Ik ben selectief

Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden: „Elke maand krijg ik zo’n drie of vier uitnodigingen om een artikel te reviewen. In de helft van de gevallen zeg ik toe. Ik ben vrij selectief. Dat komt onder meer omdat ik daarnaast nog redacteur ben, bij het tijdschrift Social, Cognitive and Affective Neuroscience. Dat vraagt ook tijd.

„Als ik word gevraagd om te reviewen en het onderzoek ligt buiten mijn vakgebied, dan doe ik het niet. Ik wijs ook af als het onderzoek niet heel nieuw is. Wel geef ik het tijdschrift dan vaak suggesties voor andere reviewers, bijvoorbeeld mijn postdocs. Ik doe dat omdat ik weet hoe vervelend het voor redacteuren is om steeds afwijzingen van reviewers te krijgen.

„Ik heb geen vast moment om te reviewen. Vaak doe ik het op het werk. Maar soms ook thuis, in de avond. Dan heb je minder dat mensen binnenlopen.

„Vroeger kon ik makkelijk een dag besteden aan het reviewen van een artikel. Nu duurt het zo’n twee uur. Als editor merk ik dat reviewers later in hun carrière wat milder worden. Daarom benader ikzelf het liefst postdocs of assistant professors.”

„Het is, zover ik mij kan herinneren, één keer gebeurd dat ik een artikel heb teruggestuurd omdat ik iets niet begreep. Het ging om een mathematisch model. Ik heb de tijdschriftredacteur toen iemand als alternatief aangeraden.

„Bij de beoordeling van artikelen kijk ik vooral naar de methode. Klopt die? En zijn de waargenomen effecten sterk genoeg? Kloppen de conclusies op basis van wat is onderzocht? Ik kijk niet naar nieuwigheid. Als iets oud nieuws is, wijs ik het niet af. Dat is aan de redacteur.”

„Op het peer-reviewsysteem heb ik niet zoveel aanmerkingen. Misschien één ding. Als tijdschriftredacteur onderscheid ik drie categorieën papers. Sommige zijn heel spannend, van sommige weet je meteen dat ze het niet gaan redden. En dan is er een tussencategorie. Voor die laatste zou het beter zijn een tweede editor ernaar te laten kijken.

„Dat de namen van reviewers openbaar worden, zie ik niet zitten. Ik zou het lastig vinden om iemand onder naam hard aan te pakken, om daarna met diegene gezellig iets te gaan drinken op een congres of zo.

„Meer erkenning geven aan reviewers vind ikzelf totaal niet belangrijk. Maar ik zit wel al hoog en droog. Ik kan me voorstellen dat het voor jonge mensen anders is. Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als zo’n systeem er komt.”