Wilders pikt de veren van Wim Kok

De Stemming in Bergambacht

In het geboortedorp van Wim Kok was de PvdA twintig jaar geleden nog de grootste partij. Nu steunen veel inwoners de PVV.

Links bewoner Nicolien Mudde in de achtertuin van het geboortehuis van Wim Kok. In de jaren negentig was de PvdA nog de grootste partij in Bergambacht. Foto’s Rien Zilvold

We zitten in het geboortehuis van Wim Kok, aan de Dijklaan in Bergambacht. Nicolien Mudde zet thee. Ze laat de kleine voorkamer met de eettafel zien, de bovenverdieping met de twee slaapkamertjes en het schuurtje met de halve vliering. Ze zou hem wel eens bij haar op de bank willen zien zitten, alleen al om zijn blik te volgen naar de sloot achter.

De plek is symbolisch. Wim Kok, de PvdA-leider die in 1995, net een jaar premier van het eerste ‘paarse’ kabinet, zijn partij met vaste hand naar het midden stuurde. „De oude ideologie blijkt niet in staat afdoende antwoord te geven op de sleutelvragen van deze tijd”, zei hij in de toespraak waarin hij sprak over het afschudden van „ideologische veren”. Hij regeerde met VVD en D66, opende de Derde Weg, tussen socialisme en kapitalisme, en plaveide die met de privatisering van nutsdiensten als loodswezen en openbaar vervoer, en met marktwerking in sectoren als zorg en telefonie.

In die jaren was de PvdA in Bergambacht bij Kamerverkiezingen de grootste partij: 30 procent in 1998. Daarna zou ze snel terrein verliezen onder haar traditionele achterban. Eerst kreeg Pim Fortuyn en later Geert Wilders de stem van de arbeiders. Kok c.s. bleken ook de grond voor het populisme te hebben omgeploegd. In 2002 was de PvdA in Bergambacht bijna gehalveerd.

Vrijdagochtend werd Wilders veroordeeld, vrijdagmiddag wees de PvdA een nieuwe partijleider aan. Op de sloten voor de huizen aan de Dijklaan staat het rode kroos stil. Tegen de avond wordt het druk op de smalle weg: fietsers, voetgangers en automobilisten zigzaggen van en naar de Lek. Het is een soort rijdend poldermodel: om allebei sneller vooruit te komen, moeten de automobilisten elkaar op de krapste plekken voorrang gunnen.

Geen baan meer

De meeste mensen die we spreken in de oude arbeidershuisjes hebben geen baan meer. Omdat ze met pensioen zijn, zoals Kees Boerboom. Of ze zijn ontslagen, zoals Nicolien Mudde bij de catering. Of ze namen ontslag, zoals Cindy van Meijeren bij de bouwgroothandel, omdat haar jongste kind extra zorg nodig heeft. Of bij de bank, zoals Cobi Hoogerbrug, die liever sociaal werk doet en nu vrijwillig in de zorg helpt.

Hun stemgedrag is divers, alleen dat van Hoogerbrug staat al vast: SGP. De rest zweeft en zoekt. „Er is niet één partij waarvan het hele pakket me bevalt”, zegt Diane Heij. Nicolien Mudde, die negen maanden werkloos is, wat haar het gevoel geeft „dat je er niet helemaal bijhoort”, komt uit een VVD-nest, maar haar ideeën worden „steeds linkser”.

Maakt het nog uit of Asscher of Samsom de PvdA leidt? Cindy van Meijeren luikt haar ogen: „Wie er ook aan de macht komt, je vraagt je af: gaat hij zijn beloften wel waarmaken?” Kees Boerboom haalt zijn schouders op: „Die twee bijten mekaar toch niet?” De PvdA vindt Boerboom zo sociaal niet meer. In één kabinet met de VVD - „water en vuur” – daar kan hij niet bij. Hij begint over de zorg en vooral over de ouderenzorg, net als alle andere Dijklaners die we spreken.

Eitje van het menu gehaald

De voorbeelden variëren van het eitje dat in het verzorgingshuis van het menu wordt gehaald tot zorgverzekeraar DSW als shirtsponsor van voetbalclub Excelsior („moet dat geld niet naar de zorg?”) of de mantelzorg. „Dat komt meestal neer op de vrouwen”, zegt Cobi Hoogerbrug. „Maar die moeten óók werken, anders betaalt hun man veel meer belasting. Dat rijdt elkaar toch in de wielen?” Mudde raakte tussen die eisen bekneld toen ze tijdens een sollicitatiegesprek bij de stroopwafelfabriek vertelde dat ze af en toe met haar bejaarde ouders meegaat naar het ziekenhuis. Ze werd op het matje geroepen bij de participatiemedewerker van de sociale dienst. Dát moet ze niet vertellen, want dan wordt ze natuurlijk niet aangenomen. „En het was een christelijk bedrijf.”

Als het over de zorg gaat, komt vaak de PVV ter sprake. Want dat valt ook op in Bergambacht: hoe vanzelfsprekend de partij van Wilders meedraait in het rijtje politieke alternatieven. Het AD schreef over PVV’ers die niet voor hun politieke voorkeur durven uitkomen, uit angst voor maatschappelijke uitsluiting. In Bergambacht spreken ze er vrijuit over. Ook als ze de partijleider zelf niet sympathiek vinden, zijn ze het toch eens met sommige van zijn opvattingen. En wat belangrijker is: ze zien dat die door geen andere partij worden gedeeld.

Kees Boerboom denkt soms: laat ze het maar proberen. „Voor vier jaar; eens kijken hoe het loopt.” Misschien is het gezond, zegt Nicolien Mudde. „Een beetje opschudding.”