Interview

Vegen op hoog niveau - kampioen Jaap van Dorp: ‘Curling is topsport’

Werken en curlen, dat is wat Jaap van Dorp doet. Hij plaatste zich voor het WK. „Ik heb geleerd: deze fout bevat informatie.”

Toen ik een week of wat geleden Jaap van Dorp (26) uitnodigde voor een lunchgesprek was hij nog een onbekende beoefenaar van een tamelijk buitenissige sport. Maar toen we elkaar vorige week troffen, had hij zich voor het WK curlen geplaatst. Het weekend ervoor had hij (met zijn drie teamleden) in Glasgow op een podium gestaan. Alles erop en eraan: gouden medailles, het Wilhelmus in het stadion en een groots onthaal bij thuiskomst op Schiphol.

In één klap staat Jaap van Dorp vol in de belangstelling en de sport die hij beoefent ook. De overwinning in Glasgow verschaft toegang tot de wereldkampioenschappen én tot het toernooi dat beslissend is voor deelname aan de Olympische Spelen in 2018.

Folklore-sport van de Winterspelen

Jaap van Dorp is curler. Hij is de captain, of beter de skip van het Nederlands Curling Team. Voor veel Nederlanders hoort die sport bij de folklore van de Winterspelen. Rodelen komt voorbij, de biathlon, schansspringen. On-Nederlandse sporten, al was het maar omdat je er sneeuw en bergen voor nodig hebt. Curling is ook een vast onderdeel, het heeft iets weg van jeu-des-boules op het ijs. Of sjoelen, maar dan met loodzware schijven en spelers die als bezetenen het ijs staan te vegen om, ja, waarom eigenlijk?

Van Dorp in actie in Glasgow. (De tekst gaat verder onder de video):

In Nederland zijn er 150 curlers, hooguit. Best gek, want een ijsbaan van veertig meter is alles wat er voor nodig is, en die zijn er genoeg zou je zeggen. Nou gaat het wel om een speciaal geprepareerde ijsbaan, die wordt besprenkeld met een mist van waterdruppels die vastvriezen op het ijs. Er is maar een plek waar die techniek aanwezig is, en dat is bij de ijsbaan in Zoetermeer. En laat dat nou net de stad zijn waar Jaap van Dorp vlakbij geboren werd en naar de middelbare school ging.

Wij gaan zeker twee keer in de week naar de sportschool om op hoog niveau te vegen.

Het is maandagochtend, en Jaap van Dorp is gewoon weer aan het werk. Hij is technisch natuurkundige en heeft een fulltime baan bij

ASML, een hightech-bedrijf in Veldhoven. Voor het gemak is hij daar ook gaan wonen. Op de fiets komt hij naar de broodjeszaak in het dorpscentrum, tegenover Albert Heijn. Hij maakt niet de indruk uitgeput te zijn, ook al heeft hij de afgelopen anderhalve week vrijwel onafgebroken op de ijsbaan gestaan. Want vergis je niet, curling is (ook) een zware sport.

„Wij gaan zeker twee keer in de week naar de sportschool om op hoog niveau te vegen.” En dat komt bovenop het hardlopen en de trainingsuren doordeweeks en in het weekend op de baan. Dat vegen van het ijs, dat er voor leken wat wonderlijk uitziet, vergt conditie, kracht en balans. „In de finale stonden we tegenover de Slowaken. Ze gooiden prima stenen, maar je zag dat ze erdoorheen zaten, ze hielden het vegen niet vol.”

Een „potje” curling (een end) duurt ongeveer een kwartier. Per wedstrijd worden er tien ends gespeeld. Tel maar uit, dat is tweeënhalf uur gooien en vegen.

19,1 kilo massief graniet

Jaap van Dorp neemt een tonijnsalade en verse jus d’orange. Topsportdieet? „Geen strikt dieet, maar ik let wel op. Eiwitten zijn nodig voor het spierherstel.” Naast kracht en conditie is voor curling ook tactiek en strategie nodig, zegt hij. „Vergelijkbaar met schaken. Je moet drie, vier worpen vooruit denken. En anticiperen op de stappen die de tegenstander zal zetten.” Er zijn twee teams met vier spelers die elk, om en om, twee schijven werpen. De bedoeling is dat de stenen aan de overkant van de baan terecht komen, liefst precies in de cirkel. Elke steen levert een punt op.

Net als bij jeu des boules mogen de stenen van de tegenstander worden weggedrukt (take-out). Om de acht stenen per team zo goed mogelijk in positie te krijgen is teamwork nodig: één gooit, twee vegen, één houdt het overzicht. Het komt aan op techniek om de steen van 19,1 kilo massief graniet het ijs op te werpen, een beetje zoals bowlers of discuswerpers hun bal of schijf effect meegeven.

Tot zijn dertiende zat Jaap van Dorp op atletiek. „Ik was niet speciaal atletisch. Hard rennen vond ik vervelend. Grappig, want nu doe ik dat heel veel. Alleen hoogspringen vond ik wel leuk. Ik was op zoek naar wat anders.” In de lokale krant las hij een artikel over curling en dat werd toen zijn nieuwe sport. En die van zijn beste vriend Carlo, die hij al kende sinds groep een van de basisschool.

