Het COA ving tienduizenden asielzoekers op - drie managers doen hun verhaal

Asielopvang

Onder zware druk en ladingen kritiek ving het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) grote aantallen vluchtelingen op. Drie locatiemanagers kijken terug op de beladen operatie.

Noodopvang voor vluchtelingen in de Zwolse IJsselhallen, september 2015. Vluchtelingenwerk Nederland noemde de opvang in de open hallen een tikkende tijdbom wegens verveling en gebrek aan privacy. Foto Piroschka van de Wouw/ ANP

Locatiemanagers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) hebben aan tienduizenden asielzoekers onderdak geboden sinds de vluchtelingenstroom zo’n twee jaar geleden aanzwol. In crisisopvang, noodopvang, gewone opvang. De druk was enorm, de kritiek van de buitenwereld vaak groot. Martin Wieringa beheerde vanaf september 2014 de eerste locatie buiten de reguliere opvang om: de IJsselhallen in Zwolle. Lian van Driel kreeg het zwaar te verduren als locatiehoofd van tentenkamp Heumensoord bij Nijmegen. En Saskia Schoolland maakte veel werk van het betrekken van vrijwilligers bij de noodopvang in Amsterdam. Tegenover NRC doen zij, vergezeld door COA-woordvoerder Jan Willem Anholts, hun verhaal. Een groepsgesprek in vier delen.

1. Onzekerheid

Vluchtelingen bivakkeerden weken-, soms maandenlang in uw tentenkamp of hal zonder te weten wanneer ze weg konden om aan hun asielprocedure te beginnen. Hoe lastig was dat voor jullie?

Martin Wieringa (IJsselhallen): „Soms kon ik de spanning al voelen bij het betreden van de zaal in de ochtend. Je opende die deur, kwam binnen en voelde meteen de druk. Alsof de lucht binnen zwaarder was. Het kon van alles zijn. De lange wachttijden van de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst). Slecht nieuws uit het land van herkomst. Of domweg: het favoriete voetbalteam had de avond tevoren een Champions League-wedstrijd verloren.

„De spanning kwam nog duidelijker tot uiting als iemand ineens niet kwam opdagen bij het eten. Dan ging ik kijken wat er aan de hand was. Soms met een geintje: hebben we bij het eten het verkeerde type appel geserveerd? Nee, dat was het niet. Dan moet er dus iets anders zijn, zei ik. En dan begonnen mensen vaak te vertellen. Zo van: je moet weten, mijn vrouw en kinderen zitten in een vluchtelingenkamp net buiten Syrië, ik zit hier nu drie weken, en het zijn de langste drie weken van mijn leven. De mensen stonden elke dag op van hun veldbedden in die hallen met de gedachte: misschien is dit wel de dag dat ik weg mag.”

Lian van Driel. Runde tentenkamp Heumensoord, open van september 2015 tot juni 2016. Plaats voor 2.960 asielzoekers. Foto David van Dam

Lian van Driel (Heumensoord): „De bewoners willen op zo’n moment een helder verhaal over hun asielprocedure. Maar wij als COA wisten niet hoe lang de wachttijden zijn. Daar gaat de IND over, maar die was ook enorm overbelast. Dus krijg je vragen waarop je helaas moet antwoorden: ‘Dat weten we niet. Daar gaat de IND over’.”

Saskia Schoolland (noodopvang Amsterdam): „Ik denk dat we in een nieuwe situatie nog actiever bij de IND informeren wat we aan wachttijden kunnen verwachten.”

Martin Wieringa: „Wat het naast die lange wachttijden extra zwaar maakte, was het gebrek aan privacy. Bewoners zochten soms wanhopig naar manieren om zich af te schermen. Niet voor niets waren de onderste bedden van stapelbedden het populairst: die geven de meeste privacy. ‘Tentjes bouwen’ hoorde er ook bij: het spannen van lakens tussen de bedden. Dat stonden we niet toe vanwege brandweervoorschriften.”

Lian van Driel: „Het was best moeilijk vast te houden aan dat soort regels. Ik vond mezelf soms helemaal niet leuk. Ik heb als locatiemanager van Heumensoord wel eens gezegd: ik zoek medewerkers met een groot hart, en vervolgens span ik daar voorzichtig prikkeldraad omheen. Want je kunt dit werk niet uitvoeren met een groot hart alleen. Een professionele werkhouding is noodzakelijk.

„Als er nog eens zo’n asielcrisis zou komen, met opnieuw te veel vluchtelingen voor onze normale asielopvang, dan denk ik dat we opnieuw zo met de privacy zouden omgaan. Maar wel voor een meer afgebakende tijd. Niet voor acht maanden, zoals nu gebeurde. Ik zou zeggen: voor drie maanden maximaal.”

Martin Wieringa: „Bij ons hebben sommige bewoners twaalf, dertien weken in de IJsselhallen gezeten. Het maximum zou wat mij betreft lager moeten liggen. Vier weken, dat zou mooi zijn. Niemand kan over een te lange periode 24 uur per dag mensen om zich heen hebben. Ga maar eens een dag winkelen in Hoog Catharijne, en dat dan wekenlang!”

2. Vrijwilligers

Goedwillende burgers hebben van alles aangeboden aan de bewoners van uw locaties: knuffels, fietsen, kleren – soms meer dan nodig was. En ook: taalles, sportles. Hoe gingen jullie daarmee om?

Jan Willem Anholts: „Toen de foto verscheen van dat overleden jongetje op het strand [Aylan Kurdi, september 2015], werd het COA platgebeld. Mensen wilden van alles aanbieden: geld, spullen, van alles. Wij als COA moesten duidelijk maken wat onze prioriteiten waren: leefbaarheid, veiligheid, privacy. Soms ontstond dan het beeld: ‘het COA is zo star, ze laten niemand binnen’.”

Martin Wieringa. Runde IJsselhallen, open september-december 2014 en juli t/m december 2015. Plaats voor 600 asielzoekers. Foto David van Dam

Lian van Driel: „Er werden bij ons in Heumensoord 142 activiteiten per week georganiseerd. Buiten de locatie! Ik sprak later bewoners die naar ons terug wilden. Wat zeiden ze? ‘Er werd rond Heumensoord zoveel gedaan.’ De universiteit van Nijmegen heeft zich ook enorm ingezet.”

Martin Wieringa: „De flexibiliteit van die vrijwilligers heeft ervoor gezorgd dat bewoners het toch uithielden, zo lang op een noodlocatie. Ik heb in Zwolle de mooiste schilderijen en beeldhouwwerken gezien, die tot stand kwamen doordat bewoners en de Zwolse gemeenschap elkaar vonden. De adrenaline van vrijwilligers is belangrijk voor de asielopvang. Het helpt als de vrijwilliger denkt: hee, ik voetbal, jij voetbalt, dan gaan we toch samen voetballen? De bewoner van de opvang voelt zich dan mens in plaats van vluchteling.”

Saskia Schoolland: „In Amsterdam zijn veel vrijwilligers. De kunst is heel vroeg een netwerk te smeden, zodat bewoners snel in contact komen met de samenleving. Daaruit komen kansen voort. Bij de reguliere opvang, op het azc in Amsterdam waar ik nu werk, staan we er daarom bij stil: hoe kunnen we de goede dingen van de noodopvang hier toepassen? Niet alleen contact met de samenleving, maar ookdat je voor dagstructuur zorgt vanaf het moment dat mensen opstaan. En voor mensen die al een verblijfsstatus hebben, is belangrijk: wat zijn de mogelijkheden qua werk of opleiding?

3. Terroristen

Tijdens de asielcrisis rees de vraag, vooral na de aanslagen in Parijs (november 2015): bevinden zich terroristen onder de asielzoekers? Hield die vraag u bezig?

Lian van Driel: „Voordat medewerkers op Heumensoord of op andere noodopvanglocaties aan de slag gingen, hebben ze allemaal een cursus gevolgd om te leren omgaan met verdachte signalen, bijvoorbeeld van radicalisering.”

Martin Wieringa: „Bijvoorbeeld: waar let je op als je een bewonerskamer binnenloopt? Mensen willen zo’n kamer persoonlijk maken. De meeste bewoners hangen een foto op van hun vrouw, van familie. Dus dan is het bijzonder als er boven een bed bijvoorbeeld een Koerdische vlag hangt, of – wie weet – een tekeningetje van IS. Ik heb dat niet gezien. Maar daar word je wel op getraind.”

Saskia Schoolland. Runde vier Amsterdamse opvanglocaties van september 2015 tot augustus 2016. Plaats voor 1.500 asielzoekers. Foto David van Dam

Jan Willem Anholts: „Of: Pietje zegt elke dag iedereen vrolijk goedemorgen, en op een dag blijft hij op zijn kamer. Het kan zijn dat zijn verkering uit is, maar er kan ook meer aan de hand zijn.”

Martin Wieringa: „Tegelijkertijd moet je er op bedacht zijn dat sommige bewoners het gewoon niet goed met elkaar kunnen vinden. Mensen delen wekenlang dezelfde kamer. Dan kunnen ze gaan denken: ‘ik moet iets vinden om die gast weg te krijgen.’ Ik heb het meegemaakt: een mannelijke bewoner fluisterde me toe: ‘Ik zeg dit tegen niemand anders, alleen tegen jou. Die man, die zit bij IS.’ Dan ga je praten met de man die dat beweert. Ik had mijn twijfels, want die twee mannen waren al drie weken bij ons, ze deelden hun kamer, aten samen, gingen samen naar SV Zwolle om een potje te voetballen. En dan zou er één bij IS zitten? De zaak heb ik besproken met bureau veiligheid, het interne meldpunt van het COA dat in contact staat met politie en veiligheidsdiensten. Maar de jongen om wie het ging is uiteindelijk naar een andere locatie gegaan. Dus hoe het verder is gegaan, weet ik niet.”

