Goudvis in een bak piranha’s

marco termes

Het betaalde goed, en moeilijk werk was het niet: stroman zijn voor een voetbal-bv. Wel schimmig. Maar Marco Termes stelde geen vragen. Ook niet toen hij werd afgedankt.

Marco Termes, met linksonder zijn muze. Foto’s Onno van Middelkoop

Zeven dagen per week zet hij zijn wekker, kruipt achter de computer en werkt door aan zijn volgende manuscript. „Ik schrijf mezelf compromisloos de vernieling in”, zegt Marco Alexander Termes, schrijver te Zandvoort.

In een paar jaar schreef hij acht romans, tientallen korte verhalen, duizenden aforismen en drie gedichtenbundels. Bestsellers werden het nooit, wel was hij enkele jaren de officiële stadsdichter van de kustplaats. Wat zijn nieuwe boek, Tig jaren van schitterende nederlagen, commercieel gaat doen, blijft afwachten. Maar interessant is het zeker, omdat het – via de fictie – inzicht biedt in het dubbelleven dat hij jarenlang leidde.

Want Marco Termes is óók een stroman. Op zijn huisadres, een sobere socialehuurwoning aan de Zeestraat in Zandvoort, was tussen 2009 en eind 2013 een bedrijf gevestigd dat een sleutelrol speelde in het internationale voetbal. Dit Convergence Capital Partners (directeur: M.A. Termes), werd bijvoorbeeld in 2011 op papier eigenaar van 30 procent van de „economische rechten” – alle inkomsten buiten het spelerssalaris – van de Colombiaanse profvoetballer James Rodríguez, die toen bij FC Porto speelde.

Niet dat hij de Colombiaanse aanvallende middenvelder, beroemd vanwege diens halve omhalen, ooit de hand heeft geschud. Maar de miljoenen van Rodriguez, die zag hij wel langskomen.

Sinds zijn vader hem meenam naar stadion De Meer in Amsterdam is hij Ajax-fan. Maar uiteindelijk is voetbal een bijzaak, vindt Termes. „Niets boeit me echt, behalve het schrijven. De rest is bullshit.”

Eind 2008 vroeg een goede bekende hem of hij interesse had in een baan bij het Amsterdamse trustkantoor Duma aan de Zuidas. De functieomschrijving: hij zou directeur worden van een aantal bv’s die op zijn adres werden ingeschreven. Hij moest de post afhandelen, opdraven als het trustkantoor hem belde, en op reis om als afgevaardigde van de firma’s handtekeningen op te halen in Zuid-Europa.

Ideaal: hij kon van huis uit werken en meer dan tien uur per week was hij er niet aan kwijt. „Eerlijk gezegd kon ik er zelf ook geen wijs uit worden”, laat hij zijn hoofdpersoon over het werk schrijven. „Maar volgens de adviseurs was dat ook de bedoeling. De kermis van bedrijven, leningen, stromannen, bonus-, belasting-, omzet-, en winststructuren dienden zo ondoorzichtig mogelijk te blijven. Ik vond het prima. Zolang de stropdassen er maar wijs uit konden worden en ik via de netwerken genoeg geld binnenkreeg om in mijn dagelijkse behoeften te voorzien.”

Begin 2009 werd het eerste bedrijf op zijn adres ingeschreven. Creatermes, een „organisatie-adviesbureau op het gebied van media en telecommunicatie”. De oprichtingskosten werden betaald door het trustkantoor, dat ook het startkapitaal van de bv leverde.

Weldra volgden de voetballers. Zo gaven drie Argentijnse voetbaltalenten, toen 15, 16 en 18 jaar oud, Termes de machtiging om hen waar dan ook ter wereld aan een voetbalclub te verkopen en de opbrengst te houden. Zo staat het in de contracten in bezit van het internationale journalistieke consortium EIC.

Voorbestemd

Hij schreef zijn eerste gedichten op zijn dertiende. Hij wist het zeker: hij was voorbestemd schrijver te worden. De strandtent van zijn familie, Terminus, zou hij niet overnemen.

Dat hoefde ook niet: Termes’ ouders – zijn vader was raadslid en later wethouder in Zandvoort – lieten hem vrij. Zijn eerste roman, de ‘filosofische thriller’ Tyrannosaurus Rex, schreef hij op zijn zeventiende. Hoofdfiguur is Tamara Raziani, een genadeloos mooie en intelligente Italiaanse bankiersdochter. Maar Termes vond ook dat hij, om werkelijk schrijver te worden, eerst „echt moest leven”.

