Sabelgekletter langs de nieuwe frontlinies

De nieuwe Europese frontlijn

Rusland ziet het Westen oprukken. NAVO-landen zien het omgekeerde: provocaties door het assertieve Rusland van Poetin. Wat zijn de feiten? Correspondent Steven Derix op reis langs de nieuwe frontlijn.

Fort Alexander I, onderdeel van de vesting Kronstadt, in de baai van Sint-Petersburg, officieel in 1845 in gebruik genomen. Aan het eind van de negentiende eeuw was het militair zonder betekenis en werd het fort alleen nog als opslagplaats gebruikt. Foto George Steinmetz/Hollandse Hoogte

Het dooit in Kronstadt, maar de middenhaven ligt nog vol ijsschotsen. Een vuile wind waait uit de Finse Golf.

De gepensioneerde man staat hier elke dag. Ingenieur, tweeëndertig jaar gewerkt meneer, op de marinewerf links van ons. Nee, zijn naam doet er niet toe. Hij wijst: dat is het opleidingsschip Smolny, dat in de jaren zeventig in het Poolse Gdansk te water werd gelaten. Daarvoor: de korvetten Oerengoj en Zeljonodolsk, nog gebouwd in de voormalige DDR. „Veteranen”, zegt de oude man liefkozend.

En waar zijn de moderne schepen?

„Op zee, aan het front!”, zegt hij. „Weet u wel wat daar aan de hand is? Hele Amerikaanse eskaders varen daar!” De man kijkt me indringend aan. „De Zweden gaan raketten plaatsen op [het eiland] Gotland. De Zweden!”

Zweden als bedreiging voor Rusland – de geschiedenis komt tot leven op deze ijskoude kade. De versterkte havenstad Kronstadt werd gebouwd om de Zweedse vloot op afstand te houden. In 1703 stichtte Peter de Grote zijn nieuwe hoofdstad even verderop, in de moerassige delta van de rivier de Neva. Om Sint-Petersburg te beschermen bouwde Peter een fort op dit eiland. Drie eeuwen later is Kronstadt nog steeds een vesting, ingeklemd tussen de negentiende-eeuwse bastions en de marinehavens van de Baltische vloot.

Achter ons in het park, waar de wind door de kale bomen huilt, heeft de bronzen tsaar een goed uitzicht op zijn schepping. „De verdediging van de vloot en van deze plaats, met alle kracht en tot de dood er op volgt, is onze hoogste opgave”, staat er in archaïsch Russisch op zijn sokkel.

Voor de inwoners van Kronstadt is dat meer dan een echo uit het verleden. Een kwart eeuw na het einde van de Sovjet-Unie staan Rusland en het Westen weer lijnrecht tegenover elkaar. „We zijn teruggevallen in een nieuwe Koude Oorlog”, zei de Russische premier Dmitri Medvedev begin dit jaar tijdens de veiligheidstop in München.

Het front van de nieuwe Koude Oorlog loopt hier, in het Baltische gebied. NAVO-gevechtsvliegtuigen moeten soms meerdere keren per week opstijgen om Russische straaljagers te onderscheppen. Russische Soechojs scheren zonder toestemming door het luchtruim van Finland en Estland. De afgelopen zomer vlogen twee SU-24’s zó laag over het Amerikaanse marineschip Donald Cook, dat de matrozen de piloten zowat in de ogen konden kijken.

Nucleaire bommenwerpers

Het is duidelijk: de Russen zijn terug van weggeweest. In de afgelopen jaren hebben Russische strijdkrachten een steeds offensievere houding aangenomen in het Baltische gebied. In 2013 vlogen twee nucleaire bommenwerpers, begeleid door jachtvliegtuigen, richting de Zweedse kust.

Deense F-16’s werden in allerijl opgetrommeld – de Zweedse luchtmacht had vrij gekregen voor de Paasdagen. Zweden en Finland werden opgeschrikt door indringers onder water – waarschijnlijk Russische onderzeeboten. De Finse marine wierp zelfs kleine explosieven af om de indringer te verjagen.

De Russische annexatie van de Krim en Moskou’s hybride oorlog in Oekraïne hebben paniek veroorzaakt in de Baltische Staten. De VS lieten weten ruim drie miljard dollar extra uit te trekken, onder meer voor het stationeren van militair materieel (pantserwagens, tanks) in het Baltische gebied en Oost-Europa. Deze zomer kondigde de NAVO aan vier internationale bataljons (in totaal zo’n 4.000 militairen) te stationeren in Estland, Letland, Litouwen en Polen.

