Recensie

Er gebeurt hier weinig, en dat boeit

Roman

In haar twee laatste romans probeert Rachel Cusk een nieuwe manier van schrijven uit: een (auto)biografie van iemand die onzichtbaar wil zijn.

Met doorweekte kleren, soppende schoenen, druipende haren en een natte neus zit de hoofdpersoon van Rachel Cusks Transit naast twee andere schrijvers op een podium. De moderator heeft haar per ongeluk buitenom naar de zaal geleid in plaats van binnendoor. En zoals dat gaat in Engeland: wie buiten loopt, krijgt een stortbui over zich heen. ‘Natte schrijvers zijn veel leuker dan droge’, verklaart een collega-auteur aan het publiek. Theatraal legt hij uit dat schrijven verschrikkelijk is, maar dat aandacht hem drijft. Hij vertelt een lang verhaal over zijn ongelukkige jeugd met een stereotype stiefvader en een moeder die lijfstraffen uitdeelde.

De andere schrijver op het podium speelt de auteur die juist zoekend naar woorden niet zozeer herkend wil worden, maar gehoord. Hij vertelt hoe hij op een dag vanuit zijn werkkamer zag hoe zijn kat een vogel probeerde te vermorzelen, maar faalde: de vogel ontsnapte alsnog. De vertelling staat voor zijn eigen succes. Hij voelt zich zowel de ontsnapte prooi, als een agressor die zijn macht wil uitoefenen op de werkelijkheid.

Zonder gezicht

Precies met die twee vormen van autobiografisch vertellen speelt Rachel Cusk (1967) in haar twee recent vertaalde romans Contouren (het origineel Outline is uit 2014) en Transit. Tegenover de twee openhartige, maar tegelijkertijd kunstmatige auteurs op het podium in Transit zit de ik-verteller die na deze twee mannen haar blaadjes pakt, iets voorleest, het applaus aanhoort en weer vertrekt. En dat is het. Wat ze voorgelezen heeft, krijgen we niet te lezen. De ik, de enige vrouw op het toneel, schrijft zonder haar gezicht te laten zien.

Het niet tonen van je gezicht is waar het bij de in Canada geboren, maar in Engeland wonende Cusk om draait in deze twee romans. Het verlangen naar verborgenheid dat daaruit spreekt, is logisch voor wie weet hoeveel kwade reacties ze opriep na de publicatie van een boek over haar moederschap (A Life’s Work: On Becoming a Mother, 2001). Daaruit zou te weinig moederliefde spreken. Lezers adviseerden haar zo snel mogelijk haar kinderen uit huis te plaatsen zodat ze in een ‘liefdevol’ gezin konden opgroeien. In 2012 kreeg ze het nogmaals te verduren na Aftermath, een boek over de scheiding van haar man Adrian Clarke. Daarin zou ze de vuile was buiten hebben gehangen en haar eigen leven moedwillig hebben geëxploiteerd.

Cusk moest voor zichzelf na deze ervaringen op zoek naar een nieuwe manier van schrijven, zo vertelde ze twee jaar geleden in The Guardian. Fictie kwam haar voor als leugenachtig en autobiografisch schrijven wilde ze ook niet meer. ‘Als je genoeg hebt geleden, wordt het idee dat John en Jane het weer goed kunnen maken compleet belachelijk. Daarom kwam mijn idee van een autobiografie ten einde. Ik kon het niet meer blijven doen zonder verkeerd begrepen te worden en mensen boos te maken.’

Het resultaat van die verschuiving zijn dus Contouren en Transit: twee enigszins autobiografische romans, waarbij de ik-persoon niet alleen afzijdig blijft, maar ook buiten schot. In beide boeken leeft een schrijfster verder na een scheiding, waarbij ze zich laaft aan andermans verhalen.

In Contouren doet ze dat door de mensen die ze spreekt in Athene, waar ze is voor een schrijfcursus. In Transit is de ik-persoon terug uit Griekenland en zit ze midden in de verbouwing van haar huis, dat in feite een krot is. Het staat symbool voor haar staat van zijn, maar gelukkig gaat de roman daar niet echt over. Deze keer zijn het niet de verhalen van voorbijgangers en cursisten in Griekenland, maar de verhalen van kennissen, vrienden en Albanezen die haar woning moeten opknappen, die de roman vormen.

Aan de hand van al die gesprekken en de manier waarop zij ze filtert (zo ligt er een groot accent op relationele problemen en zijn er moeizame verhoudingen tussen ouders en tieners) vernemen we wat haar bezighoudt. Zo vertelt een man met een vlezige rug over zijn geesteszieke zoon en de drie scheidingen die hij achter de rug heeft, zijn er cursisten die hun angstdromen vertellen, vrienden die over hun relatieproblemen uitweiden, Albanese werknemers die over hun familie thuis het woord nemen en ijdele mensen binnen het boekenvak die gehuld in zelfspot tonen hoe bijzonder ze zijn. Bij elkaar opgeteld zegt alles meer van de ik-verteller dan van de mensen die aan het woord zijn. Het is alleen een verhaal dat de lezer zelf moet vormen, want veel meer dan dat de ik in een scheiding ligt, twee pubers die elkaar soms de kop inslaan en een zoekende ik krijgen we niet te zien. Typerend is een hoofdstuk dat afsluit na een heel verhaal van een man over zijn gezin, zijn baan aan de universiteit en zijn midlife crisis: ‘Hij draaide zijn hoofd naar mij. En jij dan, vroeg hij, ben jij op het moment ergens mee bezig.’

Kleurspoeling

De scène op het podium is veelzeggend voor de houding van de ik-persoon: enerzijds wil ze gezien worden, anderzijds vooral gehoord. In de keuze tussen de twee kijkt ze toe en voelt ze zich vernederd en onzichtbaar met haar drijfnatte kapsel, dat ze zich de vorige dag voor veel geld heeft laten aanmeten. Misschien is de uitleg van de kapper nog wel het treffendst. De vertelster wil een kleurspoeling, maar de kapper heeft niets met kleurspoelingen: ‘Jij hebt geen kleurspoeling nodig, maar een andere kijk op jezelf. De mensen zijn bang dat ze ongewenst zijn.’

Je ongewenst voelen en toch je verhalen op papier zetten voor een groot publiek: het lijkt een contradictie in terminis. Hetzelfde geldt voor het idee dat je autobiografische romans over een onzichtbaar iemand kan schrijven. Toch lukt Cusk dat in beide boeken: ze boeien terwijl er weinig concreets gebeurt, en dat komt vooral door de toon. Er zit een lichte toets in, terwijl de verhalen die de ik-persoon aanhoort niet allemaal even lichtvoetig zijn, maar wel met een zekere ironische distantie worden verteld.

Daarnaast zijn er mooie observaties. Om de staat van het huis aan te geven, schetst Cusk bijvoorbeeld een appelboom buiten: ‘Een appelboom liet treurig zijn takken hangen te midden van zijn verrotte gevallen vruchten en een machtige conifeer had de omringende bomen in vreemde hoeken gedwongen, waardoor het leek alsof ze van waanzin of wanhoop waren verstard.’ Wanneer dat de toestand is, kan je maar beter onzichtbaar zijn.