Lodewijk Asscher is veel minder keurig geworden

Lodewijk Asscher

Niet Samsom maar Asscher leidt de PvdA naar de komende verkiezingen. NRC volgde hoe hij van bestuurder in campagnevoerder veranderde.

Foto David van Dam

Op een donderdagavond, begin november, spreekt Lodewijk Asscher in de bibliotheek van de Haagse Schilderswijk. Het thema van de avond: de ‘wij-samenleving’. Asscher is dan al drieënhalve week kandidaat-lijsttrekker voor de PvdA en de bijeenkomst werd op zijn campagnewebsite aangekondigd als ‘politiek café’.

Maar in het zaaltje staat geen politicus die met een stevig verhaal zieltjes komt winnen. De ongeveer tachtig mensen die voor Asscher klaar zitten, zien een bestuurder. Vriendelijk glimlachend, maar ook gespannen – met gebaren die er ingestudeerd uitzien. PVV-leider Geert Wilders krijgt ervan langs, maar voorzichtig („Hij is laf, durft niet met mij in debat”). De VVD nog helemaal niet, zijn eigen PvdA noemt hij zelfs niet.

De buurtbewoners hebben weinig vragen, ze hebben wel veel te vertellen. Een (witte) docent van een basisschool begint opgewekt: „Ik zie hier homo’s en Marokkanen die elkaar de hand schudden.” Zelf heeft hij geleerd om in het Arabisch te groeten en daar is hij trots op. Maar zijn leerlingen spreken alleen in de klas Nederlands. Een man in een djellaba zegt: „Is deze wijk Nederland? Als ik op straat om me heen kijk, weet ik niet in wat voor land ik woon.”

Weer een ander vertelt over ándere Marokkanen die tegen hem klagen over PVV’ers. „Ik zeg dan: stel jij je eens voor dat er in Marokko Zuid-Afrikanen komen die onze banen inpikken. Dan stemmen wij daar óók op een politicus als Wilders.”

Asscher bedankt hem. „U geeft een voorbeeld van empathie, u verplaatst zich in de ander en dat is de sleutel voor een oplossing.” Hij begint over de Trump-stemmers die „aan de noodrem hebben getrokken” omdat hun problemen niet serieus worden genomen en hij zegt dat mensen „trots willen zijn op hun land”.

In de zaal wordt geknikt, soms geklapt. Maar de Schilderswijkers reageren de hele avond bijna niet op Asscher – en juist wel op elkaars verhalen. Die maken hen opgewonden, boos of blij. „Ik ben Hindoestaan”, zegt een man. „Ik wil tussen Hindoestanen wonen en Hindoestaans spreken. Dat wil niet zeggen dat ik niet meedoe in Nederland.” Een blond meisje staat op: „En ik ben Fries. Ik wil Fries kunnen spreken.”

Ingehouden ongeduld

Als je alleen zou afgaan op Asschers optreden in de Schilderswijk, zou je denken dat de PvdA niet meteen weer heel groot zal worden met hem als lijsttrekker. Zo’n welwillend zaaltje in een arme buurt moet je toch in je zak kunnen steken. Maar de meeste PvdA-leden denken dat het Asscher wél zal lukken: 54,5% koos voor hem als lijsttrekker. Asschers naaste medewerkers hebben er zelfs bijna blind vertrouwen in. En wat is één optreden?

Voor dit verhaal volgde ik Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en vicepremier, het hele jaar om te zien hoe hij is als politicus-op-pad, wat de boodschap is van een aankomende leider van een partij in verval. En wat er veranderde nadat hij begin oktober kandidaat-lijsttrekker was geworden.

Foto ANP / Bart Maat

Wat opvalt in zijn optredens – of het nu op een basisschool in Zuid-Limburg is, bij een Groningse boer die de aardbevingsschade laat zien of in gesprekken met vluchtelingen of werklozen in Amsterdam: Asscher bewaart zijn geconcentreerde aandacht en geïnteresseerde vragen voor mensen van wie hij denkt dat ze een eigen verhaal hebben.

Als een wethouder, Commissaris van de Koning of een directeur iets zeggen, kijkt Asscher hen meestal maar kort aan en kijkt dan voor zich uit. Hún verhalen gaan bijna altijd over regels die anders moeten, een wet die in de weg zit of een succes dat ze zelf hebben bereikt. In zijn blik zit nog steeds wel aandacht, maar ook ingehouden ongeduld.

In de Tweede Kamer houdt Asscher zijn irritaties lang niet altijd voor zichzelf. Ex-PvdA’er Selçuk Öztürk noemde hij in april, in het Vragenuur, „een meneer die echt geen vijf seconden nadenkt”. Al heeft zelfs dan geen collega-politicus het idee dat zo’n opmerking er bij hem uitfloept. Asscher, zeggen collega’s, denkt altijd over alles van tevoren na.