De verhoogde activiteit van de NAVO valt slecht in Rusland. Moskou beschouwt de toetreding van Estland, Letland en Litouwen tot de NAVO (in 2004) als een strategische bedreiging. Het aanstaande lidmaatschap van Montenegro bevestigt het beeld dat de NAVO bezig is Rusland te ‘omsingelen’. Ook het Associatieverdrag tussen Oekraïne en de EU draagt bij aan dit beeld. Voor Moskou is het helder: het Westen rukt op naar de Russische grens.

De Russische staatstelevisie, die wordt gecontroleerd door het Kremlin, maakt een groot nummer van elke NAVO-oefening in het Oostzeegebied. Vorige week riep het Estse ministerie van Defensie 300 reservisten op – een routine-oefening. In Rusland was dat nieuws.

Andersom volgen NAVO-landen het grote aantal Russische ‘verrassingsmanoeuvres’ langs de grens met argusogen.

Onbeantwoord

In dit klimaat heeft de Russische marine niet veel trek in een bezoek van een westerse correspondent. E-mails naar de staf van de Baltische Vloot blijven onbeantwoord. Een woordvoerder van de ‘Noordelijke scheepswerf’ laat weten dat de autoriteiten niet dol zijn op het ontvangen van „buitenlandse journalisten”. Zelfs de Marine-academie in Sint-Petersburg – toch een onderwijsinstelling – wil eerst persoonlijk kennismaken. Het gesprek in een Petersburgs café heeft veel weg van een verhoor – al heeft de zenuwachtige persofficier donker bier besteld om te toasten op onze vriendschap. „Wilt u mij wel laten weten waar u naar toe gaat?” vraagt hij aan het einde van het gesprek.

In antwoord op de maatregelen van de NAVO trekt Rusland nog meer troepen samen. Begin dit jaar kondigde minister van Defensie Sergej Sjojgoe aan dat er drie nieuwe divisies (zo’n 30.000 militairen) zullen worden gevormd die zich richten op de Baltische Staten, Wit-Rusland en Oekraïne.

Moskou is ook bezig de Russische exclave Kaliningrad in een vesting te veranderen. Vorige maand werden Iskander-raketsystemen naar Kaliningrad verscheept. Deze ballistische raketten reiken tot Warschau en kunnen worden voorzien van een kernkop. De Russen kondigden ook de stationering van andere moderne wapens aan: S-400 luchtafweersystemen en ‘Bastion’-raketten tegen schepen. Door de strategische ligging van Kaliningrad bestrijken deze raketten de hele regio.

Generaal Frank Gorenc, commandant van de Amerikaanse luchtmacht in Europa, waarschuwde vorig jaar dat Rusland bezig is een ‘no go-zone’ te creëren voor vliegtuigen van het bondgenootschap.

Eind oktober voeren twee Russische korvetten de Oostzee in – eerder had Rusland nog laten weten dat de schepen onderweg waren naar het Middellandse Zeegebied. De Serpoechov en de Zeljony Dol kunnen de nieuwe Russische kruisvluchtwapens afvuren. Vorig jaar werd de ‘Kalibr’-raket voor het eerst ingezet tegen doelen in Syrië. Het was een demonstratie van Ruslands herwonnen militaire zelfvertrouwen.

Verwaarlozing

De Russische strijdkrachten zijn zich aan het herstellen van jarenlange verwaarlozing. In 2010 lanceerde de regering Poetin een omvangrijk investeringsprogramma (à 700 miljard dollar) dat er voor moest zorgen dat in 2020 70 procent van het militair materieel uit Sovjettijden is vervangen. Rusland bouwde nieuwe tanks (de T-14 ‘Armata’) en werkt aan een eigen ‘stealth’-jager (de PAK-FA).

In 2015 gaf Rusland ruim 66 miljard dollar uit aan de strijdkrachten. Alleen de VS, China en Saoedi-Arabië staken het afgelopen jaar in absolute bedragen meer in hun defensie. Door economische crisis was Rusland dit jaar gedwongen de defensie-uitgaven iets terug te schroeven, een trend die doorzet in 2017. Toch wordt nog altijd ruim 5 procent van het bbp besteed aan de strijdkrachten. Bijna alle NAVO-landen (behalve de VS) zitten ver onder de 2 procent die ze onderling hebben afgesproken.