Carlo is nog steeds zijn teamgenoot, de twee andere leden van het team – Laurens en Wouter – zijn achttien en zitten nog op de middelbare school. Zo veel jonge curlers zijn er niet in Nederland, dat roept de vraag op of deze vier soms een eigenschap gemeenschappelijk hebben. Jaap van Dorp denkt van niet. Wat was hij voor jongen vroeger? „Een heel stille.” En, na even nadenken: „Misschien wat je noemt een nerd.”

Sport stond altijd op nummer 1

Je mag wel zeggen dat hij zijn leven om z’n sport heen heeft gevouwen. Hij ging in Delft studeren, technische natuurkunde. Natuurlijk, hij had belangstelling voor techniek, maar wat de doorslag gaf, was dat Delft te bereizen viel vanuit Benthuizen en hij thuis en vlakbij de curlingbaan kon blijven wonen. Nu woont hij op een uur en een kwartier rijden van de ijsbaan, twee avonden in de week gaat hij op en neer. „Prima te doen, zolang ik de andere avonden vroeg ga slapen.” In het weekend logeert hij dan weer bij zijn ouders.

Naast werken en curlen is er nauwelijks of geen tijd voor iets anders. „Van de 48 vakantiedagen heb ik er drie voor mezelf gebruikt, de rest ging op aan wedstrijden en toernooien. Eten met vrienden? Doe ik zelden. Naar feestjes ga ik al helemaal niet.” Een vriendin?, pols ik. Ja, glundert hij. Ze is 22, Hongaarse én curler. Ze was ook op het EK en won net als hij goud. Twee van zijn drie teamleden hebben ook een curlende vriendin. „Carlo’s vriendin zit in het Nederlands damesteam, Laurens ontmoette zijn Zwitserse vriendin op een curlingkamp.”

Voor het programma Bureau Sport gingen Frank Evenblij en Erik Dijkstra naar de curling-kampioen van Nederland. De tekst gaat verder onder de video.

Waterdruppels smelten

Curlen is weerstand, grip, glijden, rotatie, remming, afbuiging, snelheid. Hoe langzamer de steen glijdt, hoe meer die afbuigt. Hoe meer de steen roteert, hoe minder grip die heeft op het ijs. Door het ijs vóór de steen te vegen, komt er warmte vrij, de bevroren waterdruppels smelten, de steen ondervindt minder weerstand en kan wel twee of drie meter verder glijden.

De vegers laten je weten hoe hard de steen gaat

Elk onderdeel van het spelletje gehoorzaamt natuurkundige wetten. Speelt Jaap van Dorp het spel als een curler of als een natuurkundige? Speelt hij op intuïtie of op berekening? „Je neemt alle factoren mee. Je schat de ijsconditie in, de vegers laten je weten hoe hard de steen gaat en waar zij denken dat hij terecht zal komen, je ziet welke lijn de steen volgt. En dan doe je een educated guess.”

Als skip zet Jaap van Dorp, letterlijk, de lijnen uit die de steen moet volgen om het doel te bereiken. De vegers roepen naar de skip hoe hard zij denken dat de steen gaat. De skip roept terug of er geveegd moet worden of niet en zo ja, hoe hard of zacht. Vandaar al dat gebrul langs de ijsbaan. „Wij noemen dat communiceren. Ik zeg vooral yep en ho.” En dat gaat onder hoge druk, tussen worp en eindpunt zit vijftien seconden. Met tijdsdruk heeft Jaap van Dorp niet zoveel moeite, en ook niet met het werpen van de laatste, soms beslissende steen – de hammer is altijd voor de skip. Tactiek en strategie zijn bij hem in goede handen. „Ik hou van puzzelen, van raadsels oplossen, van sudoku’s.”

Canada: curlingmekka

Waar hij hard aan heeft moeten werken is „de mentale kant”. Van nature, zegt hij, is hij „geen outgoing persoon die vanzelfsprekend de leiding neemt.” Met een sportpsycholoog heeft hij gewerkt aan „zelfvertrouwen uitstralen”. Niet te lang blijven hangen „in de emotie” na een gemiste steen. „Ik heb geleerd te denken: deze fout bevat informatie. Als dit, dan dat. Volgende keer doe ik het anders.”

Over emotie gesproken, hij maakt niet de indruk uitzinnig van blijdschap te zijn. Maar hij is het wel, zegt hij. Het Europese goud kwam niet uit de lucht vallen, daar zit een stappenplan van acht jaar achter. Curlen voor de lol, werd curlen voor het nationale team van Nederland. Ze kregen een bondscoach, Shari Leibbrandt uit Canada. „Het curlingmekka. Daar is het de tweede sport na ijshockey.”

Langzaam melden zich nu sponsors – een schoonmaakbedrijf voelde zich aangesproken door de bezems. Maar de bondscoach is vrijwilliger en de jongens betalen bijna alles zelf. Van vluchten en hotels bij toernooien tot al het eten. Al die uren en euro’s voelen niet als een offer, zegt Jaap van Dorp. Het doel was: naar de Olympische Spelen. Nog één stap te gaan.