Europa. Leeft dat nog een beetje, in Maastricht?

25 jaar ‘Maastricht’

Deze vrijdag 25 jaar geleden werd Europa het eens over het Verdrag van Maastricht. Wat is er nog over van de Europese gedachte en hoe denkt de Maastrichtenaar nu over de waarde van de Unie?

John van Hamond

Het is misschien wel het winkelcentrum met de meest eurofiele naam van Nederland: Brusselse Poort in Maastricht. Maar op veel warme gevoelens voor de Europese Unie of het 25 jaar geleden gesloten Verdrag van Maastricht valt hier in de westelijke buitenwijken van de stad, vlakbij de landsgrens, niet te rekenen. Janny Bringmans en Roland Smets komen vanuit het naburige Belgische Bilzen boodschappen doen. Het stel klaagt over de euro. Bringmans: „Brood en kipfilet voor prijzen waar je ze in de tijd van de franc voor had laten liggen.”

Op de open grenzen hebben ze het ook niet. „Steeds meer huizen worden overgenomen door niet-Belgen. Aan onze wegen wordt gewerkt door Nederlandse firma’s, terwijl die van ons doppen [een uitkering hebben, red.].”

Karel Coppes (81) zegt als Maastrichtenaar te zijn meegegroeid met de internationalisering van zijn stad. „Toen ik zelf nog op de operatiekamer werkte, was het meeste personeel van het ziekenhuis al Belgisch.” Wel houdt hij de Europese Unie medeverantwoordelijk voor het verloren gaan van de gemoedelijkheid van voorheen. De internationale samenwerking gaat volgens hem te veel over „het kapitaal”. „Maar ja, daar doe je niks aan. Het draait in de wereld maar om twee dingen: geld en de vrouwenkont.”

Maastricht kreeg Europese allure

Vandaag is het 25 jaar geleden dat de toenmalige twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap (EG) het in Maastricht eens werden over de toekomst van hun Europese en monetaire unie. De stad staat er dezer dagen uitgebreid bij stil. Donderdagavond liet de in Maastricht geboren Frans Timmermans, eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, zich bevragen in een plaatselijke theaterzaal. Deze vrijdag confereren in het Limburgse provinciehuis, destijds ook vergaderoord, onder anderen Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Jeroen Dijsselbloem, minister van Financiën en voorzitter van de eurogroep, met politici en wetenschappers over de toekomst van Europa.

John van Hamond

Veel mensen in de stad zijn wel trots dat er in 1991 op hun grondgebied geschiedenis werd geschreven. „De gemiddelde Maastrichtenaar houdt wel van enige allure”, constateert Mathieu Segers, hoogleraar eigentijdse Europese geschiedenis en decaan van het University College Maastricht (UCM). Het verdrag geeft de stad internationaal status en bekendheid, meer dan waar een plaats met net iets meer dan 120.000 inwoners normaal recht op heeft. Het heeft Maastricht een groot aantal Europese instituten bezorgd. De universiteit is de meest internationale van Nederland. Segers: „Op het UCM alleen al hebben we 55 nationaliteiten in huis en is slechts 40 procent van de studenten Nederlands.”

De cultuur verwatert

De hoogleraar keerde een half jaar geleden na ruim twee decennia in onder meer Nijmegen, Den Haag, Oxford en het Amerikaanse Cambridge (Harvard) terug in de stad waar hij werd geboren en opgroeide. Segers schrok een beetje van wat hij aantrof. „Deze stad herbergt twee werelden. Een Maastricht dat op zichzelf is, dat hecht aan de traditie en de folklore. Dat ziet die cultuur – carnaval, harmonie en fanfare, processies en nog veel meer – verwateren, ook omdat de verenigingen steunen op een afnemend deel van de bevolking. Om hen heen horen ze steeds vaker vreemde talen spreken. Dat is het andere kosmopolitische Maastricht. Daar wordt geprofiteerd van de interne markt, de internationale universiteit.”

