Wilders schuldig aan aanzetten tot discriminatie, geen straf

Wilders-proces

PVV-leider veroordeeld voor ‘minder Marokkanen-uitspraak’. Wilders gaat in hoger beroep en noemt rechters „knettergek”.

Schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Dat vonnis velde de Haagse rechtbank vrijdag in het proces tegen Geert Wilders. De rechters oordelen dat Wilders, die zelf niet aanwezig was bij de uitspraak, zich door zijn ‘minder minder’ Marokkanen uitspraak in maart 2014 schuldig heeft gemaakt aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie.

Officier van justitie Wouter Bos had vorige maand een straf van 5.000 euro boete geëist tegen de PVV-leider. Het OM vindt dat Wilders tijdens twee bijeenkomsten in maart 2014 in Den Haag „bewust mensen op basis van hun afkomst in de hoek heeft gezet en discriminatie van die groep heeft aangewakkerd”. De rechtbank vond een boete niet nodig. Het belangrijkste is dat de norm is vastgesteld.

In de speciaal beveiligde rechtbank op Schiphol zei de voorzitter van de rechtbank Hendrik Steenhuis vanochtend dat dit „géén politiek proces” was, zoals Wilders herhaaldelijk heeft betoogd. Ook Wilders staat niet boven de wet, zei de rechtbank. Zijn uitlatingen via Twitter waarin hij de rechtbank als ‘neprechtbank’ en D66-rechters betitelde zijn bij de rechtbank slecht gevallen. „De rechtbank acht deze reacties een gekozen volksvertegenwoordiger en medewetgever die een te respecteren plaats in de Nederlandse democratische rechtsstaat inneemt, onwaardig”, zei rechter Hendrik Steenhuis.

De rechtbank verwierp het verweer van Wilders dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan rassendiscriminatie omdat Marokkanen geen ras zijn. De juridische betekenis van de term ras is veel ruimer dan de betekenis daarvan in het normale spraakgebruik. Wilders heeft de nationaliteit gebruikt als „etnische aanduiding”, aldus de rechters. „Wilders heeft een hele bevolkingsgroep apart gezet, zonder daarbij enig onderscheid te maken. Daarmee wordt deze groep collectief in haar eigenwaarde aangetast. Dit is beledigend voor de hele groep”, zegt de rechtbank.

Wilders heeft zijn vragen over de wens om minder Marokkanen „op een opruiende en opzwepende manier gesteld’’. Dat hij achteraf zei alleen te hebben gedoeld op ‘criminele Marokkanen’ „maakt de boodschap niet minder beledigend”. Wilders heeft met zijn optreden geen bijdrage geleverd aan het publieke debat en kan geen beroep doen op het recht van vrijheid van meningsuiting. Ook dat recht kan worden beperkt. Met die vaststelling is volgens de rechter een politicus „voldoende gestraft”.

Met de uitlatingen van 19 maart 2014 heeft Wilders een onderscheid gemaakt tussen de Marokkaanse bevolkingsgroep en andere bevolkingsgroepen. „Mede gezien het opruiende karakter van de manier van uitlaten, worden anderen hiermee aangezet tot discriminatie van personen met een Marokkaanse afkomst.”

Het Openbaar Ministerie zei na het vonnis „heel tevreden’’ te zijn. „We zijn blij dat de rechtbank heeft vastgesteld dat de uitlatingen van Wilders echt niet door de beugel konden”, aldus een woordvoerster. Wilders kondigde aan in hoger beroep te gaan. Hij noemde de uitspraak „knettergek”. De rechtbank wees de vorderingen van benadeelde partijen af.