Groei aantal vrouwelijke hoogleraren blijft achter

Glazen plafond

Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Het aandeel vrouwelijke hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten is in 2015 met 1 procentpunt gestegen vergeleken met een jaar eerder, en bedraagt nu 18 procent. Bij de universitair medische centra (umc’s) is de stijging 2 procentpunt. Het aandeel vrouwelijke hoogleraren ligt daar nu op 21 procent.

Dat blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2016, die maandag is gepubliceerd. „Teleurstellend dat de stijging bij de universiteiten weer slechts 1 procent is”, zegt Ingrid Molema, voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH), dat de monitor opstelt. Molema. In het dagelijks leven is ze hoogleraar levenswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij had een snellere toename verwacht omdat universiteiten beleid hebben ontwikkeld om het verhoudingsgewijs lage aandeel vrouwelijke hoogleraren sneller omhoog te krijgen.

Streefcijfers

Vorig jaar zijn streefcijfers voor 2020 vastgelegd. Het verst verwijderd van haar streefcijfer is de Wageningen Universiteit. In 2020 moet daar 25 procent van de hoogleraren vrouw zijn, nu is dat nog 12 procent. De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft nog minder vrouwelijke hoogleraren (10 procent), maar ook een lager doel (20 procent in 2020). Het hoogste scoort Universiteit Leiden met 24 procent, met 27 procent als doel.

Bij de umc’s scoort het VU medisch centrum het hoogst met 28 procent vrouwelijke hoogleraren. Maastricht UMC sluit de rij met 18 procent.

Het LNVH liet afgelopen augustus in een rapport zien dat mannelijke hoogleraren meer verdienen dan even oude vrouwelijke hoogleraren. Afhankelijk van de functieschaal, (HGL1 of HGL2) scheelt het 129 of 161 euro bruto per maand.