Managers COA: noodopvang vluchtelingen duurt te lang

Asielzoekers

Op de noodopvanglocaties voor vluchtelingen was veel aan te merken. Volgens locatiemanagers was er toen geen beter alternatief.

Asielzoekerscentrum Heumensoord. Foto ANP / Remko de Waal

Het verblijf in noodopvanglocaties moet bij een volgende vluchtelingenhausse aanmerkelijk korter duren dan in de afgelopen twee jaar het geval was. Nu duurde dat verblijf soms acht maanden, zoals in tentenkamp Heumensoord bij Nijmegen. Dat zou hooguit drie maanden moeten zijn.

Dat zeggen hoofden van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) die de afgelopen jaren leiding gaven aan opvanglocaties. Het tentenkamp van Heumensoord, eind mei van dit jaar opgeheven, was met bijna 3.000 bewoners de grootste noodopvangplek van Nederland. Bewoners klaagden over het gebrek aan privacy, over geluidsoverlast en slaapgebrek: zo werden slaapvertrekken niet afgedekt met een deur, maar met een gordijn. Homoseksuele asielzoekers zouden op Heumensoord zijn geïntimideerd. Het College voor de Rechten van de Mens concludeerde begin dit jaar dat de „massale opvang” van Heumensoord „niet in het belang is van de gezondheid en veiligheid van asielzoekers.”

In een terugblik op de asielcrisis zetten locatiemanagers zelf ook vraagtekens bij een lang verblijf. Lian van Driel, locatiemanager van Heumensoord, zegt geen noodopvang meer te willen „voor acht maanden, zoals nu gebeurde. Ik zou zeggen: voor twaalf weken, dus drie maanden maximaal.” Martin Wieringa – locatiemanager van de eerste grote noodopvanglocatie van Nederland, de IJsselhallen in Zwolle – voegt toe: „Sommige bewoners verbleven twaalf, dertien weken bij ons. Het maximum zou wat mij betreft lager moeten liggen. Vier weken, dat zou mooi zijn.” In de IJsselhallen sliepen vierhonderd mensen in rij na rij aan stapelbedden. „Niemand kan over een te lange periode en 24 uur per dag mensen om zich heen hebben”, zegt Wieringa. „Ga maar eens een dag winkelen in Hoog Catherijne, en dat dan wekenlang!”

De locatiemanagers tekenen wel aan dat de asielinstroom Nederland overviel, en dat daardoor ongewone oplossingen nodig waren. „We konden met z’n allen geen opvangplek meer bedenken”, zegt Van Driel. „Dus waren plekken als Heumensoord het allerbeste alternatief. Of mensen zouden op straat gaan slapen. Die afweging zie ik te weinig aan bod komen.”