Skitechnieken door de jaren: van pizzapunt tot carven

In Frankrijk leer je anders skiën dan in Oostenrijk. Maar makkelijker wordt het overal. Hoe skitechnieken veranderden in de loop der jaren.

Illustratie Jenna Arts

De sneeuw stuift, de zon schijnt. Schijnbaar moeiteloos komen de twee de berg af – hij in rood skipak met fluorescerend gele muts en stokken, zij in een geel pak met rode accessoires. Handboek De Nieuwe Skitechniek staat er in grote letters boven de foto. Met als ondertitel: Schwung voor schwung.

De technieken in het boek, dat in de boekenkast van mijn ouders staat, zijn „makkelijker te leren dan de reeds bestaande”, belooft de Duitse auteur Walter Kuchler op de achterflap. Binnenin komen, tussen de tips en trucs door, skiërs aan het woord, uitzinnig van vreugde over de nieuwe methode: „Lieve God, laat er geen einde komen aan de helling!”

Het is een boekje uit 1990, wat duidelijk is te zien aan de vintage skipakken. Hoog tijd dus om de huidige stand van zaken eens te inventariseren. Wat is er sinds Kuchler allemaal veranderd op wintersportgebied? In hoeverre leren beginners nog dezelfde houding aan als destijds?

Jasper Rotgans (28), oprichter van sneeuwsportleraren.nl, heeft de veranderingen van dichtbij meegemaakt. We spreken elkaar in Bergschenhoek, waar hij halverwege de jaren negentig op de borstelbaan zijn eerste skilessen kreeg. „Bovenlichaam helemaal naar het dal keren, dalknie in bergknie – oftewel: knieën tegen elkaar – en je ski’s parallel houden”, dreunt hij de lessen van destijds op. „Sierlijk de berg afkomen, daar ging het om. Maar de komst van de carveski’s, in 2001, veranderde alles.”

De rechte latten maakten plaats voor getailleerde exemplaren, naar voorbeeld van snowboards: breed aan de voorkant, breed aan de achterkant, smaller in het midden. Met dit nieuwe model kwam een nieuwe techniek, het carven, oftewel het door de bochten ‘snijden’ op de metalen zijkant van je ski’s. Daardoor ondervind je minder weerstand van de sneeuw en kun je in theorie veel sneller draaien. De ‘schwung’, de oude manier van bochten maken, moest wijken.

Rotgans had als jochie van tien het carven snel onder de knie. „Niet langer knieën tegen elkaar, maar juist ski’s op heupbreedte uit elkaar. Bovenlichaam niet zo overdreven meer naar het dal. Schoonheid moest wijken voor functionaliteit.” Hij gaf demonstraties op de Bergschenhoekse borstelbaan, en later ook in het buitenland. Op zijn 18e ging hij aan de slag in Oostenrijk als skileraar. Sindsdien werkt hij er elke winter; daags na ons gesprek vertrekt hij weer voor vijf maanden naar Gerloz.

Juist in Oostenrijk vond dit jaar een bescheiden skirevolutie plaats. Vorig seizoen presenteerde het land op het jaarlijkse internationale skicongres in Argentinië een geheel herzien handboek voor skileraren, 521 pagina’s dik. Daarin wordt een nieuwe, ‘natuurlijke’ techniek (ook wel ‘Schönskifahren’ genoemd) uitgelegd, die beginnende skiërs in heel Oostenrijk vanaf nu leren.

De belangrijkste vernieuwing is dat de ski’s weer iets rechter worden, al houden ze hun taille. De benen mogen weer iets dichter bij elkaar en het bovenlichaam hoeft minder gebogen te zijn. „Anatomisch is dat veel makkelijker”, zegt Rotgans. „Het voelt natuurlijker om je benen niet tot heupbreedte te spreiden.” Met de nieuwe, Oostenrijkse methode sta je in feite op een soort carveski’s terwijl je gewoon ouderwets bochtjes schuift in plaats van ze met de zijkant te snijden. „In de praktijk gaat het er de meeste wintersporters helemaal niet om om vlijmscherpe, perfecte bochten te maken. Mensen willen gewoon een leuke week hebben.”

