Baltische staat

Na 25 jaar onafhankelijkheid vreest de Baltische staat weer ‘agressie’ van Rusland. Manschappen melden zich massaal aan. „Onze eerste missie is om te deëscaleren”, zegt overste Durand in Estland.

De nieuwe Europese frontlijn 2/4

Patriottische Esten zijn niet bang voor de boze buurman

Frontreis in vier etappes. De spanning tussen Rusland en het Westen loopt op. Hoe gevaarlijk is dat? Correspondent Steven Derix reist in vier etappes langs de nieuwe frontlinie. Vandaag deel 3, in Letland: de grote Russische minderheid wordt vanuit Rusland gevoed met desinformatie. Het zorgt voor wantrouwen. Moeten de Letten vrezen voor de komst van ‘groene mannetjes’?

De weg loopt door een opgeruimd landschap van licht glooiende akkers en bosschages, maar nergens is een sterveling te zien. Estland is een verlaten land op deze verregende donderdagmorgen.

Tapa heeft een lutherse en een Russisch-orthodoxe kerk, twee supermarkten, een stationnetje en één restaurant. In het etablissement is het warm en gezellig, maar alleen de radio is te horen. Esten zijn niet van die praters.

Dan klinkt er ineens rumoer: een groepje jongemannen komt lachend binnen stommelen en bestelt pizza. Ze spreken Engels. Amerikaanse militairen.

Op de basis even buiten het dorp wordt druk gebouwd. Binnenkort worden hier 800 Britse militairen gelegerd, vertelt persofficier Sander Mändla. De 150 Amerikaanse soldaten op de basis zijn er al langer. Onder de naam ‘Atlantic Resolve’ hebben de VS hun militaire aanwezigheid in het Baltisch gebied versterkt – een antwoord op de Russische dreiging. Gezien de aantallen is het vooral een symbolische bijdrage aan de verdediging van Estland.

Voor de werkplaats hebben de Esten een pantserwagen geparkeerd. Deze CV90 werd aangeschaft door het Nederlandse ministerie van Defensie, maar vrijwel meteen daarna weer van de hand gedaan. 44 van de 193 Nederlandse ‘infanteriegevechtsvoertuigen’ zijn verkocht aan het Estse leger – het gevolg van de zoveelste bezuinigingsoperatie in Den Haag. De Estse majoor Jan Kessel is er trots op. „De CV90 is licht, snel en krachtig”, zegt hij, als we achter in het voertuig zijn gestapt om te ontsnappen aan de slagregens. Daarna laat hij opnieuw een lange stilte vallen. Volgende vraag graag.

Dienstplichtingen oefenen met een houwitser.

Dienstplichtingen oefenen met een houwitser. Foto Steven Derix

2% defensie-uitgaven

Afgelopen november joeg Donald Trump (toen nog presidentskandidaat) de Baltische staten de stuipen op het lijf met een interview in de The New York Times. Op de vraag wat hij zou doen als Rusland Estland of Letland zou binnenvallen, gaf Trump een antwoord dat velen verbijsterde. „Er zijn veel NAVO-landen die hun rekeningen niet betalen.” De aanstaande president legde daarmee een bom onder artikel 5 van de NAVO, dat dicteert dat de NAVO in actie komt als één van de individuele lidstaten wordt aangevallen.

De Estse president Toomas Hendrik Ilves – inmiddels opgevolgd door Kersti Kaljulaid – reageerde op zijn Ests: onderkoeld en zakelijk. „Estland is een van de vijf NAVO-bondgenoten die voldoen aan de norm van 2 procent defensie-uitgaven”, twitterde hij.

Ilves doelt op de interne afspraak binnen de NAVO dat elk land 2 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) moet besteden aan defensie. De meeste bondgenoten halen dat in de verste verte niet, Nederland zit met 1,13 procent zelfs dik onder het Europese NAVO-gemiddelde.

Estland heeft de uitgaven in 2009 vastgelegd op 2 procent. Daardoor is er geld voor investeringen, en is de eerste infanteriebrigade van majoor Jan Kessel langzaam aan het veranderen in een gemechaniseerde eenheid. De CV90’s – voertuigen die niet alleen infanteristen kunnen vervoeren maar ook kunnen vechten – is de eerste stap in dit plan. In de laatste plannen van het Estse ministerie van Defensie is sprake van de aanschaf van moderne artillerie. In de komende jaren geeft Estland – een land met een bbp dat 40 keer zo klein is als dat van Nederland – vele honderden miljoenen euro’s uit aan nieuw militair materieel.

Een kruispunt van volkeren

Toch vragen veel Esten zich af of dat wel genoeg is, nu de grote buurman Rusland een steeds dreigender houding aanneemt. Een korte blik op de kaart is genoeg om het probleem van Estland duidelijk te maken. Op twee uur rijden van de Estse grens ligt Sint-Petersburg, een stad van 5 miljoen inwoners. Estland telt er 1,3 miljoen. Bijna een kwart daarvan is etnisch Russisch.

Als je Esten vraagt of ze zich zorgen maken over hun veiligheid beginnen ze vaak over de geschiedenis. Dit kleine Baltische land was altijd een kruispunt van volkeren, en steeds waren anderen hier de baas: de Denen, de Duitse Orde, de Zweden, het Russische Keizerrijk. Van 1918 tot 1920 vochten de Esten een bloedige onafhankelijkheidsoorlog uit met de bolsjewieken. Toen de Sovjet-Unie in 1940 opnieuw de Baltische staten bezette, namen veel Esten dienst bij de Duitse SS. De Sovjet-periode (1940-’91) wordt door Esten ‘de bezetting’ genoemd. Volgens hen heeft de ‘Eerste Estse Republiek’ nooit opgehouden te bestaan.

