Op een woonboot tegen de stroom in

Hoe word je wie je bent? Sunny Bergman maakt spraakmakende documentaires. De nieuwste, Wit is ook een kleur – eveneens een boek – is volgend weekend op tv. Als kind rook ze naar dieselolie.

Vieze stinkzigeuner

Als je ouders anders zijn dan andere ouders krijg je dat mee. En dan wil je soms dat ze gewoner zijn.

Niet normaal is bijvoorbeeld, vinden de zoons (9 en 12) van Sunny Bergman, dat je ouders geen breedbeeldtelevisie in huis willen. Ook ongewoon: dat je moeder belt om te zeggen dat ze is gearresteerd. Dat gebeurde twee jaar geleden, bij het filmen tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet, en twee weken geleden weer, tijdens de intocht van Sinterklaas.

Dus het went, zou je kunnen denken. Maar op het schoolplein wordt er natuurlijk wel wat van gezegd.

Sunny Bergman weet hoe het voelt, „dan schaam je je”. Zij wilde vroeger soms ook dat ze uit een doorsnee gezin kwam, „bijvoorbeeld als mijn moeder me van school kwam halen en dan op blote voeten liep”.

Of als andere kinderen tegen haar zeiden dat ze stonk, erger nog: haar uitscholden voor vieze stinkzigeuner. Dat kwam: „We woonden op een boot. Daardoor hing er altijd een geur van dieselolie uit de machinekamer in onze kleren.”

Of neem die keer op de lagere school dat het gesprek ging over gescheiden ouders. Jezus vindt scheiden niet erg, had de juffrouw gezegd. Maar op de hele school was er maar één gezin waarvan de ouders waren gescheiden: het hare. „Dus dat ging over mij, over ons. Ik moest toen heel erg huilen.”

Hippieleven

Richard Bergman en Trilby Fairfax ontmoetten elkaar in de tram in Amsterdam, schreef documentairemaakster Sunny Bergman (Beperkt houdbaar, Sunny side of sex, Zwart als roet) in 2013 in het eerste hoofdstuk (titel: ‘Niet normaal’) van haar boek Sletvrees: „Mijn moeder was afkomstig uit een voorname Engelse familie en had net een studie politicologie en filosofie aan de Universiteit van Oxford afgerond. Ze was op wereldreis gegaan om zich af te zetten tegen haar achtergrond. Mijn vader was een langharige provo die ludieke acties uitvoerde. Ze vonden elkaar in hun gedeelde interesse voor Marx, geestverruimende middelen en communes.”

De wereldreis kwam er niet meer van: Trilby bleef bij Richard. Ze kregen twee kinderen, na zes jaar scheidden ze. Richard bleef in Amsterdam wonen, Sunny en Tijmen gingen met hun moeder en hun nieuwe stiefvader, Peter, naar een woonboten-enclave bij Vreeland, een dorpje aan de Vecht.

Uit het boek: „Ons gezin leefde een onvervalst hippieleven. Mijn moeder leerde me het onderscheid tussen ons, de bootbewoners, de vrijbuiters – en de dorpelingen, de nette mensen. Thuis hoefden we niet met mes en vork te eten, maar in het dorp moest dat wel. Op de boten kon je altijd zeggen wat je gevoel je ingaf, maar bij de mensen in de nette huizen kon dat niet.”

Stamcafé

Tijmen Bergman herinnert het zich zo: „Macrobiotisch eten, veel poëzie, veel new age, heel veel muziek. Wandelen, wildkamperen. Tof en ruig. En liefdevol, vooral dat ook.”

Een besef van anders zijn, herinnert hij zich dat? „Nauwelijks. Alleen dat er altijd wat werd gezegd over die stank van diesel.”

Op de boten had je meer jongens dan meisjes. „Die vormden een hechte groep, een soort clan. Dus dan hoorde je er op school misschien weleens niet bij, maar thuis was dat gevoel er niet.” En zijn zus? „Die zat altijd meer binnen, te lezen en te schrijven.”

In het weekend gingen ze naar hun vader. Tijmen: „Hij nam ons op zaterdagmiddag mee naar zijn stamcafé, waar over politiek werd gediscussieerd.”

Sunny: „Dat interesseerde me enorm.”

Richard Bergman: „Ze was heel nieuwsgierig, ze bleef maar doorvragen. En ze was ook eigenwijs. Ze nam dingen niet voor zoete koek aan.”

Tijmen: „Ze kreeg meer van die discussies mee dan ik, denk ik. Ze was ook twee jaar ouder natuurlijk.”

