Column

Vazallen rekenen af bij de NAVO-kassa

Vooralsnog wijst niets erop dat Donald Trump, eenmaal in het Witte Huis, zal veranderen in een bedachtzaam strateeg. De hoop dat het gewicht van ambt en traditie hem zullen intomen, is ijdel. Trumps recente telefoontje met de premier van Taiwan doorkruiste alle diplomatiek protocol en vier decennia ontspanningspolitiek met China. De ontstelde Chinezen waren zo beleefd het als beginnersfout af te doen – maar dat zal bij elk volgend incident moeilijker worden. In Azië zijn Amerika’s bondgenoten Japan en Zuid-Korea nu al flink zenuwachtig. In Europa vooralsnog enkel de Balten en Polen, met de blik op Moskou. De rest wacht af. Toch weten we wat komt. Trump vindt al dertig jaar dat de VS-bondgenoten te weinig betalen voor hun militaire bescherming. Als Amerika’s Commander in Chief – en dus feitelijke leider van de NAVO – zal hij dat komend jaar ook de Duitse, Franse, Britse, Nederlandse en andere Europese leiders zeggen. Bescherming tegen betaling. Een glasheldere transactie. Maar wel een die de morele bodem onder het Transatlantische bondgenootschap, waarin Amerika en Europa samen op de bres staan voor vrijheid en democratie, weg slaat, en de krachtsverhoudingen pijnlijk blootlegt. Als de NAVO-leden bij de kassa in Washington moeten afrekenen voor militaire bescherming zijn we geen bondgenoten meer, maar vazallen. Zichtbaar ondergeschikten in een feodale verhouding, geen zelfstandige spelers.

Natuurlijk kunnen we ons schikken in de status van vazal. Glorieus is het niet, maar sommige regeringen of bevolkingen vinden het wellicht prima. „Laat de Amerikanen zich bekommeren om Rusland, China of Iran; geen gezeur aan onze kop.” Toch betaal je met die houding een prijs (afgezien van het beschermgeld). Als vazal verlies je het vermogen je eigen belangen en waarden te verdedigen, als onderscheiden van die van je beschermer. De frictie zit bij de belangen, minder bij de waarden. Verklaringen na NAVO-toppen zullen ook onder Trump bol blijven staan van de shared values, vrijheid en democratie voorop. Daar zit de pijn niet. De kernvraag luidt veeleer: vallen ook Europa’s belangen samen met de Amerikaanse? Voor wie dat vindt is onderschikking aan Washington geen probleem; het is de kijk van de Britten, de Denen en meestal ook van Nederland. Of is er een verschil tussen Europa’s plaats in de wereld en die van Amerika? In dat geval is enige strategische autonomie gewenst; aldus bijvoorbeeld de Fransen en veel Duitsers. Neem Rusland: voor Europa een moeilijke buur, voor Amerika een overzeese ex-aartsvijand. Of neem de Syrië-oorlog: voor Amerika een prestigeconflict, voor ons een nabije bron van vluchtelingen.

Onder president Trump zullen de barsten tussen Amerika’s en Europa’s belangen snel groter worden. De nieuwe president zal geen moeite doen ze retorisch toe te dekken. Hij definieert Amerika’s belangen nauwer en egoïstischer dan al zijn voorgangers sinds 1945, en is er trots op. Het is de belofte aan zijn kiezers. Dus wordt het voor de Europese landen dringender zelf hun belangen te kunnen verdedigen, handelingsvermogen te ontwikkelen. Omdat wat er in Afrika, in het Nabije Oosten of in Rusland gebeurt voor ons anders, veeleer harder, aankomt dan aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. Vandaar dat in Brussel en tussen EU-hoofdsteden voorzichtigjes over ‘externe veiligheid’ wordt gepraat, ook weer op de EU-top volgende week. Wat hierbij steeds ontbreekt, alle goed bedoelde pogingen ten spijt – de laatste van EU-buitenlandvertegenwoordiger Mogherini in juni 2016 – is een bepaling van onze gedeelde strategische belangen als Unie van lidstaten. Nu zijn het steeds klappen uit de buitenwereld – Ruslands inval op de Krim in 2014, een vluchtelingenstroom vanuit Turkije in 2015 – die het besef van gezamenlijkheid afdwingen. In de Trump-wereld vanaf 2017 is dat niet genoeg.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, en hoogleraar Europees recht en Europese studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).