opinie

    • Marcel van Roosmalen

Nederlanders

Vroeger konden ze er in het buitenland nog wat mee als je zei dat je uit Nederland kwam. Dan noemden ze wat bekende voetballers of zeiden ‘allemachtig, prachtig achtentachtig’, een wat kinderlijke verwijzing naar onze enige voetbaltitel waarvan ze wisten dat de gemiddelde Nederlander er blij van werd. Inmiddels was het tot overal doorgedrongen dat je het met Nederlanders maar beter helemaal niet meer over voetbal kon hebben.

Zelf had ik het overigens wel leuk gevonden als de taxichauffeur die ons van Tel Aviv naar Jeruzalem bracht zich had omgedraaid en over een doelpunt van Vincent Janssen of een gemiste penalty van PSV was begonnen.

In plaats daarvan zagen we hem wanhopig zoeken naar iets aardigs om te zeggen. Kenden we Van Gogh, de schilder?

De vriendin en ik keken elkaar aan. Dat wisten we niet eens van elkaar, hoe we ons tot Vincent van Gogh verhielden. De vriendin mompelde iets over sprekende kleuren en ik begon over dat afgesneden oor, want ik ging er gemakshalve maar vanuit dat ze dat verhaal in Israël dan ook allemaal kenden.

Een serveerster in Tel Aviv vertelde dat ze in Amsterdam was geweest en dat alle mensen daar aardig waren.

„Waar was je dan?”, vroeg ik.

„In coffeeshops.”

Verder noteerde ik dat Nederland een vlak land was, en verder wat complimenten voor onze kaas, dj Armin van Buuren en het niet bestaande nachtleven in Amsterdam.

Hoogtepunt was onze lieve gids in het Yasser Arafat Museum in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever die nadat we de bril van Arafat, verschillende handgeschreven brieven van Arafat en de pen van Arafat hadden bekeken, nogal plechtig naast een enorm touchscreen ging staan. Het was een groepsfoto van heel veel regeringsleiders, waartussen ook Arafat stond.

Ze vroeg waar we vandaan kwamen.

Na het antwoord ging haar vinger zonder te aarzelen naar het hoofd van onze toenmalige premier Wim Kok, dat tot onze schrik ineens twee keer zo groot werd.

Er verscheen een blokje achtergrondinformatie.

‘Wim Kok, The Netherlands, leader’, stond er.

De meeste bezoekers wilden dan zelf ook een keer op het hoofd van hun leider drukken, maar wij niet. Bij het verlaten van het museum zei onze gids dat ze uit het hoofd had moeten leren welke regeringsleider bij welk land hoorde, en dat het de eerste keer was dat ze op Wim Kok had gedrukt.

„Heb ik het wel goed gedaan?”

Ik verontschuldigde me voor ons gebrek aan enthousiasme en zei dat ze heel goed op de juiste knop gedrukt had. Daarna zei ze dat ze Nederland heel mooi en Nederlanders heel aardige mensen vond.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen