Zeeheld die verdween in mijnenveld

Onderzeeër in de Zuid-Chinese Zee

Anton Bussemaker kwam in 1941 om in de onderzeeër waarvan hij commandant was. Zoon Henk zocht uit wat er gebeurde en waar de Nederlandse leiding faalde.

De 016 in Vlissingen, waar hij in 1936 te water werd gelaten. Collectie De Schelde, Vlissingen.

‘Ik ben verkocht en verraden.’ Onderzeebootcommandant Anton Bussemaker zei het in november 1941 tegen zijn vrouw Bep, thuis in de voorkamer, in Soerabaja. Die woorden waren niet voor kinderen bestemd. Maar hun 12-jarige zoon Henk had ze gehoord. Hij vergat ze nooit. Dat ‘verkocht’ begreep hij. „Maar ‘verraden’ begreep ik niet”, zegt Henk Bussemaker 75 jaar later in zijn woning in Oegstgeest.

Op 15 december 1941 kwam de 41-jarige Anton Bussemaker om toen hij met z’n onderzeeër, O16, op een mijn liep. Er was één overlevende.

Enkele dagen eerder, in de nacht van 11 op 12 december, had de O16 in de Patani-baai op Malakka vier Japanse troepenschepen getorpedeerd. Zeker drie zonken. Dat was het eerste grote succes van de geallieerden na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor, 7 december 1941. Op de cover van Newsweek stond: Dutch Submarine: Starperformer in the Pacific.

Donderdag was de herdenking van de Japanse aanval op Pearl Harbor. Bekijk hier de In Beeld-serie daarover: Na Pearl Harbor begon voor Amerika de Tweede Wereldoorlog

Waarom voelde de vader van Henk Bussemaker zich verkocht en verraden? Hij was, begin november 1941, thuisgekomen van een bijeenkomst met Britse marineofficieren in Singapore. Daar was hem duidelijk geworden dat de meeste en modernste Nederlandse onderzeeërs die in Indië lagen, onder Brits commando waren geplaatst.

De jonge Henk had vader Anton ook horen zeggen: „Het is een bende in Singapore. De Britten drinken en feesten alleen maar. Ze denken dat we de jappen er zo onder krijgen. Intussen pakken ze onze onderzeeboten af.” Sinds die novemberdag speelde Anton nooit meer met zijn ‘puckjes’, zoals hij z’n kinderen noemde. Hij was somber en boos.

Onderzeebootstrijders

De gebeurtenissen inspireerden Henk Bussemaker, na zoveel jaren, het boek De Tegenaanval te schrijven met journalist Janet van Klink, die een oudoom op de O16 had. Henk Bussemaker was reserveofficier en werkte als ingenieur mee aan ontwerpen voor onderzeebootbestrijders.

Zijn boek vertelt op levendige wijze, met brieffragmenten en familieanekdotes, over een gelukkig vooroorlogs gezin, in Nederland en Indië, en hoe vaders dood hun leven nog bepaalde. Maar het boek behandelt ook, uiterst kritisch, een belangrijke periode uit de Nederlandse marinehistorie.

Anton Bussemaker komt naar voren als een bijzonder mens, die piano speelde, bij voorkeur Beethoven, Goethe en Heinrich Heine las, zelf gedichten schreef. Hij was een doorgewinterde marineman, met veel technische kennis en tactisch inzicht. Hij publiceerde in marinebladen en werkte mee aan beleidsadviezen.

Anton Bussemaker, tevens flottieljecommandant, kreeg postuum de Militaire Willemsorde, de hoogste militaire onderscheiding. Toch vindt Henk Bussemaker dat zijn vader onrecht is aangedaan. Dat heeft te maken met de rol van de toenmalige marineleiding, Commandant der Zeemacht in Nederlandsch Indië Conrad Helfrich en Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (tevens marineminister) Johannes Furstner.

