ingy Sedky van het Internationaal Comité van het Rode Kruis in Damascus noemt de situatie daar „dramatisch”. „Veel mensen zijn zonder iets gevlucht. Ze verkeren in een shock, ze zijn uitgeput. Ze slapen in grote betonnen hangars.”

Verdwenen mannen

Meer dan tweeduizend rebellen hebben zich volgens Moskou overgegeven. Maar de VN maken zich zorgen over berichten over honderden mannen uit Oost-Aleppo die zijn verdwenen. Het Rode Kruis weet niet hoeveel burgers nog in rebellengebied zitten.

Monther Etaky, een activist die vaak in de media wordt geciteerd, zei maandag op Twitter: „Wij zijn nog altijd in belegerd Aleppo. Het regime heeft de stad nog niet in handen. De mensen hebben hulp nodig. Wij vragen om internationale bescherming”.

Ook Fatemah, de moeder van de 7-jarige Bana Alabed die wereldberoemd werd met haar tweets uit Oost-Aleppo, zette een „laatste boodschap” op Twitter: „Mensen gaan dood sinds gisteravond. Verbaasd dat ik nog in leven ben en op Twitter”.

Terroristen

De Syrische regering omschrijft de rebellen in Oost-Aleppo steevast als terroristen. Aanhangers van het regime maken zich op sociale media vaak vrolijk over Bana. Maar volgens de staatsmedia heeft de gouverneur van Aleppo maandag wel beloofd dat hij zijn best zal doen om Bana en haar moeder te evacueren.

Pogingen een bestand uit te roepen om de laatste burgers en rebellen te laten vertrekken, lijken nog weinig kans te maken. Gesprekken tussen Rusland en Amerika daarover liepen op niets uit.

Voor de rebellen is het verlies van Aleppo vernederend. Ondanks de aanwezigheid van jihadistische groeperingen aan rebellenkant gold Oost-Aleppo nog altijd als een voorbeeld voor de successen van de revolutie, met name op het vlak van lokaal bestuur.

Als Aleppo straks is gevallen, zal het regime opnieuw de controle hebben over alle grote steden van het land. De rebellen controleren nog wel de provincie Idlib en stukken land elders, maar zonder Aleppo wordt de opstand gereduceerd tot een plattelandsrevolte.

Palmyra

Het succes van het regeringsleger is wel sterk afhankelijk van de steun van Rusland, Iran en shi’itische milities uit Libanon, Irak en Afghanistan. Hoe zwak het regeringsleger is als het er alleen voorstaat, bleek zondag nog toen IS de stad Palmyra zonder slag of stoot heroverde.

Ook in Deir Ezzor in het noordoosten van het land, en nabij Homs in het westen, profiteerde IS maandag van het offensief in Aleppo door nieuwe aanvallen in te zetten tegen het regeringsleger.