Samsoms laatste grote moment was in 2012

Verliezer Diederik Samsom

Hij was dé man van de campagne van 2012. Diederik Samsom wilde alleen door als leider van de PvdA met hernieuwde steun. Die bleef uit.

Foto David van Dam

Uit de luidsprekers in Paradiso schalde harde muziek, Diederik Samsom wurmde zich door een kolkende menigte naar het podium. Daar kreeg hij een minutenlang applaus van uitzinnige PvdA’ers.

Het was 12 september 2012, de avond van de Tweede Kamerverkiezingen. Hét grote moment van Samsom. In vier weken tijd boekte hij, nog maar vijf maanden politiek leider van de PvdA, vanuit het niets een prachtig verkiezingsresultaat: 38 zetels. Met een ijzersterke campagne rondom ‘het eerlijke verhaal’ wist hij VVD-leider Mark Rutte nét niet het premierschap te ontfutselen.

Het was, naar nu blijkt, meteen ook Samsoms laatste grote moment. Vrijdagavond kondigde hij aan per onmiddellijk de Haagse politiek te verlaten, nu Lodewijk Asscher door de PvdA-leden is gekozen tot lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen van volgend jaar maart. „Vier jaar was ik leider van deze partij”, zei hij bij de bekendmaking van de uitslag in het Amsterdamse cultureel centrum Mozaïek. „Dat was een enorme eer.”

In de tussenliggende vierenhalf jaar waren Diederik Samsoms hoogtepunten schaars. Hij verloor drie tussenliggende verkiezingen, scoorde dramatisch in de peilingen, worstelde met zijn fractie en kreeg wagonladingen kritiek over zich heen – niet zelden vanuit zijn eigen partij. En toch bleef hij al die jaren overeind.


De kiem van Samsoms problemen werd eigenlijk al meteen gelegd na die overwinning van september 2012: tijdens de kabinetsformatie van Rutte II.

In een razend tempo en zonder de gebruikelijke Haagse formatierituelen zette hij een kabinet in elkaar met de VVD van Mark Rutte, die hij tijdens de campagne nog beticht had van „rechts rotbeleid”. Het móest, zei Samsom: het land was in een diepe economische crisis en de kiezer had PvdA en VVD tot elkaar veroordeeld. Rutte II kwam met de meest ingrijpende hervormingen en bezuinigingen die de Nederlandse politiek in decennia gekend had.

Van milieuman naar pragmaticus

Als ‘gewoon’ Tweede Kamerlid had Samsom een reputatie van linkse milieuman. Maar als politiek leider bleek hij een pragmaticus die bereid was het landsbelang te laten prevaleren boven partijpolitieke overwegingen. Tien jaar lang had de Haagse politiek noodzakelijke ingrepen in de verzorgingsstaat voor zich uitgeschoven – en die ging hij nu nemen, samen met Rutte. „Op het slechtst denkbare moment”, zei hij er later vaak bij. Zijn kiezers en partij-achterban begrepen er alleen weinig van. Waarom moest het allemaal zó snel en zó ingrijpend?

De eerste keer dat het mis ging voor Samsom was in het voorjaar van 2013, over de strafbaarstelling van illegaliteit. Hij verspeelde een groot deel van zijn krediet bij de achterban door een massaal gesteunde congresoproep tégen die strafbaarstelling niet uit te voeren. Hij had een afspraak met de VVD, en die ging hij nakomen. Een jaar later moest Samsom alsnog vragen of het plan van tafel kon.

De PvdA had toen net de eerste van drie tussentijdse verkiezingsnederlagen geleden, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Voor het Europees Parlement haalde de partij 9,4 procent van de stemmen – het laagste percentage in haar zestigjarige geschiedenis.

Samsom-de-coalitiepartner was een ander verhaal dan Samsom-de-partijleider. Als bedenker en steunpilaar van Rutte II leverde hij een buitengewoon knappe prestatie. Voor het eerst in vijftien jaar wist een kabinet de volledige termijn uit te zitten en ook nog eens grote hervormingen uit te voeren: op de woningmarkt, op de arbeidsmarkt, in de langdurige zorg.

Op beslissende momenten zorgde Samsoms vertrouwensband met Rutte ervoor dat de coalitie overeind bleef: bij het ‘herfstakkoord’ met de oppositie, tijdens de crises over de vrije artsenkeuze en bed-bad-brood.