Voor veel inwoners van de stad is dat Europa onbereikbaar. Eigenlijk is er sinds de top van 25 jaar geleden niet eens zoveel veranderd, constateert Segers. „Ik was veertien en geïnteresseerd in internationale politiek. Dagenlang heb ik lopend en per fiets geprobeerd om dichtbij de plekken te komen waar het gebeurde. Dat lukte niet. Zelfs niet bij Kohl, die in een hotel vlakbij ons huis logeerde. Europa heeft iets geslotens.”

John van Hamond

Europa is ook bedreven in bijna abstracte regels en het schetsen van vergezichten, vindt Segers. Een concreter Europa blijkt een stuk lastiger te realiseren.

Ongeveer de helft van Maastricht grenst aan België, Zuid-Limburg grenst voor ruim 97 procent aan dat land en Duitsland en slechts met het overgebleven deel aan Nederland. Maar grensoverschrijdend werken levert nog altijd tal van fiscale en andere problemen op. De kennis over elkaar is beperkt: de gemiddelde Maastrichtenaar is beter geïnformeerd over het wel en wee in het 200 kilometer verderop gelegen Amsterdam dan over de actualiteit in nabije steden als Hasselt, Luik en Aken.

Menig grensoverschrijdend project sterft na aanvankelijk enthousiasme een stille dood. In 2011 ging een nieuwe spoorlijn open tussen Maastricht en de Belgische buurgemeente Lanaken. Kosten: ruim 33 miljoen euro (Nederlands, Vlaams en Europees geld). Er reed een handvol goederentreinen over. Inmiddels heeft de Belgische spoorbeheerder het onderhoud opgegeven en heeft het onkruid vrij spel.

Het Academisch Ziekenhuis Maastricht en het Akense Klinikum zouden voor 200 miljoen euro een gezamenlijk hart- en vaatziekenhuis gaan bouwen op het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis bij Heerlen. Samen naar de absolute wereldtop. Na vijf jaar trokken de twee de stekker eruit: financieel te riskant.

Brexit en euroscepsis

Het stilstaan bij de top van 1991 is onderdeel van een maandenlange herdenking van de gebeurtenissen van toen, geïnitieerd door de gemeente Maastricht en de provincie Limburg. Geen viering in deze tijden van Brexit en euroscepsis. De twee overheden willen onder het motto Europe Calling vooral het debat gaande houden.

Bijvoorbeeld door op een zaterdagmiddag burgers vanuit een foodtruck van koffie en koekjes te voorzien. Die krijgen daarbij het verzoek een vragenlijst in te vullen. Het trekt op het naar het verdrag genoemde Plein 1992 (bronzen plaquettes met het euroteken in het plaveisel), in het meer kosmopolitische deel van de stad, nauwelijks echte eurocritici.

Paul-Jan Heynen is een van de mensen die zich aan een statafel over de enquête buigen. Een kwart eeuw geleden was hij als student internationaal recht en bedrijfswetenschappen aanwezig bij de ondertekening van het verdrag. „Toen was ik erg pro-Europees. Nu ben ik evenwichtiger”, zegt de innovatie-adviseur. De EU blijft hem te abstract. „De mensen voelen het niet. Juist in een grensregio als hier valt er nog zoveel te doen. Alleen al door de zzp’ers aan weerszijden van de grenzen meer kennis van elkaar te laten nemen. En zorg voor meer uitwisselingen, bijvoorbeeld op sportgebied. Al ga je met elkaar zaklopen of koekhappen. Als het onderlinge gesprek maar op gang komt.”

Segers ziet ook heil in uitwisselingen en „in het graven van kleine onderlinge gangetjes. Geen grote beloftes met veel onzekerheid, maar concrete zaken aanpakken. Dat spreekt misschien ook de nu zo teleurgestelde Maastrichtenaren aan bij wie je veel van de Europese oerkenmerken terugvindt. Het kleinschalige, het lokaal georiënteerde, de viering van het verleden, de rijkdom aan cafés: dat is Europa. Het oude idee van de natie is stilaan een illusie. De federatie is dat ook. Zoek het in de kracht van grensregio’s, die daar nu de dupe van zijn.”