OM wil strengere wet om liquidatiegolf te stoppen

Georganiseerde misdaad

Een moord voorbereiden moet strafbaar worden, vindt het OM. „De maximale straf spoort nu niet met de ernst van de feiten.”

Onderzoek bij een Amsterdamse shishalounge in maart. Foto ANP

Het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie wil een wetswijziging om de aanhoudende golf van liquidaties in de onderwereld effectief te kunnen aanpakken. Het gaat om een aanpassing van een wetsartikel dat het voorbereiden van misdrijven strafbaar stelt.

Ook de maximumstraf voor lidmaatschap van een criminele organisatie moet omhoog, stellen officieren van justitie Henk Mous en Koos Plooij. De wet moet zo worden aangepast dat het makkelijker wordt het voorbereiden van een liquidatie te vervolgen.

Het pleidooi van de ervaren misdaadbestrijders Mous en Plooij is een reactie op een recent vonnis in de zogeheten 26Koper-zaak. De Amsterdamse rechtbank sprak twee weken geleden een groep verdachten vrij van het voorbereiden van liquidaties. De verdachten werden wel veroordeeld voor het lidmaatschap van een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van moorden.

Volgens Mous en Plooij blijkt uit dit vonnis dat de bewijslast voor het voorbereiden van liquidaties heel hoog ligt en dat de strafmaat voor het lid zijn van een criminele organisatie in hele ernstige gevallen te laag is.

„Om te voorkomen dat we liquidaties alleen achteraf onderzoeken, heeft de recherche nieuwe tactieken ontwikkeld om dit soort misdaden te voorkomen”, zegt Plooij. „Dat is succesvol maar de maximale straf die kan worden opgelegd voor lidmaatschap van een criminele organisatie, spoort niet met de ernst van dit soort feiten.”

Twee weken geleden veroordeelde de rechtbank de vijf hoofdverdachten van een Utrechtse bende tot 8 jaar cel voor lidmaatschap van een criminele organisatie met het plegen van liquidaties als oogmerk. Een lage straf gezien de feiten, vond ook de rechtbank.

Het OM had 14 tot 17 jaar geëist tegen de hoofdverdachten voor het voorbereiden van liquidaties. Maar die hogere straf werd niet opgelegd, omdat er volgens de rechtbank alleen sprake kan zijn van voorbereiding van een moord als er een concreet slachtoffer in beeld is. Het OM gaat tegen deze uitspraak in beroep om te horen wat hogere rechters hiervan vinden.

Maar vooruitlopend daarop vragen de officieren ook om verandering van de wet. „Voorbereiding van handel in hard- en softdrugs is al strafbaar zonder dat de drugs daadwerkelijk voorhanden zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat je voor drugssmokkel kan worden veroordeeld op basis van verdachte handelingen zonder dat er een kilo is verstuurd”, zegt Mous. „Wij willen dat dit ook mogelijk wordt voor het voorbereiden van zware delicten zoals moord.”

Om te voorkomen dat het uitspreken van het woord ‘moord’ of het bezit van een wapen al leidt tot een beschuldiging van moord, zal de lat voor bewijs hoog moeten liggen. Plooij: „Naast de aanwezigheid van een combinatie voorwerpen – wapens, vluchtauto’s, beveiligde telefoons – moet er ook sprake zijn van specifieke verdachte gedragingen om te kunnen komen tot een veroordeling.”