Pizzapunt

Skilesmethodes verschillen per land. De Fransen, bijvoorbeeld, leren hun leerlingen vanaf het begin om zo parallel mogelijk te skiën, terwijl de Zwitsers net als de Oostenrijkers vinden dat je moet beginnen met de Pflug: de welbekende ‘pizzapunt’ die je kunt maken door de punten van je ski’s naar elkaar toe te laten wijzen.

De Pflug (de tekst gaat verder onder de video):

Waarom die verschillen? Rotgans: „Er zijn meerdere wegen die naar het dal leiden. Voor de Franse methode is zeker wat te zeggen. Waarom de Pflug aanleren als je hem vervolgens weer moet afleren? Maar andersom geldt ook: op een moeilijke helling kan de veilige pizzapunt, waarbij je controle over je snelheid houdt, ook helpen.”

Wat vinden ze daar in Frankrijk van? Raphael Evin is instructeur bij Oxygène, een skischool in La Plagne. Volgens hem zijn de verschillen tussen Frankrijk en Oostenrijk niet echt groot. „Plezier hebben staat in alle landen voorop. Ik denk hooguit dat we in Frankrijk wat eerder waren dan de Oostenrijkers met die zogeheten natuurlijke stijl. Wij focussen er al langer op dat eenvoud voorop staat, en dat je bewegingen niet moet overdrijven. Dus het idee erachter is hetzelfde – alleen de aanpak wijkt wellicht iets af.”

Welke methode het beste werkt, verschilt van persoon tot persoon, zegt Rotgans. „Daarom zijn kleine klassen prettig: dan kun je beter inschatten welke leertechniek bij iemand past. Vroeger skieden we soms wel met 20 leerlingen per leraar, tegenwoordig zijn het er acht of negen.” Dat is ook te danken aan de carveski’s. „Daardoor gaan beginners met relatief hoge snelheid de berg af. Vroeger had je een trage sliert achter je aan, maar tegenwoordig gaat het allemaal vlugger en verlies je met te grote groepen het overzicht.”

Carven (de tekst gaat verder onder de video):

Evin, Rotgans en Paluselli benadrukken dat de skisport steeds toegankelijker wordt. Evin: „Materiaal, lessen… Alles is er tegenwoordig op gericht om mensen zo eenvoudig mogelijk de helling af te laten komen. Je fysieke gesteldheid is in feite niet meer van belang, zolang je maar de juiste uitrusting hebt. Datzelfde geldt in grote lijnen ook voor snowboarden.”

Splitboard

Bij snowboarden is het splitboard in opkomst: een snowboard dat kan worden opgesplitst in twee verticale helften. Een soort ski’s dus eigenlijk. Evin: „Maar splitboardlessen focussen eigenlijk meer op off-pistegedrag – dus: hoe vermijd ik lawines? – dan op techniek.”

Ook bij ski’s zie je dat fabrikanten steeds met nieuwe foefjes komen. Zo zijn er nu ski’s die kunnen scharnieren „Daarmee hopen ze dat mensen ski’s blijven aanschaffen”, zegt Rotgans. „Want het materieel is tegenwoordig zo goed dat je in principe prima tien jaar met hetzelfde paar toekunt.”

Ook een gat in de markt: de ski-helm. Die is nog niet overal verplicht, maar sinds een paar jaar is de helm trendy. Rotgans: „Vergelijk het met wielrennen: vroeger zag je nog veel racefietsers met alleen een petje op, maar inmiddels is de helm nauwelijks nog weg te denken uit de wielersport. Zo’n kentering maken we ook op de piste mee. Er zijn allerlei modellen verkrijgbaar, met tal van printjes en soms zelfs met lichtjes.”

Methodes, materiaal: alles verandert. Behalve de ondergrond. Sneeuw blijft sneeuw. Alhoewel… Wat als de winters steeds warmer worden? Moeten we dan uiteindelijk met z’n allen de borstelbaan op? Die in Bergschenhoek heeft in elk geval recent een metamorfose doorgemaakt. Vroeger skieden mensen er op dennennaalden, vervolgens kwamen harde kunststof matten. Tegenwoordig is de ondergrond dempend. Nu is het bijna alsof je over tapijt skiet, en is een val op de baan lang zo pijnlijk niet meer.