Moslims in Jakarta willen geen christelijke gouverneur accepteren

Indonesië

Gouverneurskandidaat Ahok is populair. Maar dinsdag staat hij voor de rechter wegens blasfemie.

Demonstratie tegen de vermeende godslastering van gouverneurskandidaat Ahok, begin deze maand in Jakarta. Foto Beawiharta/Reuters

‘Sommigen veroordelen hen misschien”, zingen de mannen en vrouwen in geruite bloesjes en met sjaaltjes om op het podium. „Maar Ahok en Djarot blijven sterk”. Het publiek op de binnenplaats in het centrum van Jakarta klapt en joelt.

‘Ahok’ en Djarot – dat zijn zittend gouverneur Basuki Tjahaja Purnama van Jakarta en zijn medestander Djarot Saiful Hidayat. Ahok was vicegouverneur toen hij twee jaar geleden een plaatsje opschoof toen gouverneur Joko Widodo werd gekozen tot de zevende president van Indonesië. Bij de komende gouverneursverkiezingen, in februari hoopt Ahok nu direct gekozen te worden, met Djarot als kandidaat voor het vicegouverneurschap.

Maar er is een probleem. Ahok moet dinsdag voor de rechter verschijnen. Hij wordt beschuldigd van blasfemie, en voor godslastering kan hij vijf jaar gevangenisstraf krijgen. De rechtszaak past in de krachtmeting tussen de gematigde en radicale islam in Indonesië.

Ahok is christen, in een land waar zo’n 90 procent van de ruim 250 miljoen inwoners moslim is. Al vanaf het begin leidde zijn gouverneurschap tot woede bij fundamentalisten. Die zeggen niet door een christen bestuurd te willen worden.

En dan is er nog iets: Ahok behoort tot nóg een minderheid in Indonesië, die van de Chinese gemeenschap. De bevolkingsgroep was in het verleden herhaaldelijk doelwit van geweld. In 1965 en in 1998 werden veel Chinezen vermoord en werden hun winkels en huizen vernield.

Jullie worden misleid

Een video die een paar maanden geleden online verscheen, heeft het vuurtje tegen Ahok doen oplaaien. Hij werd in september gefilmd toen hij zijn toehoorders vertelde dat ze worden „misleid” door zijn tegenstanders, die beweren dat de Koran voorschrijft dat moslims geen niet-moslim als leider mogen hebben.

De beelden leidden tot grote woede onder radicale moslims, die nog eens werd versterkt doordat er in de beelden werd geknipt. Daardoor ontstond de indruk dat Ahok zich direct beledigend uitlaat over de Koran.

Voor Ahok, die in de aanloop naar de verkiezingen zijn gouverneurstaken uit handen heeft gegeven, zat er niets anders op dan zich snel te verontschuldigen. In fundamentalistische kring was dat niet genoeg: er werd onderzoek geëist. Ook oud-president Susilo Bambang Yudhoyono bemoeide zich met de zaak. Hij riep op tot vervolging. Hij deed die oproep overigens niet geheel belangeloos: zijn zoon, oud-militair Agus Harimurti Yudhoyono is ook kandidaat voor het gouverneurschap.

Het onderzoek en de vervolging kwamen er, net als een uitreisverbod voor Ahok. Tot nader order mag de gouverneur Indonesië niet verlaten.

Daarnaast gingen tienduizenden tegenstanders de straat op in Jakarta. Vorige maand vielen daarbij een dode en raakten tientallen mensen gewond. Eerder deze maand ging het er rustiger aan toe. President Joko Widodo, die als gouverneur van Jakarta nauw met Ahok samenwerkte, probeerde de angel uit het protest te halen door er zijn gezicht te laten zien en mee te bidden met de demonstranten.

Maar niet iedereen laat zich overtuigen door de verzoenende opstelling van de president. Siti Nur Arafah (47) nam begin deze maand deel aan het protest tegen Ahok. Het was een soort pelgrimage, vertelt de moeder van vijf kinderen. „Als wij moslims de islam niet verdedigen, wie doet het dan?” Ook al zou ze willen, dan mag ze als moslim nog steeds niet op een niet-moslim stemmen, zegt ze.

Campagnefilmpje van Ahok:

Oud-marinier Mohammad Sediono (76) is naar de Nuri Iman-moskee gekomen, in het zuiden van Jakarta. Hij gaat zo vaak hij kan, maar in ieder geval op vrijdag. Hij roemt Ahok, zegt dat hij de beste kandidaat is in deze verkiezingen omdat hij Jakarta al veel goeds heeft gebracht. Toch gaat hij straks als vroom gelovige niet op Ahok stemmen, want „hij heeft moslims boos gemaakt.”

Niet alle moslims nemen die houding aan. De 31-jarige Indah Lestari zit met haar man en vierjarige neefje voor de Carrefour in een groot winkelcentrum. Bij de verkiezingen in februari gaat de moslima wel op Ahok stemmen. Zijn uitspraken waren niet slim, vindt Lestari. Maar hij heeft zich verontschuldigd. „Wij moeten hem vergeven”, zegt ze.

Op de binnenplaats waar Ahok regelmatig kantoor houdt, gaat het nauwelijks over de protesten. De gouverneur verschijnt er rond een uur of acht, half negen ’s ochtends, spreekt met zijn aanhangers en gaat vooral met heel veel mensen op de foto. Bij binnenkomst krijgt iedereen een nummertje; dat is de volgorde waarin ze het podium op mogen. Ze maken selfies, laten handtekeningen zetten en zingen voor de gouverneur. Ahok zelf zingt niet mee.

De protesten en de beschuldiging van blasfemie doen de eerder zo populaire politicus geen goed, blijkt volgens lokale media uit de laatste peilingen. Maar Ahok wil niets zeggen, over het komende proces, noch over verkiezingen. „We zijn er klaar voor”, is het enige dat hij wil zeggen.