Ook de activisten van de organisatie ‘Soldatenmoeders van Sint-Petersburg’, die zich inzetten voor de rechten van Russische soldaten, merken het nieuwe militaire elan. Nog altijd leunen de Russische strijdkrachten op dienstplichtigen: elk jaar worden zo’n driehonderdduizend jongemannen opgeroepen. Nog niet zo lang geleden kwamen er elk jaar honderden rekruten om door pesterijen, bizarre ongelukken en zelfmoord. Inmiddels is de dienstplicht teruggebracht van twee tot één jaar en zijn de levensomstandigheden langzaam aan het verbeteren, vertelt jurist Aleksandr Gorbatsjov. „En er wordt veel meer geoefend. Dat is geen geheim.”

Het animo voor de dienstplicht groeit. „Mensen willen in het leger”, zegt voorzitter Ella Poljakova – een pacifiste in hart en nieren. „De propaganda leert hun dat het goed is om te vechten, om te sterven voor het vaderland.” Ze zucht: „Oorlog is de norm geworden. Mensen wordt geleerd om te haten. Dat alle problemen van Rusland de schuld zijn van het buitenland.”

Boulevards

Op straat is het al donker. Woonwerkverkeer verstopt de brede boulevards van Sint-Petersburg, goed geklede stedelingen haasten zich door de natte sneeuw naar huis. Deze hippe mensen zouden evengoed in Talinn, Riga of Helsinki kunnen rondlopen. Maar als de Petersburgers vanavond hun televisie aanzetten, is de kans groot dat ze te horen krijgen over de dreiging van de NAVO – nog geen tweehonderd kilometer van hier.

De Balten mogen zich zorgen maken over de Russen, volgens de Russische tv staat de NAVO aan de poorten van Sint-Petersburg.

Op papier lijkt het Russische leger met 756.000 militairen indrukwekkend – hoewel de VS twee keer zoveel personeel in dienst hebben. Maar slechts een klein deel van de strijdmacht is daadwerkelijk inzetbaar. Westerse deskundigen schatten dat ongeveer een derde van de Russische landmacht is ‘hervormd’ tot een niveau dat volgens de Britse analist Mark Galeotti „de hoogste NAVO-standaard” benadert. Anders gezegd: tweederde van de Russische strijdkrachten is níet op dat niveau.

Sinds de oorlog in Oekraïne houdt Rusland permanent een grote strijdmacht paraat aan de grens. De regering in Kiev waarschuwt regelmatig voor een op handen zijnde ‘invasie’. Maar als Rusland de troepen zou terugtrekken, zou het Oekraïense leger korte metten maken met de twee pro-Russische republiekjes in Donetsk en Loegansk. Bovendien is er de operatie in Syrië. Maar weinig analisten denken dat Rusland voldoende troepen heeft voor een derde militair avontuur.

Of neem de Baltische vloot. Die is bij nadere beschouwing helemaal niet zo indrukwekkend. In de haven van Kronstadt laat Jevgeni zijn bibberende schnautzer uit. Jevgeni is een lopende encyclopedie op het gebied van militaria. Hij geeft een enthousiaste rondleiding tot aan het hek op de kade, dat voor ons gesloten blijft. Rechts van ons ligt een onderzeeër roerloos in het water.

Is de Baltische Vloot een bedreiging voor de NAVO? Jevgeni moet hard lachen. Dan somt hij op: één destroyer, twee schepen die je als ‘fregat’ zou kunnen omschrijven, vier korvetten, twee onderzeeboten. De rest is klein spul.

„Minder dan de Nederlandse marine”, merk ik op.

„Nauwelijks genoeg om Sint-Petersburg mee te verdedigen”, zegt Jevgeni. „Weet je? In 1988 lagen er bij Liepaja in Letland 120 onderzeeboten.” Hij grijnst. „Daar kon je nog wat mee beginnen.”

Waarom dan die paniek in het Westen?

„Ze zijn bezig elkaar de stuipen op het lijf te jagen”, zegt Jevgeni. En dat komt de militairen goed uit – aan beide zijden. „Als er dreiging is komt er méér geld voor nieuw materieel.” Jevgeni kan het weten, want hij werkt zelf in de defensie-industrie.

Twee dagen na ons kennismakingsgesprek meldt de persofficier van de Marine-academie dat hij mijn aanvraag voor een interview heeft doorgestuurd naar Moskou, waar de generale staf er naar zal kijken. Ondertussen is door al het wachten mijn reisschema onder druk komen te staan. Dan maar met het vliegtuig – via Helsinki. Tussen Sint-Petersburg en Tallinn zijn er geen vluchten.