Opinie

Hadden we die PVV’ers maar niet weggelachen

Zóveel stemmers die zich niet gehoord voelen, die niet durven te zeggen dat ze PVV stemmen. Is dit de ‘open’ samenleving die de gevestigde orde voorstaat, vraagt zich af.

Nederland en Wilders, Europa en de Brexit, de VS en Trump, het Internationaal Strafhof en Afrikaanse staten. Overal schuurt hetzelfde: mensen voelen zich niet gehoord door ‘het systeem’, dat voor hen bepaalt. Het is een kloof tussen de heersende dogmatiek en diegenen die zich daarin niet (meer) herkennen.

Vorige week maandag zat Susanne van Veldhoven bij Pauw. Ze vertelde dat ze waarschijnlijk op de PVV gaat stemmen. Uit protest, want ze maakt zich zorgen over de invloed van de radicale islam in Nederland. Jeroen Pauw verwierp die zorgen lacherig want „er is toch echt geen enkele partij meer te vinden die niet vindt dat de radicale islam verderfelijk is”.

Van Veldhoven liet zich niet meteen uit het veld slaan. Ze legde uit dat andere partijen dan de PVV weliswaar praten over de radicale islam, maar er volgens haar niets aan doen. En toen maakte ze een scherpzinnige opmerking: namelijk dat door niets te doen tegen de radicale islam generalisering ontstaat over álle moslims, en dat zij dit kwalijk vindt, want dit schaadt ook de goede moslims.

Helaas vroeg Pauw hier niet op door. Een gemiste kans, want hier zat een PVV-stemmer die uitlegt dat ze het eigenlijk helemaal niet eens is met veel van wat Wilders zegt, maar dat ze zich zó slecht herkend voelt in de andere partijen en heersende opvattingen – dat die andere partijen zó slecht aansluiten bij wat voor haar een grote zorg is – dat ze niet anders kán dan een proteststem uitbrengen.

Een soortgelijk probleem – doofheid voor andere geluiden – speelt zich af rondom het Internationaal Strafhof (ICC), mijn specialisatie. Afgelopen week eindigde de jaarlijkse diplomatieke vergadering van diens lidstaten. Nadat drie Afrikaanse staten in de weken ervoor hadden aangekondigd het ICC te gaan verlaten en een domino-effect dreigt, bestond er een crisissituatie. Het werd een historische tiendaagse sessie, die leidde tot een trendbreuk.

Waar kritiek eerder werd weggewuifd, was er nu wel ruimte voor serieuze gedachtewisseling: open, kritisch, emotioneel, constructief. Er werd betoogd dat er eerder gepraat werd, maar nooit geluisterd; dat het belangrijk is om gehoord te worden en om te luisteren met respect. Dat je de ziekte moet identificeren als je het wilt kunnen genezen. Dat het universele doel om straffeloosheid voor de ergste misdaden tegen te gaan gedeeld wordt door allen, maar niet per se de manier waarop dit nu gebeurt.

De parallel is duidelijk: de zorgen en oplossingen van hen die afwijken van de dominante denkwijze worden niet serieus genomen – totdat de crisis uitbreekt. Sinds de Brexit en Trump is er in Nederland aandacht voor de beweegredenen van de PVV-stemmer. En voor de rol die de media spelen in het bevestigen van heersende aannames en conclusies, in plaats van die ter discussie te stellen.

Dit roept de vraag op wat een crisis aan constructiefs kan bijdragen. Een crisis opent ruimte om eerlijkere en duidelijkere taal te spreken, om beter te kunnen richten op wat er op het spel staat en wat de gemeenschappelijke horizon is. Een crisis kan positief potentieel in zich hebben. Maar de verwezenlijking daarvan vereist politieke wil en leiderschap. Het vereist dat er oprecht naar bezwaren wordt geluisterd en dat de ‘gevestigde orde’ bereid is om de eigen aannames ter discussie te stellen.

Deze aannames zijn met name sinds de jaren negentig dogmatisch liberaal. We zijn doorgeslagen in een denkwijze die alles beredeneert in termen van rendement, marktwerking, individualisme, en recht. In tegenstelling tot, bijvoorbeeld, of iets moreel of anderszins wenselijk is en hoe we ons als samenleving tot elkaar willen verhouden.

We zijn vergeten dat ook dit keuzes zijn, gebaseerd op aannames van wat wenselijk is, en dat we hierover dus kunnen verschillen van inzicht. Om samen te kunnen leven moeten we verschillen in zienswijzen erkennen en respecteren. Dat betekent niet dat je je eigen visie op moet geven of altijd maar compromissen moet sluiten. Je kunt het ook grondig met elkaar oneens zijn, en elkaar toch nog steeds serieus nemen. We moeten het samen rooien, hoe pijnlijk en moeilijk dat vaak ook is. Want het alternatief is geen samenleving hebben, de kloof, het onbegrip, die we steeds duidelijker voelen, in Nederland, in Europa.

Het ICC is bij lange na niet uit de brand. Het valt nog te bezien of het de huidige crisis kan bezweren, en of het zich weerbaar genoeg kan maken om de toekomstige geopolitieke stormen te weerstaan. Het gevaar is ook dat het nu blijft bij retoriek en intenties, terwijl structurele veranderingen nodig zijn. Het serieus nemen van andere stemmen moet onderdeel worden van de manier van denken over en omgaan met elkaar, in de internationale rechtsorde, in Europa, en in Nederland.

Met zo veel stemmers die zich niet gehoord voelen, die niet eens durven te zeggen dat ze op de PVV willen stemmen, met een Brexit en een Trump, is het de hoogste tijd voor introspectie. En vooral voor luisteren, echt luisteren, en bereid zijn de eigen assumpties en posities te heroverwegen. Alleen dan kunnen we samenleven.