Ook majoor Kessel trekt de lijn van het verleden door. Op de vraag waarom hij eigenlijk beroepsmilitair is geworden haalt hij zijn schouders op: „Het bekende saaie verhaal”. Zijn overgrootvader was officier in het leger van de Eerste Estse Republiek. De nazaten van de militairen van toen voelen nu de plicht hun land te verdedigen.

Dienstplicht

Intussen kan het Estse leger niet zonder dienstplichtigen. In de stromende regen staan dienstplichtige onderofficieren – jongens en meisjes – rond twee grote houwitsers. De oefening wordt geleid door kapitein Karmo Killmann: vroeger beroepsmilitair, tegenwoordig smid van beroep. Als reservekapitein moet hij twee weekenden per jaar op herhaling. Maar Killmann brengt gemakkelijk twee à drie maanden door in uniform. „Ik heb een vrij beroep en kan mijn eigen tijd indelen”, zegt hij laconiek.

Dit soort patriottisme kom je vaker tegen in Estland. Rasmus Lahtvee is lid van de Estse burgermilitie de Kaitseliit. In 2007 braken er rellen uit in de hoofdstad Tallinn, nadat de Estse regering had besloten een Sovjet-monument op te ruimen. „Dat was eens schok voor ons allemaal”, zegt Lahtvee. „In Estland hebben we nooit rellen”, legt persofficier Merle Norit, die het gesprek begeleidt, uit.

IT-ondernemer Lahtvee werd lid van de vrijwillige politie. Intussen is de IT’er ook onderofficier in de Estse militie. Als de oproep komt weet hij waar hij zich moet melden. En steeds meer Esten voelen zich geroepen hetzelfde te doen. De plannen van het Estse ministerie van Defensie voorzien in een uitbreiding van de Kaitseliit van 22.500 tot 30.000 mannen en vrouwen. Leger, reservisten en militie moeten in 2030 een totale omvang hebben van 120.000 mannen en vrouwen – bijna één op de tien Esten. Deze strijdmacht moet zorgen voor een „eerste zelfverdedigingscapaciteit”: de Russen tegenhouden tot de NAVO te hulp komt.

Tapa. Majoor Jan Kessel voor een van zijn CV90’s.

Tapa. Majoor Jan Kessel voor een van zijn CV90’s. Foto Steven Derix

Geen luchtmacht

Eén ding kan Estland niet zelf: het luchtruim verdedigen. Gevechtsvliegtuigen zijn simpelweg te duur. Al sinds hun toetreding in 2004 wordt het luchtruim van de Baltische Staten bewaakt door de NAVO. In 2014, na de Russische annexatie van de Krim en de uitbraak van de oorlog in Oekraïne, werd de NATO Air Policing Mission in het Baltische gebied verdubbeld.

Vliegbasis Ämari is de tijdelijke thuisbasis van vijf nagelnieuwe Eurofighters van de Duitse Luftwaffe. Als overste Johannes Durand vertelt over zijn jachtvliegtuig beginnen zijn ogen te glimmen. „Dit toestel is zeer geschikt voor de taak die wij hier moeten uitvoeren.”

In de afgelopen twee jaar is de Russische luchtmacht een stuk actiever geworden. Russische toestellen pendelen tussen Sint-Petersburg en de enclave Kaliningrad. Er wordt bovendien vaker geoefend boven de Oostzee.

Westerse media brachten de afgelopen maanden meer dan eens paniekerige verhalen de wereld in over Russische gevechtsvliegtuigen die illegaal opduiken in het luchtruim van de Baltische staten. Dergelijke schendingen, zo benadrukt Durand, zijn een uitzondering. Bovendien: de Russen bevinden zich meestal maar een paar seconden boven verboden gebied. Het Estse luchtruim volgt de grillige kustlijn, een fout is snel gemaakt. „Af en toe snijden ze een hoekje af.”

Transponder

Toch komen de Duitse Eurofighters verschillende malen per week in actie. Want ook als je door internationaal luchtruim vliegt is het goed gebruik dat je aan een aantal normen voldoet, legt Durand uit. „Je dient van tevoren een vluchtplan in. Je praat met de verkeersleiding. En je zet je transponder aan. Als je dat niet doet, dan ben je onzichtbaar op de burgerradar. Dat is gevaarlijk.”

Russische gevechtsvliegtuigen houden zich vaak niet aan die regels. Waarom dat is, weet overste Durand ook niet precies. „Er lijkt niet altijd een logica achter te zitten.”

„Het kan zijn dat de transponder gewoon niet werkt”, zegt zijn persmedewerker.

Als het alarm afgaat, heeft Durand precies vijftien minuten om airborne te zijn. De onderscheppingen gebeuren altijd in internationaal luchtruim, benadrukt hij. Bij het naderen van de Russische vliegtuigen gedragen de Duitse piloten zich zo voorspelbaar mogelijk. Dus: niet snel naderen van achteren, maar in zicht van de Russische piloot, en in een rechte lijn. „Een stabiele nadering”, noemt Durand dit.

Wat doen de Russen als ze merken dat ze gezien zijn? „Meestal doen ze niets. Soms groeten ze. Dan groeten we terug.”

Een half uur laten donderen twee Eurofighters de grijze hemel in – geen onderschepping, maar een gewone trainingsvlucht. Het ziet er evengoed indrukwekkend uit

„Onze eerste missie is om te deëscaleren”, heeft overste Durand gezegd