Waarom die lauwe reacties op de onthullingen over voetbal?

Twee weken geleden had NRC zomaar wereldnieuws. Verslaggevers Joep Dohmen en Renée Postma onthulden dat het Russische staatsoliebedrijf Rosneft de rechtsgang in Nederland had „gemanipuleerd”. Het bedrijf, gesteund door Kremlin en geheime dienst, dicteerde in Armenië vonnissen die vervolgens in Nederland werden gebruikt (Russen misleidden hier de rechter, 25 november).

De krant bracht dat groot en kwam met een vervolg. Maar toen gebeurde er: eigenlijk niets.

Toch gek. Je zou verwachten, misschien naïef, dat de rechterlijke macht siddert na zo’n onthulling en dat Kamerleden over elkaar buitelen van verontwaardiging. Maar nee. De krant zelf liet de zaak vervolgens overigens ook rusten – vooralsnog, hoop ik.

Afgelopen week had NRC opnieuw groot nieuws – maar niet zomaar. Dit keer kwam de krant met een georganiseerde scoop van een Europees consortium waaraan zestig journalisten uit twaalf landen maandenlang hadden gewerkt, zoals een kader (keer op keer) vermeldde. Via Der Spiegel hadden die media toegang gekregen tot „1,9 terabyte aan documenten over het Europese voetbal”, geleverd door een mysterieuze bron die ‘John’ werd genoemd. NRC was gevraagd als Nederlandse partner, er volgden maanden van intensief onderzoek en tussentijdse vergaderingen in Parijs, Lissabon en Hamburg.

Resultaat: Football Leaks, waarvan u de resultaten vanaf zaterdag heeft kunnen lezen, en ook de komende twee weken nog.

Nu gebeurde er wel wat, al was dat aanvankelijk vooral: hoongelach op sociale media. Nee maar, NRC ontdekt dat profvoetbal draait om geld!

Die meesmuilende reflex doet het vakwerk en de nieuwswaarde van die stukken geen recht. De verhalen worden gerechtvaardigd met het argument dat ze inzicht geven in „de slecht verlichte achterkant” van een „miljardenindustrie”. Dat doen ze zeker. Onthullend, en ergens ook aandoenlijk, vond ik het relaas van jong talent Ricky van Wolfswinkel, een jongen die een balletje wilde trappen maar verstrikt raakte in een heel ander spel, dat van makelaars, managers en beleggers – en seizoenen op de bank zat.

Maar de reflex is wel interessant. Waarom ‘deed’ het nieuws over Rosneft zo goed als niets, en maakte Football Leaks, aanvankelijk, hoon los?

Allereerst: deze onthullingen mogen er zijn, maar komen natuurlijk niet als een totale verrassing. Dat profvoetbal een miljardenbedrijf is en voetballers ‘merken’ zijn geworden (net als, op lilliputter-schaal, journalisten) is bekend. Maar: deze scoops over belastingontduiking en wurgcontracten geven dat beeld wel heel scherp reliëf. Het is een ontnuchterende inkijk in „de treurigheid van het moderne voetbal” die tv-kijkers en supporters niet zullen kennen.

Ten tweede: voetballers zijn nog steeds volkshelden, en die mogen meer dan leden van de vermeende elite. Ik vermoed dat als deze reeks over bonus-bankiers was gegaan, of „D66-rechters”, de woede als een steekvlam was opgestoken. Het frame ‘volk versus elite’ speelt dus mogelijk ook een rol,

Ten derde: de krant heeft de productie zelf tevoren nogal hoog opgespeeld. Ook niks om je over te verbazen, eigen nieuws heeft immers, net als voetbal, marktwaarde. Organisatie kan het dan winnen van opwinding, of anders gezegd: ook de opwinding wordt georganiseerd. Maar na het tromgeroffel op vrijdagmiddag dat NRC „om 21.00 uur” met „ontluisterend nieuws” zou komen, gingen de mondhoeken op Twitter al in de smalende stand staan. In voetbaltermen: soms moet je de bal gewoon het werk laten doen.

Ik kreeg de afgelopen dagen overigens maar een paar kritische vragen over de stukken.

