Hoe won Ben Feringa die Nobelprijs?

Nobelprijs Zaterdag, op de sterfdag van Alfred Nobel, krijgt chemicus Ben Feringa de Nobelprijs uitgereikt in Stockholm. Welke carrière bracht hem zover? Welke karaktereigenschappen? Vrienden en collega’s typeren hem.

Foto Olivier Middendorp

Volhouden, tot die nano-auto echt reed

Toen Nathalie Katsonis in 2004 als postdoc op het lab van Feringa kwam, had die net aangekondigd een nano-auto te gaan bouwen, met elektronen als brandstof. Het project werd geteisterd door tegenslagen. „Ik heb Ben er echt vaak van proberen te overtuigen dat het niet zou gaan werken”, zegt Katsonis, die tegenwoordig hoogleraar biogeïnspireerde en slimme materialen aan de Universiteit Twente in Enschede is. „Maar hij bleef erin geloven, en wist ons ook steeds weer te overtuigen door te gaan.”

Typisch Ben, zegt Henk Hiemstra, hoogleraar synthetische organische chemie aan de Universiteit van Amsterdam, en bevriend met Feringa. „Ben heeft regelmatig kritiek gekregen op zijn werk aan die moleculaire motortjes”, zegt hij. „Dan werd er gezegd: ‘Wat stelt het nou voor?’ Daar heeft Ben wel mee geworsteld, denk ik. Want hij is ook ambitieus. Maar hij is er in blijven geloven.”

Katsonis herinnert zich die worstelingen met de bouw van de nano-auto nog goed. Eerst kwamen ze erachter dat het onderzoek alleen mogelijk was bij heel lage temperatuur, 7 graden Kelvin (-266 graden Celsius). Daarna moesten ze de vier onderdelen van de auto zo op elkaar afstemmen dat ze in dezelfde richting zouden bewegen. Op het lab leerde ze Tibor Kudernac kennen, waarmee ze later zou trouwen. Kudernac werkte met een voor het lab nieuw apparaat, de scanning tunneling microscope, waarmee afzonderlijke moleculen zijn te bestuderen. Met veel bloed, zweet en tranen kregen ze de nano-auto uiteindelijk in beweging. Ook dat leverde een publicatie in Nature op, eind 2011. Kudernac was de eerste auteur, Katsonis de vijfde, Feringa de achtste en laatste.

Lees ook het interview met Ben Feringa: ‘Voor een mooi molecuul mag je mij altijd wakker maken.’

Tússen de moleculen rondkijken

„De ideeën die Ben heeft om aan moleculen te sleutelen! Dat is indrukwekkend. Je moet je bijna tússen de moleculen bewegen, om dat allemaal ruimtelijk te zien”, zegt Ernst Sudhölter, hoogleraar organische materialen en grensvlakken aan de Technische Universiteit Delft. Hij zat midden jaren zeventig als student op het befaamde laboratorium van Hans Wijnberg aan de Rijksuniversiteit Groningen, in de tijd dat Feringa er zijn promotieonderzoek deed. Er ontstond daar een vriendengroep, zegt Sudhölter. Bert Meijer en Henk Hiemstra maakten er ook deel van uit. „We zien elkaar nog steeds een paar keer per jaar”, zegt Sudhölter.

„Ben leest zich heel snel in een onderwerp in, en weet dan allerlei zaken met elkaar te verbinden. Daar ben ik van onder de indruk”, zegt Bert Meijer, tegenwoordig hoogleraar organische chemie aan de Technische Universiteit Eindhoven. Volgens hem is de periode op het Wijnberg-lab vormend geweest voor Feringa. „Ben is een echte Wijnberg-leerling; nieuwsgierig, de beste mentor voor zijn studenten, en heel sterk internationaal georiënteerd.”

Feringa is breed onderlegd, zeggen zijn wetenschappelijke vrienden. Hij werkt aan katalyse, doet materiaalonderzoek, werkt aan moleculaire motors. Voor zijn werk aan dat laatste onderwerp krijgt hij nu de Nobelprijs. Juist in die motortjes zie je de vindingrijkheid van Feringa goed terug, vindt Meijer. „De nano-auto die hij in 2011 bouwde bijvoorbeeld. Daar gaat een enorme creativiteit in de chemische synthese achter schuil.”

Sociaal en informeel

„Ben is een aimabel man, en sociaal zeer vaardig”, zegt Ernst Sudhölter. „Hij geeft zijn mensen veel vertrouwen. Dan durf je je als promovendus of postdoc makkelijk te uiten.”

Nathalie Katsonis herkent dat. „Sommige mensen leiden door angst te zaaien. Ben is het tegenovergestelde. Hij werkt hard, respecteert de mensen, prijst ze.”

Hij is ook informeel, zegt Katsonis. Ze herinnert zich nog hoe ze Feringa voor het eerst ontmoette, in 2004, op een congres in Parijs. „Ik kende hem niet. Hij zei tegen me: ‘Hé, super wat je doet. Waarom kom je niet naar Groningen om aan nano-motors te werken’. Ik dacht dat hij een postdoc was. Ik was de hoogleraren in Frankrijk gewend. Die zijn veel formeler.”

Ook zijn „tomeloze energie en enthousiasme” vallen op, zegt Sudhölter. „Hij is daardoor in staat een grote groep te leiden. Hij heeft volgens mij inmiddels 113 promoties op zijn naam. Zo krijg je een hoop werk verzet.”

„Hij heeft ook altijd ontzettend veel uitnodigingen voor lezingen en voordrachten aanvaard. Overal ter wereld”, zegt Henk Hiemstra. „Zo wordt je populair. Vijanden had-ie niet, of weinig. Voor zoiets als de Nobelprijs, waarbij je door anderen wordt voorgedragen, helpt dat.”

Lees ook de reacties op zijn winst: Nobelprijswinnaar Feringa is ‘echte schaatser’.

Liefde voor de wetenschap

Dat Feringa na zijn promotie naar oliemaatschappij Shell ging, is niet raar, volgens David Reinhoudt. Hij deelde zes maanden een kamer met Feringa, op het Shell-lab in Amsterdam. „De expansie van de universiteiten in de jaren zestig en zeventig was voorbij”, zegt Reinhoudt, inmiddels emeritus hoogleraar supramoleculaire chemie aan de Universiteit Twente. In de academische wereld lagen banen niet meer voor het oprapen. En op het Shell-lab in Amsterdam werd toen nog veel fundamenteel onderzoek gedaan. „Zoals topfysici naar het Natlab bij Eindhoven gingen, zo trokken topchemici toen naar het Shell-lab.”

Dat Feringa er na zes jaar weer wegging, verbaasde Reinhoudt niet. Want het is daar de bedoeling dat onderzoekers doorgroeien in een managementfunctie, zegt hij. „Maar dat zag Ben niet zitten. Hij wilde fundamenteel onderzoek doen. Zo graag dat hij zelfs een positie als universitair docent in Groningen aanvaardde, terwijl Shell-wetenschappers meestal weggingen om ergens hoogleraar te worden.” Het tekent ook zijn bescheidenheid, zegt Reinhoudt.

Dat Feringa altijd in Groningen is gebleven, heeft volgens Bert Meijer met zijn gezin te maken. „Dat wilde graag in Groningen blijven.”