ECB kan splijtzwam worden

Bouwt de Europese Centrale Bank zijn experimentele monetaire beleid af? Op de financiële markten heerste donderdag flinke verwarring over de boodschap die ECB-president Mario Draghi bracht na afloop van de bestuursvergadering van de centrale bank. De maandelijkse aankopen van staatsleningen en andere leningen waartoe Frankfurt sinds maart 2015 overging, liepen tot dan tot en met maart 2017. Donderdag werd besloten die terug te brengen van 80 miljard euro per maand naar 60 miljard tot en met december. Maar de periode waarin dat in ieder geval nog zal worden gedaan wordt langer dan op de beurzen was verwacht: niet tot en met september 2017, maar tot en met december. Waarmee zeker niet gezegd is dat de ECB daarna stopt.

Zo komen méér en méér staatsleningen van eurolanden op de balans van de ECB terecht. Eind volgend jaar zal dat vermoedelijk optellen tot een bedrag dat vergelijkbaar is met de totale Italiaanse staatsschuld – de grootste van de eurozone. Aangezien een daadwerkelijke afbouw van het inkoopbeleid geleidelijk zal moeten gaan, zal het inkopen tot ver in 2018 doorgaan. Dat zal ook betekenen dat de ultralage rentes in die tijd niet zullen stijgen.

Daarna zal de staatsschuld nog zeer lang op de balans blijven: de Amerikaanse centrale bank begon vijf jaar eerder al met zulk beleid – zij het inmiddels beperkter in schaal. De gekochte staatsschuld op zijn balans staat er nog steeds, en wordt met nieuwe aankopen op peil gehouden. Er is geen reden aan te nemen dat de ECB dat voorbeeld niet zal volgen.

Nut en noodzaak van deze ‘kwantitatieve versoepeling’ worden van begin af aan betwist. Zeker: de economie van de eurozone is in een precaire staat en politieke fragmentatie dreigt. Maar een paardenmiddel als dit, waarvan de schaal ongekend is en de gevolgen niet te overzien, moet toch met argwaan worden bezien. De centrale bank denkt op zijn beurt dat, als het economische en structurele beleid van de eurolanden niets aan het herstel bijdraagt, hij de enige buffer is tussen orde en chaos. Maar Draghi’s experimentele beleid zelf zorgt ook voor spanningen in de eurozone, tussen ‘noord’ en ‘zuid’. Duitsland en Nederland zijn, openlijk of niet, zeer kritisch. Zo kan de centrale bank zelf een splijtzwam worden.

Nederland heeft nu te stellen met een monetair beleid dat veel te soepel wordt voor de stand van de conjunctuur. De huizenmarkt begint door het goedkope krediet al uit de hand te lopen en de arbeidsmarkt wordt zeer snel krapper. Het ECB-beleid, ook al wordt dit niet onderschreven, is een gegeven. Wat Den Haag rest, zijn eigen maatregelen om de snel aantrekkende conjunctuur te temmen.