Geweld in de onderwereld moet harder bestraft worden

Justitie

Officieren van justitie zijn verbaasd dat de rechter voorbereiding van liquidatie niet bestraft. „Tijd om de wet aan te passen.”

Onderzoek op de plaats van een liquidatie in Amsterdam. Foto Olaf Kraak / ANP

Het begon allemaal met één ‘waggi’, een supersnelle Audi die in het voorjaar van 2015 werd gestolen en verhandeld in het Rotterdamse. Snelle auto’s worden vaak gebruikt bij zware misdaad als ramkraken, overvallen en liquidaties. En dus volgde de recherche de auto en zijn nieuwe eigenaar. Wat begon als bijvangst van een groot onderzoek naar een bende autodieven uit Rotterdam eindigde in de zomer van 2015 met een van de grootste wapenvondsten ooit gedaan in Nederland.

De bende die bij dit onderzoek in beeld kwam - codenaam 26Koper - staat inmiddels bekend onder de weinig prozaïsche bijnaam ‘uitzendbureau van de onderwereld’. Tijdens observaties en afgeluisterde gesprekken van de bendeleden uit de omgeving van Utrecht bleek ook dat ze opmerkelijke uitspraken deden: „Voor hoeveel zou jij iemand afknallen?” en „Hitman at your service”.

Bovendien bespioneerden ze andere criminelen die werden vastgelegd met camera’s. Hier was een groep bezig met het voorbereiden van een liquidatie, aldus de recherche. Dat beeld werd versterkt toen er op een nacht door twee mannen werd geoefend met een kalasjnikov. In juli 2015 besloten justitie en politie de verdachten aan te houden, vóórdat de groep tot actie kon overgaan.

De groep van tien verdachten is vervolgd voor het voorbereiden van liquidaties. Het Openbaar Ministerie eiste celstraffen van 14 tot 17 jaar tegen de vijf verdachten. Maar de rechtbank ging daar niet in mee. Weliswaar hadden de verdachten een concreet slachtoffer op het oog maar daarmee is nog niet bewezen dat ze hem ook wilden vermoorden. Misschien wilden de verdachten het beoogde slachtoffer wel afpersen of bedreigen, zo oordeelde de rechtbank twee weken geleden.

De vijf hoofdverdachten zijn veroordeeld voor het lidmaatschap van een criminele organisatie met als oogmerk: het plegen van moord. „Een ergere soort van criminele organisatie valt moeilijk te bedenken”, aldus de rechtbank. In dat licht bezien viel de straf voor de vijf hoofdverdachten in de zaak nogal laag uit: acht jaar cel.

Te laag, vindt het Openbaar Ministerie dat hoger beroep aantekent. Het is niet dat officieren van justitie Henk Mous en Koos Plooij ontevreden zijn over het vonnis van de rechtbank. Integendeel. „De rechtbank heeft al het bewijsmateriaal geaccepteerd. Dit was een goed onderzoek waarbij op basis van één gevolgde auto in korte tijd veel bewijs is verzameld tegen een groep zware criminelen”, zegt Plooij. „De recherche, die de criminelen maandenlang 24 uur per dag volgde, leverde heel goed werk.”

Wachten geen optie

Toch knaagt het bij de zaaksofficieren dat de verdachten zijn vrijgesproken van het voorbereiden van een liquidatie. Ze hadden alles wat nodig is voor een liquidatie, hadden een doelwit in beeld en gedroegen zich alsof ze die persoon wilden vermoorden. Als dat nog niet genoeg is voor een veroordeling, is het tijd om de wet aan te passen, vinden Mous en Plooij.

Plooij ziet steun voor dit pleidooi in de geschiedenis van het wetsartikel 46, dat voorbereiding strafbaar stelt. „De directe aanleiding voor artikel 46 was een golf bankovervallen in de jaren negentig”, vertelt Plooij. „Overvallers die werden opgepakt terwijl ze voor een bankgebouw klaar stonden met handschoenen, bivakmuts en wapen, werden niet veroordeeld omdat de overval nog niet gepleegd was. Maar wachten tot een overval begon, was geen optie. Dat leverde groot risico op voor de mensen in de bank.”

Die situatie herhaalt zich nu, vinden Mous en Plooij. „We hebben in dit onderzoek te maken met een groep criminelen die alles in huis heeft om een liquidatie te plegen”, zegt Mous. „En het gaat niet slechts om een idee, dat kun je uit de gedragingen van de verdachten afleiden. We kunnen in dit soort zaken niet wachten tot ze daadwerkelijk tot actie overgaan. De risico’s daarvan zijn te groot. Daarom grijpen we in voordat het zover is.”

In het verleden kregen justitie en politie vaak kritiek dat ze pas achteraf in actie kwamen. „Vandaar dat we hebben gezocht naar methoden om verdachten op te pakken vóórdat ze iemand doodschieten”, aldus Plooij. „Het onderzoek naar autodiefstal is daar een voorbeeld van. Na een liquidatie vinden we immers heel vaak een uitgebrande snelle auto die niet lang daarvoor is gestolen.”

Als dat leidt naar criminelen die moordplannen hebben, stelt Mous, moeten we ze kunnen pakken voordat het zo ver is en een straf krijgen die past bij de ernst van de feiten. „Nu die methode succesvol is gebleken, moet voorbereiding van een liquidatie ook effectief gestraft worden. Voor criminelen die zich bezighouden met zware georganiseerde misdaad als liquidaties, is acht jaar cel een lachertje.”