Recensie

Meezing-Messiah in Carré is feest van het wij-gevoel

Nationale reisopera Hoe is het om zelf de ‘Messiah’ te zingen? Oswin Schneeweisz doet verslag vanuit het tenorenvak.

Meezinger Oswin Schneeweisz foto Anoeska van Slegtenhorst

‘Het stucwerk moet van het plafond’, riep de woordvoerder van de Nationale Reisopera, daags voor de tweede editie van de Meezing-Messiah in Carré. Het had weinig gescheeld, want uit duizend kelen schalde Händels Halleluja.

Sinds een paar Leidse studenten in 1998 bedachten dat het, naar Engels voorbeeld, leuk zou zijn om ‘uit het niets’ een Messiah te zingen, is het hek van de dam. Tegenwoordig struikel je over de meezing-Matthäussen en -Johannessen. Het recept is meestal min of meer gelijk: een (semi)-professioneel koor en orkest op het podium ondersteunt een zaal vol zingende amateurs. In Carré waren dat Consensus Vocalis, Orkest van het Oosten en vier solisten.

Vorig jaar jaar verhuisde de Nationale Reisopera de meeblèr-Messiah van Enschede naar Amsterdam. Met succes. Voor de eerste editie kwamen zo’n 800 meezingers uit alle hoeken van het land naar Carré. Zaterdag zat de zaal met 1350 man bijna tot de nok toe vol. De hashtag ‘Meezingmessiah’ was zelfs even trending topic op twitter. Niet in de laatste plaats omdat dirigent en directeur Nicholas Mansfield alle bezoekers tijdens de middagrepetitie had opgeroepen om het Ministerie van OCW te laten weten dat de tent was uitverkocht. Een sneer naar minister Jet Bussemaker, die onlangs nog onterecht riep dat de bezoekersaantallen in de thuisregio Enschede van de Nationale Reisopera tegenvallen.

Trailer van de Meezing-Messiah. Lees verder na de video

Pas als je deel uitmaakt van het duizendkoppige koor besef je hoe bijzonder het is. Je wordt als meezinger deel van een groot vocaal organisme. Ik probeer mij zoveel mogelijk ‘vast te houden’ aan de twee zangers uit Breda die in de rij voor mij feilloos elke noot weten te raken. Een van hen kreeg het concert als verjaardagscadeautje van zijn dochters. Het is zijn eerste meezing-Messiah. „Ik vind het een mooie ervaring, maar mis de sfeer en akoestiek van de kerk.”

In de ‘ontheiligde’ Carré-variant heeft zo’n oratorium veel te bieden. Er wordt niet geblèrd, maar respectvol gezongen en met de schoonheid van de muziek komt ook de schoonheid van de gezamenlijkheid. Ik ken geen van de zangers, toch voelen we ons verbonden. Toegegeven, je komt weinig Nederlanders met een migratie-achtergrond tegen en de gemiddelde leeftijd is vijftig plus, maar samen zingen transformeert het ‘dikke ik’ in een overrompelend ‘wij’. De verleiding van de gezamenlijkheid: dat is wat zo’n meezing-Messiah bijzonder maakt.

Oswin Schneeweisz is hoofdredacteur van ‘ZINGmagazine’