Hij was een mooie jongen met een goed lijf. Hij liep modeshows en deed in 1978 mee aan de Wereldkampioenschappen Discodansen in Londen. Vijf jaar lang was hij achtergronddanser bij de AVRO, met onder meer Gerard Joling. Een avontuur als zanger in een boyband liep op niets uit, maar zijn contacten in de media leverden hem wel een contract op als handmodel.

Vijftien jaar lang prijkten zijn volmaakte handen uitgelicht op reclamefoto’s voor bier, horloges en pakken wasmiddel. Ondertussen werkte hij als barman, pompbediende, bedenker van quizvragen en cateraar. Tot hij op zijn veertigste aanspoelde in de Cypriotische hoofdstad Nicosia en daar op de schouder werd getikt door een 24-jarige Russische.

Have you been waiting long for me?” vroeg ze, en hij wist het op slag: dit was Tamara Raziani, de vrouw die de hoofdrol speelde in zijn eerste roman – maar dan in het echt. „Ik was met stomheid geslagen”, zegt hij. „Twee uur later heb ik haar ten huwelijk gevraagd.”

Zes jaar was de schrijver getrouwd met de Russische Lillia. Ze woonden samen in een miniem appartement in Sint-Petersburg en later aan de Zeestraat in Zandvoort, maar haar liefde hield geen stand. Ze woont nu in Amsterdam, heeft twee jonge kinderen met een andere man en houdt Termes op afstand. Hij begrijpt dat, maar toch is ze zijn muze en zal dat altijd blijven. Andere vrouwen wimpelt hij af. Hij heeft Lillia op twee plaatsen op zijn lichaam laten tatoeëren.

Lazio Roma

Twee jaar later vielen feit en fictie weer samen, toen Termes met een stapeltje voetbalcontracten op pad was gestuurd. Hij had aan de Zuidas instructies opgehaald, een vliegticket gekregen en was, strak in het pak, naar Rome gevlogen. Om bij de directie van Lazio Roma handtekeningen op te halen. Tot zijn stomme verbazing bleken de kantoren van de club gevestigd in een gebouw dat óók een belangrijke rol speelde in zijn debuutroman. Bovendien stond voor de deur van de kamer van de voorzitter een beeld van de halfgod Ajax. „Ajax was mijn club – en ik heb de secretaresse gevraagd of ze een foto van me wilde maken.” Die heeft hij bewaard. Net als het rokje dat Lillia die avond in Nicosia aanhad.

De ‘ideale bijbaan’ bij het trustkantoor duurde tot eind 2013. Van de ene dag op de andere werd zijn arbeidscontract opgezegd. Dat de Nederlandse voetbal-bv’s juist in die periode werden onderzocht door de Argentijnse justitie zegt hem niets.

„Ik heb in mijn trustjaren alle papieren die ik moest ondertekenen uitgeplozen”, zegt Termes. „Voor zover ik het kon overzien was het allemaal netjes, maar ik had slechts zicht op een stukje van de puzzel.”

Soms werd het wel schimmig. Zoals die keer in Italië, toen hij uren moest wachten op een verlaten, officieel gesloten vliegveld en waar kort voor middernacht toch een privéjet landde, en hij de krabbels kreeg waarvoor hij op pad was gestuurd.

„Het was alsof ik in een kamer stond, met een groot gordijn”, zegt hij. „Aan de ene kant werden plannen gesmeed, en aan de andere kant stond ik.”

Meer details wil hij niet geven: „Het zijn allemaal boekhouders, die opereren in een gesloten wereld. Ik heb voor geheimhouding getekend, en misschien heb ik al te veel verteld. Dat is dan omdat ik goudeerlijk ben, en omdat de zakenwereld me niet echt interesseert.”

Hij is niet kwaad op de mannen die hem ‘directeur’ maakten van twee voetbalbedrijven en hem later weer afdankten. Eerder dankbaar: „Ik heb vier jaar lang al mijn tijd kunnen besteden aan mijn schrijverschap, en dingen meegemaakt die mij stof geven om over te schrijven. Ik was een goudvis in een bak vol piranha’s.”

Marco Termes’ roman Tig jaren van schitterende nederlagen verschijnt deze maand bij uitgeverij Klapwijk & Keijsers.