IJs in Thialf op standje topsport

Schaatsen

Het ijs in het nieuwe ‘ruimteschip’ wordt bediend door ‘professor’ Boomsma, die met zijn laptop tot in detail alles kan regelen.

Kjeld Nuis wint na de 1.500 ook de 1.000 meter. Op die laatste afstand neemt hij de leiding in het wereldbekerklassement over van Pavel Koelizjnikov. Foto Jerry Lampen/ANP

IJsmeester Beert Boomsma heeft net zijn vaste plek op het middenterrein van Thialf verlaten als hij in zijn grote kantoor op de eerste ring achter zijn laptop duikt. Hij verontschuldigt zich, moet nog even wat aan de schaatsbaan aanpassen. Beneden zijn de vrouwen bezig met de teamsprint. Twee klikken op de muis, meer zal het niet zijn.

„Goed, wat kan ik voor je doen?”

Het is zaterdag, de tweede dag van de wereldbekerwedstrijden in het verbouwde Thialf, dat is veranderd van een gure, donkere hal in wat de Amerikaan Shani Davis voorafgaand aan het weekend een ruimteschip had genoemd. Dat is een rake beschrijving, als je naar de ring van verblindende lampen kijkt die op het middenterrein schijnen. De wedstrijden vormen de eerste echte test ook voor het veelbesproken ijs, waarachter een technologie schuilgaat die je buiten Thialf nergens vindt.

In Heerenveen ligt nu een ijsvloer die is gemaakt precies naar het brein van Boomsma. Zijn voorganger Jan de Jong, die het ijs in 2001 overdroeg aan Boomsma, was vooral een klassieke ambachtsman. Boomsma roept meer het beeld op van de gekke professor. Dat hij nu via zijn laptop de baan kan beïnvloeden, is precies wat hij voor ogen had.

Blokjes en cijfers

„Ik kan wel wat laten zien”, zegt hij, en hij draait zijn scherm een kwartslag. De contouren van de baan zijn te zien, met daaromheen aanklikbare blokjes en veel, heel veel cijfers. Voor hem wordt het niet snel overzichtelijker, de leek ziet vooral een brij van informatie. Temperaturen, luchtstromen. Een grijs blokje met ‘topsport’ linksonder valt op. Dat is voor dagen als nu, als er wedstrijden worden geschaatst. Niet voor de gewone schaatssterveling die een rondje wil doen op elke andere zaterdag. Boomsma glimlacht. „Je schaatsen zouden wel héél scherp moeten zijn, wil je hierop kunnen bewegen.”

Boomsma is ontspannen, bijna nonchalant. Ook al is het ook voor hem als ijsmeester een soort tentamen. Want het ijs zou sneller zijn dan het ooit was in Heerenveen. Een belangrijke rol daarin speelt een ingenieuze klimaatbeheersing, waardoor de baan als het ware in een vacuüm ligt. Alles wat daarbuiten gebeurt, heeft geen invloed meer. Boomsma laat een filmpje zien, midden in de nacht in de hal opgenomen. Een rooktest. Te zien is hoe de rook op een onzichtbare muur botst en naar boven wordt afgevoerd. De rook is tijdens wedstrijden de adem van toeschouwers. „Het is een heerlijk gevoel dat ik me niet meer over iets anders dan het ijs hoef druk te maken.”

Maar met de hype over het nieuwe ijs kan hij niet zoveel. „Soms zal alles bij elkaar komen en zullen er geweldige tijden worden gereden.” Zoals Denis Joeskov dat vorig jaar deed bijvoorbeeld, toen hij laag in de 1.43 reed op de 1.500 meter. „Dat soort tijden gaat wel weer komen, hoor.”

Dit weekend is een nulmeting. Boomsma vindt het zeker interessant om te zien hoe hard het dezer dagen gaat, maar het is pas het begin. „

Er ligt nu gewoon hardcore Thialfijs, niets meer, niets minder. IJs zoals ze dat overal kunnen maken. Nou ja, bijna overal.”

Het is niet de tijd voor experimenten, zoals het afzonderlijk beheren van verschillende delen van het ijs, want ook dat kan nu. Al had hij wel tijdens de 500-meterwedstrijden een dag eerder in de bochten het ijs wat zachter gemaakt. Zorgt voor extra grip.

Tot die zaterdagmiddag waren de tijden goed geweest, maar niet bijzonder. Ireen Wüst had de 1.500 meter net gewonnen in een prima 1.55,34. Maar ze „was hier al eens twee seconden sneller geweest”, zo zei ze achteraf. „Het ijs voelde in trainingswedstrijden sneller. Maar het is natuurlijk wennen, ook voor de ijsmeester.” Dat is ook wel anders, zegt Boomsma. „Tijdens zo’n training heb je sowieso wind mee van anderen.”

Nog geen baanrecords

De winnende tijden op de 500 meters een dag eerder, daar was hij in ieder geval blij mee. De 34,50 van de Rus Ruslan Moerasjov – twee tienden boven het baanrecord – en de 37,69 van de Japanse Nao Kodaira – een tiende boven het baanrecord. „Dat zijn gewoon snelle tijden.”

Maar het kan allemaal nog beter, en dat komt wel. Boomsma is allang blij dat er niets fout is gegaan. Hij heeft nog genoeg om mee te spelen de volgende keren.

Op zondag wordt er dan toch echt hard geschaatst. Marrit Leenstra rijdt haar 1.000 meter sneller dan ze ooit deed op een laaglandbaan, de winnende tijd van Kjeld Nuis bij de mannen is maar iets boven het baanrecord.

Een paar ritten voor Nuis reed de vrij onbekende Zuid-Koreaan Kim Jin-su al onder de 1.09, iets wat echt niet zomaar gebeurt in Thialf. De camera’s langs de baan zoomden in op Boomsma, achter zijn tafel op het middenterrein. Die knipoogde en stak zijn duim omhoog.