‘Melkvlekken op mijn pak’

Asscher heeft het in zijn optredens graag over robotisering en wat de gevolgen daarvan zijn voor kwetsbare werknemers. In het voorjaar heeft hij er zelfs een gastles over voorbereid voor groep 8 van basisschool De Regenboog in Hoensbroek. Maar de leerlingen willen liever weten wat zijn grootste blooper was („Ik loop wel eens rond met melkvlekken op mijn pak”). Of hij er niet moe van wordt om steeds maar van Amsterdam naar Den Haag te moeten rijden („Ja, heel irritant”). En waarom hij minister wilde worden. „Dat wilde ik eigenlijk niet”, zegt Asscher. „Maar mijn partij vroeg: wil je alsjeblieft komen helpen?”

Een ander thema van Asscher: hoe oneerlijk het is dat Poolse of Roemeense werknemers in Nederland goedkoper zijn dan hun Nederlandse collega’s. Zijn fel bekritiseerde flex- en ontslagwet noemt hij soms. Dan zegt hij: het is wél voor het eerst dat iemand de groeiende onzekerheid op de arbeidsmarkt probeert te bestrijden. Als op een UWV-bijeenkomst een werkloze vrouw van 56 zegt dat de wet niet werkt, zegt Asscher: „Hier en daar niet, nee.”

In de bibliotheek van de Schilderswijk, in november, praat André Meiresonne (60) nog wat na met Lodewijk Asscher. Meiresonne was coach en personal trainer, hij studeert nu ‘spiritual care’ aan de VU. „Wat een leuke vent”, zegt hij, als het gesprekje voorbij is. Meiresonne had aan Asscher gevraagd hoe hij als politicus omgaat met de angst van mensen. Asscher had gezegd: ‘Ik heb zelf ook mijn bange momenten.’ „Een geweldig antwoord.”

Foto ANP / Jerry Lampen

Aan het eind van de zomer, zegt Meiresonne, was hij op de Grote Markt in Den Haag VVD-premier Mark Rutte tegengekomen. „Ook zo’n leuke vent.” Tegen hem was hij ook begonnen over de angst van mensen. En het gekke is, zegt Meiresonne: Rutte had bijna hetzelfde antwoord. „Hij zei dat hij ook bang was voor wat er in de wereld gebeurde, maar dat je je daardoor niet moest laten leiden.”

Ze hadden zo’n tien minuten staan praten. Aan het eind had Rutte Meiresonne bedankt voor zijn vragen.

Maar helemaal hetzelfde was het ook weer niet bij Rutte en Asscher, zegt Meiresonne. „Ik heb voor hen allebei veel respect. Maar Rutte zegt de dingen met veel meer gemak. Daardoor krijg je het gevoel dat hij oprechter is. Dat hij minder voor zich houdt.”

Lodewijk Asscher (42) is jurist, net als zijn vader. Zijn moeder was hoogleraar arbeidsrecht. Asscher is getrouwd, hij heeft drie kinderen. Net vóór de zomer laat hij in een radiointerview het lievelingsliedje horen van zijn zoontje Lieuwe (5), ‘Sexy als ik dans’. In een lezing voor studenten vertelt hij dat zijn oudste zoon Abel (9) uitvinder wil worden en heeft bedacht dat er drinkbare zuurstof zou moeten komen. Nog zo’n idee: een boom die in één dag groeit.

Het hele voetbalelftal van Abel is zelfs het begin van de speech waarin hij op 17 oktober bekendmaakt dat hij PvdA-lijsttrekker wil worden: „Abel, Cem, Jaap, Mouad, Thijs, Aiko, Justin, Devin, Luca en Anass, de jongens van de F5.” De boodschap waarvoor hij Abels team gebruikt: krijgen zij wel allemaal dezelfde kansen?

Maar hij zal niet eens het land noemen waar hij in de vakantie naartoe gaat met zijn gezin. En als Diederik Samsom midden in de lijsttrekkersverkiezing zijn twee kinderen meeneemt naar de ijsbaan voor een campagneactiviteit en voorzichtig een stukje schaatst met zijn gehandicapte dochter Benthe, is Asscher daar alleen. Zijn zoontjes wilden wel, ze mochten niet mee.

‘Wat leuk dat je er bent’

Eind maart houdt Lodewijk Asscher in Amsterdam een persconferentie voor schoolkrantredacties, over Europa. Nederland is dan nog EU-voorzitter. De jongeren in de zaal zijn tussen de 14 en de 18, ze zijn bijna allemaal wit. De vragenstellers komen van scholen als het Stedelijk Gymnasium in Haarlem, het Montessori Lyceum in Amsterdam of het Hermann Wesselink College in Amstelveen.