Tussen de vier topmannen van de partij – Samsom, Asscher, partijvoorzitter Hans Spekman en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem – liep het soepel, zeker in de eerste jaren.
De sfeer in de coalitie bleef bijna altijd goed. De VVD’ers waardeerden zijn betrouwbaarheid en bewonderden zijn doorzettingsvermogen.

Het linkse profiel bewaken

Een gevolg was wel dat er weinig tot niets terecht kwam van een ander belangrijk voornemen van Samsom: het linkse profiel van zijn partij bewaken vanuit de Tweede Kamer. Hij was, zo zou hij later toegeven, zo druk bezig het kabinet te stutten dat het PvdA-geluid nauwelijks te horen was. Toen hij na drie jaar eindelijk de verschillen met de VVD begon te zoeken, was het te laat.

Veel Tweede Kamerleden waren ongelukkig over de manier waarop Samsom de grote, onervaren PvdA-fractie leidde. Zeker in het begin kregen ze nauwelijks de ruimte. Dit jaar bood Samsom daar in NRC zijn excuses voor aan. Maar de woorden die hij koos („Ik heb de couveusebaby verwaarloosd”) deed Kamerleden óók met hun hoofd schudden.

Samsom weet het áltijd beter, was de klacht. Vaak wist hij méér van een portefeuille dan Tweede Kamerleden zelf en hij deinsde er niet voor terug ze tijdens het wekelijkse fractieberaad met feiten en cijfers om de oren te slaan.

Zelf zei hij: voor collega’s leg ik de lat net zo hoog als voor mijzelf. Slecht onderbouwde kritiek ergerde hem. Maar sommige Kamerleden ervoeren zijn manier van leidinggeven als intimiderend. Maar liefst vijf stapten er tussentijds op: Myrthe Hilkens en Desirée Bonis leverden hun zetel in, Tunahan Kuzu, Selcuk Öztürk en Jacques Monasch begonnen hun eigen partij.

Ook de leden van ‘team-Samsom’, de hechte club die Samsom in de campagne van 2012 omringde, vertrokken één voor één – zij het niet allemaal met ruzie.

Dramatische peilingen

Het gelukkigst was Samsom de afgelopen vier jaar als hij oplossingen kon bedenken voor ingewikkelde politieke problemen. Zo had hij op de achtergrond een belangrijk aandeel in de Turkije-deal, die een voorlopig einde maakte aan vluchtelingencrisis in Europa. Maar hogere peilingen of waarderingscijfers leverde hem dat niet op.

Als politicus hield Samsom van het grote gebaar. Dus deed hij iets wat nog nooit eerder is voorgekomen: als zittend partijleider riep hij zijn partijgenoten op hem uit te dagen in een verkiezing. Hij wilde door, ondanks de dramatische peilingen, maar alleen met hernieuwde steun. „Leiderschap is niet vanzelfsprekend”, zei hij tegen de PvdA-leden in zaaltjes. „Een mandaat moet iedere keer opnieuw verdiend worden.”

Tweeënhalve maand trok Samsom onafgebroken door het land om partijgenoten te spreken. Hij legde 6.765 kilometer af, bezocht 82 afdelingen, sprak 2.420 mensen en deelde meer dan 2.100 flyers uit.

In het eerste lijsttrekkersdebat liet hij zich verrassen door Asscher: diens felle kritiek op zijn leiderschap had hij niet verwacht. Hij weigerde in de tegenaanval te gaan, ook toen Asscher zijn verwijten herhaalde. „Deze verkiezing is om ons allebei groter te maken”, zei hij.

Een deel van de leden vond het prachtig. Maar de meerderheid heeft zich ontvankelijk getoond voor het argument van Asscher: met Samsom en zijn bagage kan de PvdA het bij de verkiezingen in maart niet op tegen Rutte en Wilders

Aan het begin van de campagne was Samsom vol zelfvertrouwen: verliezen was geen optie, zei hij. Naar buiten toe bleef hij al die tijd optimisme uitstralen. Maar in de laatste weken waren er kleine tekenen dat hij onzekerder werd. Volgens Kamerleden reageerde hij ontdaan als ze hem vertelden dat ze publiekelijk partij voor Asscher gingen kiezen.

Deze week speelde Samsom met de gedachte dat hij niet aanwezig zou zijn bij de bekendmaking van de uitslag, mocht hij verliezen. Hij kwam erop terug, volgens betrokkenen omdat Asscher een beroep op hem deed. Dus stond hij er vrijdag. Na een korte toespraak nam hij een lang applaus in ontvangst. Daarna omhelsde hij Asscher en vertrok, door het zwarte gordijn achter hem.