Opinie

    • Youp van ’t Hek

Peter de Grote

Jaren geleden luisterde ik op de terugweg van een voorstelling naar Met het oog op morgen op de radio. De presentator van dienst was de EO-coryfee Tijs van den Brink en hij deed dat goed. Tegen het eind van de nogal brave uitzending belde hij met de tekenaar Peter van Straaten, van wie net een boek met erotische prenten was verschenen. Een geestig boek met broeierige tekeningen waarop mensen op de meest mogelijke en onmogelijke plekken opgewonden met elkaar in de weer waren. Of juist niet opgewonden, waardoor de tekeningen nog schrijnender werden. En geestiger. Er ontstond een van de leukste gesprekken die ik ooit op de radio gehoord heb. Kwam door de fantastische combinatie van de diepgelovige Tijs en de altijd rustige Peter.

Tijs wilde van Peter weten waarom hij die tekeningen had gemaakt. Aan de toon van zijn vragen hoorde je dat de godvrezende presentator niet heel erg enthousiast was over de in zijn ogen ronduit vieze plaatjes. Vrees ook dat hij dat van zijn god niet mocht zijn. In elk geval niet van zijn zwartekousendominee. Tijs begreep niet waarom Peter al die viezigheid getekend had. En Peter begreep de vragen van gereformeerde Tijsje niet. Hij snapte niet wat Tijs er vies aan vond. Op zijn altijd aimabele toon bleef de tekenaar heel beleefd reageren op de vragen van Tijs, die het gewoon een smerig boek vond. Maar het was geen smerig boek. Althans dat vond Peter. En Peter had gelijk. Het was een geestig boek. Een knipoog naar onze benauwde seksuele moraal en ook een glimlach naar de pornografie. Je zag mensen tijdens slaapverwekkende vergaderingen onder tafel druk in de weer. Niet in gedachten, maar in het echt. Van die plaatjes waar je hard om moet lachen. Vooral omdat ze door Peter getekend zijn. Mooi gekrast en zo droevig leuk. Eenzame zielen, onmachtige tobbers, uitgebluste stellen, grijze kantoormuizen, kortgeknipte overgangsmutsen en ga zo maar door. In de gewone tekeningen van Peter zijn ze al jaren meedogenloos leuk, maar als hij zijn personages ook nog eens in opgewonden standjes toont dan wordt het dubbel treurig.

En drie keer zo grappig. Maar als je dan aan een gereformeerde presentator moet gaan uitleggen wat er geestig aan is, wordt het ingewikkeld. Maar voor mij, iemand die gek is op mooie misverstanden, waren het gouden radiominuten. Peter van Straaten, decennialang de absolute koning-keizer-admiraal van onze droefgeestigheid, moest aan een gereformeerde fatsoensrakker uitleggen wat er leuk was aan zijn erotische plaatjes. En Peter deed dat niet. Hij legde zijn werk niet uit. Hij liet de vragen onbeantwoord en dat maakte het gesprek per seconde spannender. Bij mij liepen de tranen van het lachen over mijn wangen en je zag Tijs zweten in zijn Hilversumse studiootje. Kwam door de glorieuze Peter die die ronduit wanhopige Tijs weigerde te snappen. Wat was er nou vies aan seks? Niks toch?

Het mooie van de dialoog was dat je Tijs steeds meer hoorde wegzakken in zijn fatsoensmoeras. Want inderdaad: wat is er vies aan seks? Tijs wist het zelf ook niet. Die maakte natuurlijk ook wel eens een bevrijdend wipje met mevrouw Van den Brink. En opeens zag ik zijn preutse echtgenote gebogen over een middeleeuwse statenbijbel staan, terwijl de presentator…

Dat pornografische beeld kwam niet door Peter, maar door Tijs, die maar krampachtig vragen bleef stellen aan de uiterst kalme tekenaar. Wat bedoelde hij nou toch met die vieze plaatjes? Wat was er nou leuk aan? Waar was het goed voor?

Tijs wist het niet, maar die aardige Peter wist het ook niet. Hij tekende omdat het leuk was. Zei hij ook altijd: het moest wel leuk zijn. En óf hij leuk was! Nooit gemeen leuk. Het was droef leuk. Schrijnend leuk. Prachtig leuk. Je had mededogen met al zijn dronkelappen en eenzame vrouwen van middelbare leeftijd. Dat kwam door de manier waarop hij ze op papier zette. Net als in zijn politieke prenten. Niemand die zo goed een meelijwekkende Wilders neer kon zetten als Peter van Straaten. Je vond Geertje meteen zieliger dan je hem normaal al vond. Humor die je aan niemand uit kan leggen. Domweg omdat-ie niet uitgelegd hoefde te worden. Elke tekening was kraakhelder. En daarom was het gesprek tussen Tijs en Peter zo onbedaarlijk amusant.

    • Youp van ’t Hek