Leren rijden op een elektrische bus

Openbaar vervoer

De 550 chauffeurs van Hermes in Eindhoven en Helmond rijden vanaf zondag in de elektrische bussen van VDL.

Chauffeur Paul Honing in een elektrische VDL-bus. Foto Merlin Daleman

Dat is jammer. Net als een verslaggever komt kijken bij de cursus voor buschauffeurs die voor het eerst in een elektrische bus rijden, wil de bus niet starten. De lampjes branden, maar de motor slaat niet aan. „Dat is in zes weken nog niet gebeurd”, zegt instructeur Hans van Lierop. Zelfs een reset, even alle stroom eraf, wil niet helpen. Als we uitwijken naar een andere bus, krijgt een andere instructeur de eerste bus alsnog aan de praat.

Vervoersbedrijf Hermes, dochter van Connexxion, rijdt vanaf zondag met 43 elektrische bussen in Eindhoven en Helmond, de grootste emissievrije vloot van Europa. Het aantal elektrische bussen neemt snel toe in Nederland, maar zo’n grote stap is ongekend. Vervoersbedrijven zijn nog in de testfase en zijn huiverig voor de beperkingen: de bussen zijn nu maximaal drie uur inzetbaar, dan moeten ze weer worden opgeladen. De actieradius is erg afhankelijk van het weer: hoe meer stroom er nodig is voor de verwarming in de bus, hoe minder kilometers de bus kan rijden.

Buitenlandse vervoerders komen kijken hoe het gaat in Eindhoven. Testchauffeurs en monteurs van Hermes hebben continu contact met leverancier VDL. De naam van al het openbaar vervoer in Brabant wordt Bravo. Dat heeft de provincie, opdrachtgever van Hermes en collega-vervoerder Arriva, bepaald.

De introductie van zoveel elektrische bussen is niet alleen een complexe technische operatie, met de aanleg van laadpalen buiten en laadkapjes in de garage, maar ook een omslag voor het personeel. Sinds begin oktober worden 550 chauffeurs opgeleid om de nieuwe bussen te rijden. Een spoedcursus op het hoofdkantoor: één ochtend theorie, één middag praktijk. Van Lierop: „Dit is een ZMU-opleiding: Zoek Maar Uit.”

Dus zit Paul Honing (32) onwennig achter het stuur van de gelede bus, ruim 18 meter lang. De voormalige rij-instructeur werkt drie jaar bij Hermes. Na de valse start rijdt hij van de remise in Eindhoven naar Helmond. „Prettig rijden, je voelt hem niet schakelen”, is het eerste oordeel. Omdat voetgangers en fietsers de bus nauwelijks horen aankomen, gebruikt Honing soms een nepbel om te waarschuwen. Het klinkt als de bel van een ijscokar. Het blijkt nog niet de definitieve bel te zijn.

Van Lierop staat naast de chauffeur en wijst informatie op het dashboard aan met een aanwijsstok. Het rijden zelf verschilt weinig van rijden op een dieselbus, zegt de instructeur. Belangrijk is vooral geduld bij de opstartprocedure. „Vergelijk het met je computer, die heeft ook even tijd nodig om op te starten.” En de chauffeurs moeten gevoel ontwikkelen voor hun stroomverbruik, permanent zichtbaar op een meter. Met remmen kunnen ze energie terugwinnen. „Dit is het omgekeerde van het nieuwe rijden. Niet laten uitrollen, maar juist laat remmen.”

Hermes-directeur Juul van Hout is niet bang voor technische problemen. „De discipline van de chauffeurs is het meest kwetsbare punt.” En dan niet tijdens het rijden, maar bij het opladen in de remise. De negen accupakketten op het dak van de bussen moeten tussentijds worden bijgeladen, en dat moet precies volgens schema, op de juiste plek en tijd. Er kan maar een beperkt aantal bussen tegelijk laden, en ze moeten precies onder de pantograaf staan. Van Hout: „Met dieselbussen pakten de chauffeurs een willekeurige bus. Dat kan niet meer. We hebben de bussen provisorisch moeten nummeren. Als de chauffeurs niet goed parkeren draait alles in de soep.”

Toch staat Van Hout achter de keuze om in één keer met tientallen elektrische bussen te gaan rijden. „Nu pas merken we wat er allemaal bij komt kijken. Dat we bijvoorbeeld de grootste krachtcentrale van Brabant hebben moeten aanleggen, omdat we anders de hele buurt in het donker zouden zetten. En dat het stallen heel gecompliceerd is. Als je gaat proefdraaien met twee bussen stuit je niet op dat soort problemen.”

Wim van den Biggelaar (43) rijdt de bus terug van Helmond naar Eindhoven. Soepel manoeuvreert hij door de bochten. „Het sturen is net als bij de dieselbus, de wielbasis is hetzelfde.” De ruime cabine bevalt goed. Met de snelheidsbegrenzing van 70 kilometer per uur heeft Van den Biggelaar geen moeite. Hij mist alleen het geluid van de motor. Na een ritje van 18 kilometer heeft de batterij 71 procent stroom verbruikt. Chauffeur Paul Honing: „Ik vind het mooi om dit mee te maken. Over tien jaar zeggen we: weet je nog, toen we voor het eerst in een elektrische bus reden.”

    • Mark Duursma