Allereerst: nee, er is niet voor deze informatie betaald (zoals de krant ook meldde). De bron leverde ze om niet aan, daarna is gewoon journalistiek vakwerk verricht: relevantie wegen, feiten nagaan. En waarom stonden er zaterdag geen auteursnamen bij stukken? Omdat die gezamenlijk werk waren van het consortium, en niet louter of overwegend van NRC-redacteuren. De vervolgstukken zijn dat wel.

Toch is er wel een punt met die bron. Het is goed dat de krant zo transparant mogelijk is over deze ‘John’, maar het portret van hem dat ik zaterdag van Der Spiegel las, riep ook allerlei vragen op. Rare snuiter (goed, dat zijn klokkenluiders vaak) die zijn koffie te heet en zijn bier te gretig drinkt, maar vooral: je kreeg een globaal idee van zijn motieven en de manier waarop hij dit materiaal heeft verzameld, maar niet veel meer.

Doet dat ertoe? Niet als zijn informatie klopt en maatschappelijk relevant genoeg is – en dat is het. Maar het is wel een verschil met, bijvoorbeeld, de Pentagon Papers die werden gelekt door een ambtenaar, Daniel Ellsberg, die tegen de oorlog was. Die maakte geen geheim van zijn motieven: het volk was voorgelogen. Daarmee werden zijn onthullingen direct inzet van een maatschappelijk en politiek debat.

Ook deze reeks krijgt nu, terecht, gevolgen: de fiscus gaat, hier en in Spanje, een aantal voetbalvriendelijke arrangementen nog eens onder loep nemen.

Intussen roept dit project de bredere vraag op wat NRC wil en kan met onderzoeksjournalistiek.

NRC heeft nog, in tegenstelling tot veel andere kranten en bladen, een aparte redactie voor onderzoeksprojecten. Niet gek, want zoiets vraagt specifieke vaardigheden. Maar de vraag is – menige hoofdredactie van een krant heeft er zijn tanden op stukgebeten: hou je die vakmensen apart of betrek je ze bij het actuele nieuws? Het risico van het eerste is tunnelvisie, met verhalen die uit de lucht komen vallen, het gevaar van het tweede is dat het verschil met de andere redacties verdwijnt – nu net niet de bedoeling.

Een mooie middenweg is de combinatie van onderzoekers en vakredacteuren: zoals Dohmen en Renée Postma (van de redactie Economie) samenwerkten voor het Rosneft-verhaal, Dohmen en Jeroen Wester (portefeuille zorg) voor de onthullingen over de NZa, of Esther Rosenberg en Binnenlandredacteur Andreas Kouwenhoven voor onthullingen over onveilige islamitische internaten in Rotterdam.

Kan de krant daar nog meer mee? Vast wel.

Politiek columnist Tom-Jan Meeus had het zaterdag over de „grote vragen” die op ons afkomen (Dit is een tijd van Grote Vragen, die we jaren niet hoefden aan te snijden, 3 december). Dat kun je wel zeggen, we zitten in een perfect storm van technologie, afkalven van de representatieve democratie, sociale media, Trump, Brexit, Wilders. De maatschappelijke en ideologische consensus trilt in al zijn voegen.

Zet de krant als geheel genoeg in op die „grote vragen”? Een betrokken lezeres („NRC is mijn krant”) schreef me dat zij zich wel geregeld afvraagt „wat de relevantie is van geboden artikelen”, in „deze woest bewegende tijd, waar ik af en toe helemaal niets van begrijp”. Mooi gezegd – en zij heeft geen behoefte aan meer woede, maar aan begrip van de woestheid.

Dat is een vraag naar journalistieke focus en concentratie – bij uitstek op publiek belang en dwingende maatschappelijke onderwerpen.

Dat geldt voor alle media, die zich nu uitputten in pogingen om met een omgekeerd glas tegen het behang te „luisteren” naar de boze burger. Maar het geldt extra voor NRC, begonnen als liberale krant. Het is immers juist de liberale, rechtsstatelijke consensus die nu volop onder vuur ligt.

Misschien wordt het tijd voor Liberal Leaks – iemand?

Reacties: ombudsman@nrc.nl