Recensie

Horsfield wil fotografie op hoger plan tillen

Beeldende kunst

Kunstenaar Craigie Horsfield wil fotografie op één lijn met schilderkunst brengen, en hij komt een eind, maar zijn rationele aanpak ontbeert passie.

Via Carozza, Nola (2008), Craigie Horsfield.

Een donker geluid komt in de verte dreigend aanrollen in de tentoonstelling, tussen beelden die net zo zwaar op je afkomen. In gedempt licht brengt het Centraal Museum een groot overzicht van Craigie Horsfield (1949), een internationaal opererende Britse kunstenaar. Zwaarmoedige kunst is het, op basis van fotografische beelden die hij verwerkt tot oud uitziende wandtapijten en fresco’s of op rul aquarelpapier. Het gevoel alsof hier historische lessen moeten worden getrokken zet hij meteen stevig in: een wandtapijt toont de ingestorte Twin Towers en omdat dit een ramp van formaat is, etaleert Horsfield de ruïnes bijna negen meter breed. Bovenaan wappert een schriel Amerikaans vlaggetje.

De tekst gaat verder na de video

Mystiek en mysterie

Wie bij een wandkleed denkt aan leuk en decoratief: fout. Gobelins toonden vroeger al veldslagen en daar herinnert Horsfield ons aan, waarbij de weeftechniek de fotografische vertrekpunten onscherp maakt. Het wordt ruis, net als de brommende soundscape die door het museum weerklinkt.

Dat is nog maar zaal één. Daarop volgt een parade van nachtelijke landschappen, zwarte zeeën, religieuze processies, portretten van bedrukte gezichten alsof het oude Spaanse portretten zijn. Op paneel afgedrukte stillevens – laten we ze liever ‘natures mortes’ noemen – tonen pioenrozen, knoflook, inktvis en orgaanvlees met een onbenoembare blauwe zweem (maanlicht? bederf?) terwijl ze er in hun zwarte omkasting bij liggen alsof ze zijn opgebaard.

Zo ontvouwt de tentoonstelling zich als een processie, vol mystiek en mysterie, waarbij foto’s van menigtes – hun identiteit soms onduidelijk – gespannen toekijken. In Horsfields werk verdwijnt de wereld in een spel van licht en vuur, vergelijkbaar met hoe William Turner natuurrampen in verf liet opgaan.

Stoorzender

Met al die zwaarte lijkt Horsfield een man met een missie. Hij wil fotografie op een hoger plan tillen, waar het op één lijn kan staan met schilderkunst – Caravaggio, Goya, Turner. Geef hem eens ongelijk. Kunstenaars hebben het nu immers voor het kiezen: er ligt een hele kunstgeschiedenis voor het grijpen, om lustig uit te citeren. Beproefde ingrediënten voor zintuiglijk genot – vanitas, clair-obscur, sublime – mengt hij dusdanig dat het vooral knap is dat hij zo ver uit elke Bob Ross-gevarenzone blijft. Maar een ander gevaar dreigt wel.

Want, het aanvankelijke ‘wow’-gevoel begint na een paar zalen te vervlakken. Er mist iets. Intimiteit en associaties blijven op afstand. Is het zijn intelligent rationele aanpak, de zo zorgvuldige ritmiek van beelden? Ook, maar vooral de fotografische herkomst lijkt een stoorzender. De lens zit ertussen. Het is te machinaal. Het mist ziel. Als je de kunstgeschiedenis aangaat, doe het dan goed en bovenal vol passie.