Lian van Driel: „Vanuit Heumensoord hebben we zo’n vijf keer bureau veiligheid benaderd vanwege zaken die ons opvielen.”

Martin Wieringa: „Wij drie keer. Soms ging het overigens niet over verdachtmakingen door anderen. In 2014 kwam een bewoner zelf naar me toe. ‘Ik heb bij IS gezeten’, zei hij. ‘Dat vind ik interessant’, antwoordde ik. Toen zei hij: ‘Ja, maar op het moment dat jouw vrouw en kinderen gekneveld in je huiskamer liggen, en jij met een mes op je nek wordt gevraagd of je wilt meevechten voor de goede zaak, wat doe jij dan? Uiteindelijk heb ik daaruit kunnen ontsnappen, en heb ik vrouw en kinderen in veiligheid kunnen brengen. Nu sta ik hier.’ Wat hij bij IS heeft gedaan, heeft hij niet toegelicht, daar vraag ik niet naar. Ik heb er melding van gemaakt. Het bleek al bekend te zijn bij de IND.

„Wat ik mooi vond: Direct na de aanslagen in Parijs had een aantal van de asielzoekers op een kartonnen bord geschreven: Je suis Paris. Ze hadden het bord buiten op het hek gehangen. In de wetenschap: dit raakt niet alleen jou, Nederlander, maar ook ons. Ik was er blij mee. Het bevestigt dat wij weldenkende mensen opvangen die zich bewust zijn van de wereld om hen heen.”

4. Homoseksuelen

‘Tien homoseksuele asielzoekers worden in Heumensoord door medebewoners lastiggevallen’, meldde De Gelderlander begin 2016. Bedden zouden zijn besmeurd met etensresten en uitwerpselen. Een maand later schreef het College voor de Rechten van de Mens dat het COA onvoldoende oog heeft voor kwetsbare asielzoekers, zoals homoseksuelen. Was deze kritiek terecht?

Lian van Driel: „Die kritiek raakte mij. We hadden op Heumensoord 150 medewerkers en die zaten niet achter hun bureau, maar waren elke dag in de paviljoens. Ze kenden hun bewoners bij naam, en wisten wie de LHBT’ers waren [Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender]. Dat gaat niet vanzelf. In mijn twintigjarige ervaring ben ik geen LHBT’er tegengekomen die de bus uitstapt en zegt: ‘hallo, ik ben LHBT’er! ’ We overlegden elke twee weken met gemeente, politie, COC en GGZ over LHBT’ers op locatie. Als een bewoner zich in een te kwetsbare positie bevond, besloten we : deze bewoner moet echt naar een andere locatie.”

Saskia Schoolland: „Het COA – en ook ik – gaat uit van zelfstandige bewoners. Natuurlijk wil je weten wie je kwetsbare personen of groepen zijn. Daar ga je aanvullende ondersteuning voor regelen. Maar in principe zijn het ook zelfstandige mensen die onder zeer stressvolle omstandigheden hier zijn aangekomen.”

Jan Willem Anholts: „De buitenwereld denkt vaak: het zijn vluchtelingen dús het zijn kwetsbare mensen. Nee, ze hebben erge dingen meegemaakt. Daarvan raken ze niet allemaal getraumatiseerd.”

Lian van Driel: „Ik heb ze trouwens niet gezien, die drollen waar de pers van sprak. Ik herken wel dat er diefstal was, maar dat was niet bij de LHBT’ers. Er was in de hele groep diefstal. Je moest daar ontzettend goed op je spullen passen.”

Jan Willem Anholts: „Wekelijks hadden we LHBT-gedoe. Nieuwe, zelfbenoemde belangenorganisaties voor die groep zag je dan ineens in het Journaal opduiken. Die waren al belangenorganisatie voordat ze überhaupt belanghebbenden hadden. Dan bleek een eenling niet naar ons toe te zijn gekomen, maar was hij naar buiten gelopen en in de armen van de belangenbehartigers gevallen.”

Saskia Schoolland: „ We spraken de LHBT’ers zelf ook aan. Dat het niet alleen maar kan gaan om het creëren van een vrijplaats voor LHBT’ers. Je kunt bijvoorbeeld ook een beetje oppassen met het aantrekken van die paarse broek. Probeer je aan te passen , zeiden we tegen ze.”