„Helfrich en Furstner wilden grote schepen. Ze zetten alles op slagkruisers”, vertelt Henk Bussemaker aan de keukentafel. Zij waren zogeheten ‘navalisten’: aanhangers van een ‘hinderlaagstrategie’, nog stammend uit de Eerste Wereldoorlog, die erop neerkwam dat oppervlakteschepen, zoals slagkruisers, de tegenstander zouden dwingen zelf ook oppervlakteschepen in te zetten, die dan vervolgens doelwit voor onderzeeërs zouden worden. „Het probleem was dat Japan hetzelfde deed”, zegt Henk Bussemaker. „En als je die strategie dus kent dan werkt-ie niet. Anton zag het Japanse gevaar beter.”

Roedeldivisie

De Tegenaanval slaat dan ook niet alleen op de heroïsche actie van zijn vader. Anton Bussemaker en zijn directe baas, eskadercommandant Karel Doorman, waren critici van de navalisten. Zij stonden een meer offensieve aanpak voor: de ‘roedeldivisiestrategie’. Vliegtuigen verkennen de vijandelijke vloot, waarna onderzeeboten met torpedo’s aanvallen uitvoeren – de Duitsers hadden er later succes mee. Voor het kleine Nederland had de strategie ook budgettaire voordelen: onderzeeërs waren veel goedkoper dan slagschepen.

Henk Bussemaker is ervan overtuigd dat Helfrich, als navalist, in 1941 in Singapore met de Britten sprak over het onder hun commando brengen van de Nederlandse onderzeeërs, juist omdat hij wist dat de Britten de roedeldivisiestrategie niet beheersten. „Daarom voelde mijn vader zich verraden door Helfrich”, zegt hij.

Het was ook Helfrich die in februari 1942 eskadercommandant Karel Doorman naar de Javazee stuurde om met slagschepen het gevecht met de Japanners aan te gaan: ruim 900 Nederlanders (ook Doorman) kwamen om, de kruisers De Ruyter en Java en torpedobootjager Kortenaer gingen verloren. „Doorman moest een bevel opvolgen waar hij zelf niet in geloofde, daar zit een enorme tragiek in”, zegt Henk Bussemaker. „En het slimme van Helfrich was: hij noemt in zijn memoires de roedeldivisietactiek zelfs niet.”

Volgens Henk Bussemaker is het tijd dat de marine de eigen historie kritisch tegen het licht houdt. Een proefschrift met de veelzeggende titel Navalisme nekt onderzeeboot uit 2011 is volgens hem binnen de marine „genegeerd”. Maar misschien is er een kentering. Henk Bussemaker mocht tot zijn genoegen zijn boek aan de vlootvoogd aanbieden.

Onderzeeër teruggevonden

Pas in 1995 kwam het onderzoek van Henk Bussemaker naar zijn vader in een stroomversnelling. Toen werd de O16 teruggevonden in de Zuid-Chinese Zee, na een tip van een Zweedse duiker. De missie waar Henk Bussemaker bij was, kreeg volop publiciteit.

De vondst van de O16 stelde hem in staat nog een mythe uit de wereld te helpen. Op de plek, noordoostelijk van Tioman in de Zuid-Chinese Zee, lagen Japanse mijnen. Volgens het rapport van een Nederlandse liaisonofficier uit 1942 was de O16 op een Brits mijnenveld gelopen. Die versie kregen nabestaanden van de marine te horen en belandde in een boek van de destijds gerespecteerde Amerikaanse historicus S.E. Morison. Het was op zich al onwaarschijnlijk, omdat de geallieerden wisten waar hun eigen mijnen lagen. „Dat heb ik dan ook nooit geloofd”, zegt Henk Bussemaker. „Ik vond het heel erg dat je de zoon bent van een vader die zo stom zou zijn de boot in een Brits mijnenveld te varen. De bemanning bestond uit zeer bekwame mensen.”

Henk Bussemaker & Janet van Klink: De tegenaanval. Anton Bussemaker (1900-1941) Onderzeebootcommandant De Walburgpers, 256 blz. € 24,95