Voor Turkije is 2016 een zwart jaar

Dubbele aanslag

In Istanbul kwamen 38 mensen om door een zelfmoordaanslag. De schok dat het terroristen wederom is gelukt, is groot.

De kisten van omgekomen Turkse politieagenten worden naar buiten gedragen bij het Istanbulse hoofdbureau van politie, afgelopen zondag. De regering kondigde een dag van nationale rouw af. Foto Ozan Kose/AFP

En weer is Turkije in rouw. De zaterdagnacht in Istanbul eindigde met het verlies van 38 mensenlevens door een dubbele aanslag en een klopjacht op de daders. En dus gingen zondag vlaggen halfstok en ondergingen mensen gedwee de extra controles bij winkelcentra en in metrostations. Woede, nationalisme en bovenal machteloosheid bepaalden de stemming.

Om half elf ’s avonds, twee uur na afloop van de voetbalwedstrijd Besiktas-Bursaspor, reed een bomauto in op een bus met politiemensen die op dat moment het Besiktasstadion verliet. Kort daarop blies een zelfmoordterrorist zich vlakbij op. De explosies waren op kilometers afstand te horen. De rookwolken boven het commerciële hart van Istanbul zorgden voor paniek.

Het aantal slachtoffers is hoog: 38 doden, onder wie 30 politiemensen en 155 gewonden. De zwaarste aanslag in Istanbul sinds de terreurgroep Islamitische Staat 45 slachtoffers maakte op luchthaven Atatürk in juni dit jaar. Een aantal mensen verkeert in kritieke toestand.

De Koerdische groepering TAK, een afdeling van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag zondag op. De groep deed dat op haar website. Eerder claimde de Turkse regering dat de PKK achter de aanslagen zat. De beweging, met een naam die in het Nederlands kan worden weergegeven als ‘Koerdische Vrijheidsvalken’, schreef dat de acties niet gericht zijn tegen het volk, maar tegen de Turkse veiligheidstroepen.

TAK kiest vaak politiebussen als doelwit en is vooral actief in grote steden. Een aanslag op een militair konvooi in Ankara, waarbij 38 doden vielen, is eerder door TAK opgeëist, evenals een aanslag op een bus met politie in het centrum van Istanbul in juni. De laatste door TAK geclaimde aanslag was op een politiebureau in Diyarbakir op 4 november, midden in een woonwijk.

Ambulances in de file

De regering kondigde snel na de explosies, inmiddels standaardprocedure in Turkije, een berichtgevingsverbod af. Media werden op ruime afstand gehouden en kregen opdracht alleen de officiële berichten door te geven. Op de schaarse beelden die naar buiten kwamen, lagen verspreide witte politiehelmen en gewonden naast een uitgebrand autowrak in een donkere straat.

Agenten die de explosie overleefden en hulpdiensten probeerden de gewonden zo snel mogelijk af te voeren. Ambulances reden in een file. Om die vrij baan te geven en de kans op vervolgaanslagen te verkleinen werd het verkeer in het centrum van Istanbul voor een groot deel afgesloten.

Een echte verrassing was de aanslag niet. Sinds ruim een jaar hangt de dreiging voortdurend in de lucht. 2016 is voor Turkije een zwart jaar, met honderden slachtoffers door terreur. Een schok dat het terroristen wederom is gelukt, is het niettemin. Met iedere bom in Turkije blijkt opnieuw dat garanties tegen zelfmoordterroristen niet bestaan. Turken leven met het besef dat iedere geslaagde aanslag tegelijk voor meerdere verijdelde pogingen staat.

Standaard nieuwsitem

Massabijeenkomsten worden ontmoedigd, vermoedelijke doelwitten extra beveiligd. Op sommige dagen is de hoeveelheid politie en controles plotseling hoger dan gebruikelijk. In het laatste weekend van oktober werden alle familieleden van Amerikaanse diplomaten uit voorzorg uit Istanbul geëvacueerd vanwege een acuut risico.

Een welhaast vast bestanddeel van het dagelijks nieuws in Turkije is berichtgeving over kleinere of grotere aanslagen. Een groot deel daarvan wordt uitgevoerd in het zuidoosten van het land. Daar is het oorlog tussen het Turkse leger en guerrillastrijders van de Koerdische PKK die terreuraanslagen plegen. Ook Islamitische Staat pleegt aanslagen in Turkije, soms op Koerdische doelen.

Sinds een dubbele zelfmoordaanslag in de hoofdstad Ankara op 10 oktober vorig jaar (103 doden) is duidelijk dat die strijd zich niet langer beperkt tot de regio’s die aan Irak en Syrië grenzen. Ook de grote steden zijn niet langer veilig. Noch voor IS noch voor de PKK.