Trump en zijn drang om generaals te benoemen

Guus Valk belicht in deze rubriek de voorbereidingen van Donald Trump op zijn inauguratie als president van de VS op 20 januari.

Washington, de stad waar Donald Trump over zes weken ingehuldigd wordt, ligt er verlaten bij. Bij het Witte Huis en het Capitool wordt aan podia getimmerd, en dat is het verder wel. Het Congres gaat met reces, en Washingtonians nemen emotioneel even pauze. „Je kunt niet drie maanden lang woedend en radeloos zijn”, merkte een ambtenaar in mijn buurt op.

Journalisten die actie willen, nemen de trein naar New York. Daar gebeurt het nu. Bij de lift van Trump Tower, om precies te zijn. Op die plek staan iedere dag tientallen cameraploegen te wachten, om bezoekers van de president-elect op te vangen. Wie een afspraak met Trump heeft, maakt kans op een post in zijn kabinet. En omdat Trump buiten zijn Twitteraccount nauwelijks met de buitenwereld communiceert, is dit alles wat we weten.

Donderdag wandelde een kleine man de lift uit. Het was admiraal b.d. James Stavridis, die de laatste dagen vaak genoemd wordt als mogelijke minister van Buitenlandse Zaken. Hij had net, zo leek het, zijn auditie gehad. Hij moet onder meer concurreren met een ander gezicht van het leger: generaal David Petraeus. Of hij op de shortlist staat? Stavridis lachte de vraag weg. „Als dat een lijst voor korte mensen is: zeker.”

Hoeveel generaals en admiraals kun je eigenlijk in een kabinet benoemen? vroeg Trump volgens tijdschrift Time deze week aan zijn adviseurs. Hij heeft er al drie, en zou er zeker twee bij willen. Vijf, geen naoorlogs kabinet heeft zo’n groot aandeel van het leger gehad. En dat terwijl Trump vaak heeft aangekondigd een periode van America First te willen, zonder inmenging in het buitenland. Waar heb je, behalve de aangekondigde bombardementen op Islamitische Staat, dan al die generaals voor nodig?

Tijdens zijn campagne liet Trump vaak merken dat hij legerleiders bewondert. Hij prees vaak generaals uit het verleden, zoals George Patton en Douglas MacArthur. Het waren mannen die geen blad voor de mond namen, zei hij dan. Ze hadden ongemakkelijke waarheden voor politici. Het gaat Trump om meer dan alleen de stijl, zei een vertrouweling van Trump tegen Politico. Hij heeft vertrouwen in de ordelijke wereld van het leger. „Hoe meer versieringen op je uniform, des te meer is hij onder de indruk.”

Trump zelf gaf van die bewondering blijk in een gesprek met de redactie van The New York Times. Hij was altijd voor martelen van vermeende terroristen geweest, en maakte zelfs een groot punt van waterboarden in zijn campagne. Tot hij ging praten met generaal James ‘Mad Dog’ Mattis, de beoogde minister van Defensie. Mattis zei tegen Trump dat martelen ineffectief is. „Geef me een pakje sigaretten en wat biertjes, en ik haal betere resultaten.” Trump was „zeer onder de indruk” van dat inzicht, zei hij.

Met de benoeming van Mattis op Defensie breekt Trump met de oude regel dat een burger dit departement bestuurt. Generaals moeten minstens zeven jaar met pensioen zijn, om te voorkomen dat het leger zichzelf gaat leiden. Mattis is nog maar drie jaar uit dienst, en heeft dus speciale toestemming van het Congres nodig.

Trump droeg nog twee generaals voor. Generaal b.d. John Kelly wordt minister van Binnenlandse Veiligheid, een belangrijk departement dat onder meer over burgerlijke vrijheden gaat.

De meest omstreden benoeming is zonder twijfel die van Luitenant-generaal Michael Flynn tot Nationale Veiligheidsadviseur. Flynn trok de laatste jaren vooral de aandacht met complottheorieën die hij via Twitter verspreidde, en met zijn vele optredens op Russia Today. Zo retweette Flynn een bericht waarin Barack Obama een ‘jihadist’ werd genoemd. Vorige maand schreef hij nog dat Hillary Clinton volgens een politierapport betrokken was bij het witwassen van geld, en „seksueel misbruik met kinderen”.

Trump lijkt in militaire leiders hun discipline te waarderen. Maar de drie generaals die hij tot nu toe aangewezen heeft, verschillen sterk van elkaar. Mattis is een ervaren militair, die voor voorzichtige tactieken pleit. John Kelly is voor strenge grenscontroles, maar kritiseerde Barack Obama over zijn onvermogen om Guantánamo Bay te sluiten. Flynn is vooral onberekenbaar.

Maar één eigenschap delen ze: een grote mond. Daar moet Trump mee leren omgaan.