Natuurschaatsen wordt cultureel erfgoed

Op initiatief van de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond wordt natuurschaatsen opgenomen als traditie door het Kenniscentrum Cultureel Erfgoed.

De eerste schaatsers op natuurijs in de Ryptsjerksterpolder, 5 december 2016. Catrinus van der Veen / ANP.

De traditie van schaatsen wordt Nederlands immaterieel cultureel erfgoed. Schaatsen op natuurijs heeft zo’n prominente plek in de Nederlandse geschiedenis dat de traditie volgens het Kenniscentrum Cultureel Erfgoed, dat de selectie maakt, niet mag ontbreken op de culturele erfgoedlijst. De traditie bestaat uit drie onderdelen: schaatsen op sloten, vaarten, plassen en meren, schaatsen op natuurijsbanen van ijsverenigingen bij dorpen en steden en het schaatsen van toertochten op natuurijs.

Traditie doorgeven

De voordracht om schaatsen op de lijst te zetten, werd ingediend door de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond want ‘leren schaatsen (op natuurijs) zou net zo gewoon moeten zijn als leren lopen-fietsen-zwemmen’. In een verklaring zegt Theo Fledderus, directeur-bestuurder van de KNSB:

“Schaatsen op natuurijs zit zo in het dna-van de Nederlander, dat het in feite al cultuureel erfgoed was. Nergens ter wereld wordt zo massaal bezit genomen van het (natuur)ijs als in Nederland.”

Nederlanders gingen in de dertiende eeuw voor het eerst het ijs op, aanvankelijk om van de ene plek naar de andere plek te reizen. Vanaf de negentiende eeuw werd schaatsen een vorm van sport en spel. Ineke Strouken, directeur van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed zegt in een verklaring:

“Bij immaterieel erfgoed gaat het om tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven en waar een groep mensen achter staat die zich inzet voor het toekomstbestendig maken ervan.”

De KNSB heeft onder meer plannen gemaakt om een lespakket samen te stellen voor basisscholen, om kennis van de traditie in leven te houden.