Sunny: „Als ik dan later bij vriendinnetjes thuis kwam ging ik het communisme verdedigen. Waarom zou een vuilnisman niet evenveel verdienen als een huisarts: dat soort redeneringen.”

Richard Bergman: „Ze ging tegen de stroom in. Daarin leek ze wel op mij, ja.”

Haar broer ziet het zo: „Onze ouders zijn allebei activistisch. En ze hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel. Mijn vader in praktische zin, als overtuigd communist uit een arbeidersmilieu. Mijn moeder is upper class, zij liet ons zien: je kunt van je leven maken wat je je ervan voorstelt, the sky is the limit.”

Twee keer een voorbeeld dus. Tijmen: „Sunny combineert het concrete van onze vader met het filosofische van onze moeder.”

Bijna hetzelfde broekpak

De middelbare school in Breukelen was 10 kilometer fietsen. Sunny Bergman: „Daar droegen de meisjes kleren van Benetton en Oilily. En ze zaten op hockey.” Ze gaf er kort aan toe, maar: „Hockey was niet leuk. En die kleren pasten niet bij mij.”

Ze viel weer op, maar anders dan op de lagere school. Lex Hesterman, leraar Nederlands: „Grammatica vond ze niet bijster interessant, maar zodra het over literatuur ging, of als er werd gediscussieerd, bloeide ze op. Dan wilde ze praten over hoe de wereld in elkaar zat.” Cor Struijk, leraar Engels: „Ze viel op als iemand die opkwam voor haar meningen. In de zesde klas was er een keer de opdracht een werkstuk te schrijven en haar essay was ge-wel-dig. Het ging over een psychologisch onderwerp, ze had wel honderd pagina’s volgeschreven. Ik heb haar een tien gegeven.”

De fietstocht naar school ging met een groepje meisjes uit het dorp. Barbara Regeer was één van hen. Sunny en zij hadden niet op dezelfde lagere school gezeten, herinnert zij zich een gevoel van anders zijn? Barbara Regeer: „Nee, al hoorden we allebei niet bij de kakkers. Ik had wel eens merkkleren aan, maar die waren dan tweedehands. Een keer droegen we bijna hetzelfde broekpak, Sunny en ik: toen hadden mijn moeder en haar stiefmoeder, de nieuwe vrouw van haar vader, hetzelfde model uit de Knip gebruikt.”

Sunny kwam ook bij hen thuis. „Mijn vader had een kantoorbaan, hij kwam thuis in pak, en zij was dan van: jij hebt economie gestuurd hè, hoe denk jij over… en vervolgens kwam er iets politieks. Ze liet hem dan heel lang praten, met alleen zo nu en dan tussendoor een aha, of een uhuh, om hem aan te moedigen om door te gaan.”

Gewoon. Een Skoda

Barbara Regeer werkt aan de Vrije Universiteit. Ze gebruikt, zegt ze, in colleges soms een belevenis uit hun gedeelde middelbare schooltijd, als voorbeeld van onbevangen nieuwsgierigheid. Dit voorbeeld: „We moesten een opdracht maken over subculturen en Sunny had bedacht: ‘Dan gaan we naar de VPRO’. Toen we daar in de kantine zaten, raakte ze in gesprek met leden van de directie, zoals alleen zij dat kon. Ze vertelde dat haar vader communistisch was en die mannen vroegen haar: wat heeft hij dan voor auto? ‘Gewoon. Een Skoda’, zei ze. Terug op school zeiden wij: dat gesprek kunnen we niet gebruiken, want dat was toen we zaten te eten, dus dat telt niet echt mee. Maar daar was ze het niet mee eens: ‘Dat directeuren meteen vragen naar een auto, tekent de cultuur van een bedrijf.’ De leraar gaf haar gelijk.”

En nu, bijna dertig jaar later, wat is nu het belangrijkste overgebleven gevoel uit haar jeugd?

Trots, zegt Sunny Bergman. Trots op de manier van leven van haar ouders, hun idealisme, hun gevoel voor rechtvaardigheid. „Mijn ouders zijn echt tof.”

En misschien dat haar kinderen dat ook zijn: trots op haar, als moeder. In haar nieuwe film, Wit is ook een kleur, zit een gesprekje met haar jongste zoon, over zijn schoolboeken. „Daar was hij heel kritisch op, en hij was erg goed in het aanwijzen van het witte perspectief. Dat verwoordde hij beter dan ik het had gekund.”

En ja, hij wilde daar wel over gefilmd worden door zijn moeder.

    • Gretha Pama