Foto ANP / Bart Maat

„Hi Tim”, zegt Asscher na de vraag van Tim. „Wat leuk dat je er bent.” Of: „Hoi, Michael.” En: „Een hele goeie vraag, Kaj.” Hij vertelt over het EU-voorzitterschap („veel crisismanagement”) en ook weer over zijn eigen „ideaal”: dat iemand uit Oost-Europa niet goedkoper is dan een Nederlandse collega die hetzelfde werk doet.

Helemaal aan het eind vraagt Asscher aan de journalisten achterin de zaal: „Wie van jullie zat vroeger in de redactie van de schoolkrant?”

Niemand. „Echt niet?” Hij kijkt weer naar de jongeren en zegt: „De allerbeste journalisten zaten vroeger in de schoolkrantredactie.” Het is het enige grapje in de bijeenkomst.

Als je hem ernaar vraagt, zegt Asscher dat hij altijd wel probeert om „het ijs te breken”. In veel van zijn speeches zit een grap, soms twee. Maar op de meeste bijeenkomsten dit jaar met Asscher als minister valt er niet veel te lachen. Er gaat het hele jaar ook niks fout. Of het moet die ene keer zijn, in het voorjaar, dat hij in een Haagse moskee zijn schoenen uittrekt en er een gat in zijn sok zit.

Als kandidaat-lijsttrekker, in het najaar, zegt Asscher over Mark Rutte: „Die gebruikt de ik-maak-een-grapje-strategie.” De boodschap daarbij: Rutte lacht de zorgen van kiezers weg, ik doe dat anders.

Er is veel meer dat hij anders doet. Op de foto’s na een werkbezoek heeft Rutte bijna altijd zijn armen om de schouders van de mensen die hij heeft gesproken en hij roept vaak anderen erbij: „Kom hier, joh! Jij moet er ook op”. Asscher houdt meestal zijn handen op zijn rug en wacht af waar hij moet staan en met wie.

En dan is de Town Hall Meeting van de Leidse PvdA-afdeling, eind november, wel heel bijzonder. Er staat ineens een andere Asscher.

Lees hier over een eerder onderzoek onder kaderleden van de PvdA: Kaderleden PvdA zien het liefst Asscher als nieuwe lijsttrekker

De zaal zit vol, er zijn veel vragen. Maar Asscher heeft er eerst zelf één: wie heeft nog niet beslist op wie hij gaat stemmen in de lijsttrekkersverkiezing? Ongeveer een derde steekt z’n hand omhoog. Asscher begint over zijn „boodschap dat het anders moet”, dat de partij met het leiderschap „uit een ander vaatje moet tappen”. En: „De kiezers willen zien dat wij ten strijde trekken tegen onrecht. Mensen voelen zich zó in de steek gelaten, een sterke PvdA is broodnodig.”

Met een grote glimlach kijkt hij de zaal in. „Zijn er dan nog vragen?”

De PvdA’ers lachen. Eentje vraagt: „Wat viel je in de campagne tot nu toe het meest op?”

Asscher: „De eindeloze staande ovaties. Die blijven je natuurlijk bij.”

Ze lachen weer, nog harder.

Een oud-wethouder uit Oegstgeest wil van Asscher horen dat hij als PvdA-leider een ‘links blok’ zal vormen met de SP en GroenLinks. „Met die strategie kunnen we alles blokkeren wat ons niet bevalt.”

Asscher begint over seks. „Pubers praten daar heel veel over, maar het is veel leuker om het te doen. Zo is het ook met de linkse samenwerking. Jesse Klaver die zegt dat hij dat wil, op de dag dat wíj ons verkiezingsprogramma presenteren, is een puber. Hij heeft het nog nooit gedaan. Maar natuurlijk: je zult elkaar moeten vasthouden om te voorkomen dat een van ons de excuustruus wordt in een rechts kabinet.”

De zaal vindt het geweldig.

Als het na ruim een uur voorbij is, heeft Asscher opnieuw een vraag. „Vond u het leuk? Het was úw vrije avond.” En: „Weten de twijfelaars het nu? Nee? Dan wordt u besprongen door mijn campagnemedewerkers.”

Mooie praatjes

Je zou kunnen denken: een avond met ‘eigen’ PvdA’ers is makkelijker dan met bewoners van de Haagse Schilderswijk.

