Expressieve, swingende, levensechte figuren

De tekenkunst van Van Straaten

Zonder voorstudie of ondertekening wist Van Straaten hele interieurs en straathoeken uit het papier te voorschijn te trekken.

Zijn erotische tekeningen, aangekocht door het Rijksmuseum, beschouwde Peter van Straaten als echte tekeningen, waarin hij niet met tipp-ex corrigeerde.

‘Het dagelijks leven’ heette Peter van Straatens cartoon in Het Parool, maar dat wil niet zeggen dat hij rechtstreeks naar het leven tekende. Integendeel. Op de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam, halverwege de jaren vijftig, stond het modeltekenen hem al tegen.

„Het naar de waarneming tekenen ging mij heel slecht af”, zei hij in 1997, toen hij een overzichtstentoonstelling had in Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. „Als ik iets zie, sla ik het ergens in mijn hoofd op en moet ik het uit mijn hoofd weer tevoorschijn toveren. Dat kost mij geen enkele moeite. Naar voorbeelden werken is mij een gruwel, ik kan het nog steeds niet. Ik doe alles uit mijn hoofd.”

Op de academie werd van hem verwacht dat hij ofwel studieus naar model tekende, ofwel kunst maakte, wat in die tijd betekende dat de zuivere figuratie moest worden losgelaten. „Als je niet abstract wil, deformeer dan in godsnaam”, kreeg hij te horen.

Journalistieke tekenaar

Maar Van Straaten tekende liever verhalende scènes met herkenbare figuren. Situaties die hij zich voorstelde. De enige docent die dat aanmoedigde was Lex Metz (1913-1986), die hem na zijn afstuderen zou introduceren bij Het Parool. „Bij die man kon ik mezelf zijn, mezelf ontwikkelen. Hij zag dat er een journalistieke tekenaar in me school.”

De cartoonist Van Straaten was dus grotendeels autodidact: hij kreeg het medium in de vingers door gewoon veel te tekenen en te kijken naar het werk van tekenaars die hij bewonderde.

Wie dat waren, bleek in 2008 op de tentoonstelling Peters meesters in Museum Meermanno in Den Haag. Daar liet hij zijn eigen tekeningen zien naast die van James Montgomery Flagg en Charles Dana Gibson, Amerikaanse tijdschriftillustratoren van rond de vorige eeuwwisseling, en Nederlandse voorgangers en tijdgenoten als de illustratoren Jo Spier en Eppo Doeve, politiek tekenaar Albert Hahn, landschaptekenaar Otto Dicke en de natuurtekenaars Peter Vos en Sjoerd Kuperus.

Eind jaren vijftig tekende Van Straaten nog zoals veel illustratoren in die tijd: wollig, met veel krioelende lijnen. De figuurtjes in Vader & Zoon (1968-1988) zijn simpeler, swingend en stripachtig. In de dagelijkse cartoons die hij tussen 1988 en 2011 maakte werd de lijnvoering nog wat helderder en de voorstelling naturalistischer. De stripfiguren werden echte mensen – maar ook die echte mensen tekende Van Straaten uit het hoofd.

Het is wonderbaarlijk wat hij allemaal aan houdingen, gebaren, interieurs, tuinen en straathoeken in dat hoofd had opgeslagen en uit het witte papier te voorschijn kon trekken, meestal zonder voorstudie of ondertekening in potlood. In een paar lijnen kon hij iemand zelfverzekerd op de grond laten staan, bevallig tegen een tafeltje laten leunen, ongelukkig op een bank laten zitten.

Als een houding bij nader inzien nog wat expressiever kon, verplaatste Van Straaten zonder scrupules een been of arm met behulp van tipp-ex of een wit etiketje. Wat hij corrigeerde en hoe hij dat deed, was afgelopen voorjaar nog te bestuderen op een mooie tentoonstelling van zijn tekeningen in Slot Zeist. Hij stak het niet onder stoelen of banken: de cartoons moesten er in reproductie goed uitzien. Ze waren in de eerste plaats voor de krant bedoeld.

In één keer goed

Behalve zijn erotische tekeningen. Daarin verbood hij zichzelf het gebruik van dekwit en papiertjes, daarin moest alles in één keer goed. Het zijn complexe, volle bladen, waarin stelletjes de liefde bedrijven in de natuur, op straat, in kantoren en klaslokalen. Seks en setting zijn even belangrijk. „Deze werken beschouw ik wel degelijk als echte tekeningen”, zei Van Straaten in 1997, „in die zin dat ze van mij best mogen worden ingelijst en aan de muur mogen prijken.”

Het waren dan ook de erotische tekeningen die het Rijksmuseum in 2010 van hem verwierf, zo’n vijftig in totaal. Het zou goed zijn als het Rijks er nu een paar ingelijst aan de muur hing – als eerbetoon aan een van de beste en meest geliefde Nederlandse tekenaars van de afgelopen halve eeuw.