Jezus-musical stuitte op veel weerstand

Het succes van de plaat van ‘Jesus Christ Superstar’ zorgde ervoor dat de musical werd gemaakt.

Ted Neeley & Simona DiStefano in Jesus Christ Superstar Foto Margot de Heide

Een musical over de laatste dagen van Jezus Christus – wat een onzalig idee. Dat vonden althans de Britse theaterproducenten in 1970, toen de prille tekstschrijver Tim Rice (26) en de nog prillere componist Andrew Lloyd Webber (22) bij hen aanklopten met het idee voor een show die het Jezus-verhaal zou vertellen op basis van rockakkoorden. „Hun oordeel luidde dat zo’n musical te on-hip voor de jongeren zou zijn en te controversieel voor de ouderen”, zei Lloyd Webber in een recente terugblik in de Daily Telegraph. „Dus wij dachten: dat was dat.”

Rice en Lloyd Webber, schoolvrienden die musicals wilden maken met de sound van hun generatie, hadden eerder al eer ingelegd met het op een bijbelverhaal gebaseerde Joseph and the amazing Technicolour Dreamcoat, dat vaak op scholen werd gespeeld. De deken van St. Paul’s Cathedral in Londen bracht hen vervolgens op het idee een musical te maken over Jezus en Judas.

Platencontract

Ze besloten het lijdensverhaal te vertellen door de ogen van Judas, die zijn vriend Jezus beschuldigt van verloochening van hun eertijdse idealen. Jezus was het slachtoffer van persoonsverheerlijking geworden, aldus deze Judas. Hij was gaan geloven in zijn eigen public relations. Of, zoals Daniël Cohen later schreef in zijn Nederlandse vertaling van Judas’ protestlied: „Jezus! Die mythes over jou, die stijgen naar je hoofd / het lijkt de laatste tijd of jij ze zelf gelooft…”

Uit die aanklacht volgden dus de titel Jesus Christ Superstar en het titellied – een rockhymne die zo aanstekelijk was dat een platenmaatschappij er een hit in zag. En zelfs een dubbel-album. Rice en Lloyd Webber werden aangespoord hun musical, ondanks de weigerachtige theaterproducenten, toch te voltooien. Ze kregen een platencontract met budget voor een groot orkest en gerenommeerde studiozangers. De plaat verscheen in 1970 en werd goed ontvangen. Maar de Britse theaterwereld zag er nog steeds geen theaterproductie in.

En toen gebeurde er iets bijzonders. Het dubbel-album van de nog niet bestaande musical trok in Amerika nog veel meer aandacht dan in Engeland. Met als gevolg dat een Amerikaanse producent in 1971 het initiatief nam tot een Broadway-productie. Die werd zo’n kassucces, dat Jesus Christ Superstar een jaar later tenslotte toch nog in Engeland in het theater verscheen – en ook daar een hit werd. Waarna regisseur Norman Jewison in 1973 een verfilming maakte.

Vanaf het moment dat de musical voor het eerst op Broadway te zien was, begonnen tevens de protesten. Maandenlang moest het publiek bij het theater zich een weg banen door groepjes christelijk-orthodoxe actievoerders. Op hun spandoeken stond te lezen dat hier heiligschennis werd gepleegd. En nu, meer dan veertig jaar later, zijn zulke protesten elders op de wereld nog steeds niet helemaal verstomd. Nog in 2012 werd Jesus Christ Superstar in Wit-Rusland verboden wegens heiligschennis.