Maar Asscher had die eigen PvdA-leden begin oktober ook al eens meegemaakt op een afdelingsavond in Groningen. Asscher was toen nog net geen kandidaat-lijsttrekker. Hij wist al wel dat hij het zou worden en er waren veel journalisten meegereisd. Als hij er een indrukwekkende avond van maakte, stond hij meteen vóór op Samsom.

Het ging anders. De Groningers wilden horen wat er was misgegaan in het kabinet met de VVD en dat de PvdA er niet aan had moeten beginnen – zoiets. Maar Asscher praatte over de schoonmakers op de ministeries die in vaste dienst waren gekomen, over zijn wet die de uitbuiting van bijvoorbeeld Oost-Europese werknemers moet tegengaan, over zijn inspanningen om de Europese regels voor arbeidsmigratie eerlijker te maken. „Mooie praatjes”, volgens Valentijn Tilder (20), secretaris van de Jonge Socialisten in Groningen. Hij vond Asscher een nette bestuurder, geen vechter.

Bijna anderhalve maand later zie ik Valentijn Tilder opnieuw. Hij is naar Tilburg gekomen voor het tweede lijsttrekkersdebat tussen Samsom en Asscher en zwaait fanatiek met een bord: ‘Samen Vooruit’, de slogan van Asscher. Samsom, zegt hij, heeft hij nooit een optie gevonden. „Die is zijn krediet kwijtgeraakt.” En Asschers verhaal is beter geworden, scherper. Wat hij zegt over Europa dat „radicaal anders” moet, is volgens Valentijn Tilder precies goed.

Asscher is dan ook al veel minder keurig geworden. Wilders noemt hij een „hypocriete haatzaaier”, Rutte een „mislukte cabaretier” en later zelfs een „goedkope imitatie van Wilders”. Hij haalt fel uit naar Samsom die volgens hem een zwakke leider is geweest. Asscher verwijt Samsom ook dat er in het regeerakkoord van alles was afgesproken met de VVD wat Asscher later had moeten „rechtzetten”, zonder erbij te zeggen dat hij in die tijd steeds van Samsom hoorde hoe de onderhandelingen met de VVD verliepen.

Foto ANP / Bart Maat

Eén keer doet Samsom fel terug. Als Asscher de arbeidsmigratie zo’n probleem vindt, waarom is hij dan niet al drie jaar geleden in het vliegtuig gesprongen om de Oost-Europese landen ervan te overtuigen dat de regels moeten veranderen? „Ik sta achter je, Lodewijk.”

Asscher reageert zoals hij dat in de Tweede Kamer vaak doet, en waardoor hij óók bij partijen in de oppositie bewondering wekt. Hij zegt niet: „Het klopt niet wat je zegt.”

Dat had hij kunnen zeggen, want het klopt niet: Asscher probeert al jaren om die regels te veranderen, hij reist er ook voor rond. In plaats daarvan draait hij de kritiek zó om dat juist zijn tegenstander vastraakt. Geweldig dat „onze Diederik” nu ook inziet dat er iets moet veranderen aan de arbeidsmigratie. Eerder had hij Asscher nog verweten om met „loze beloften” te komen. „Goed nieuws.”

Nee, nee, zegt Samsom. Zo bedoelde hij het niet. Maar de aandacht voor zíjn punt is dan al weg.

Can’t stop the feeling

Asscher had in de lijsttrekkersdebatten de toon en de inhoud bepaald en tegen de tijd van het opgewekte optreden bij de PvdA’ers in Leiden, was zijn campagneteam vol zelfvertrouwen. Alles wees erop dat Asscher zou gaan winnen. En misschien nog belangrijker: hij leek eindelijk gewend te raken aan zijn nieuwe rol.

De afgelopen jaren had hij PvdA-avondjes zoveel mogelijk vermeden, ook op partijcongressen bleef hij zo kort mogelijk. Als minister wist hij precies hoe hij zich wilde gedragen. Maar hoe loop je ineens als aankomend partijleider de trap af, met Can’t stop the feeling van Justin Timberlake op de achtergrond? Op de avond dat hij zich kandidaat stelde als PvdA-lijsttrekker, op een school in Amsterdam-West, zag Asscher er nerveus uit.

En toen hij aan het eind van zijn speech wat slapjes twee vuisten balde, kon iedereen zien: dát moest hij nog een beetje oefenen.

Op vrijdagmiddag, als hij heeft gewonnen, zijn de zenuwen weg. En ook de gebalde vuisten. De PvdA draait We beginnen pas van De Dijk, Asscher steekt een bos bloemen omhoog en zwaait naar zijn fans. Dan gaat hij op weg naar de tv-studio’s. Net voordat hij in de auto stapt, zegt hij: „Deze campagne had ik wel even nodig, ja.”