Column

De wraak van Adorno: de autoritaire leider heeft de toekomst

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week op deze plek verleden met het heden.

Nepnieuws is ook nieuws. Zondag werd in Washington paranoïde Dichtung ineens materiële Wahrheit, toen een man uit North Carolina er in een pizzeria gewapenderhand een samenzweringstheorie kwam toetsen. Maar hoe nieuw is dit nieuws?

Theodor Adorno (1903-1969), boegbeeld van de intussen vermaledijde Frankfurter Schule, schreef een AOW-leeftijd geleden in zijn Minima Moralia: ‘Leugens hebben lange benen: ze zijn hun tijd vooruit’. Nepnieuws was in Adorno’s ogen geen grapje. Als fictie feit wordt, is dat de voorbode voor een autoritaire heerschappij. Daar was in 1945 geen einde aan gekomen. In een samenleving waar een ‘autoritaire persoonlijkheid’ kon floreren, zou wederom de leider met een grote L kunnen profiteren.

Om het autoritaire tij te meten, ontwikkelde Theodor Adorno een zogeheten f-schaal, met criteria om een autoritair regime te testen. Zo’n bewind is kansrijk als genoeg burgers zich aangesproken voelen door nostalgisch conformisme, agressie jegens de ander of zelfs een verlangen om de vijand kapot te maken, een afkeer hebben van zelfkritiek en vatbaar zijn voor bijgeloof en andere vormen van projectie van de eigen onmin op de boze buitenwereld.

In de jaren zestig was Adorno een geziene gast. Daarna is er decennialang meewarig gedaan over zijn f-schaal. Zeker sinds de jaren tachtig leek de hegemoniale opmars van de liberale democratie onstuitbaar. Wie het f-woord toch gebruikte, maakte zich óf schuldig aan laster óf aan paniekzaaierij.

Nog steeds is het niet verstandig om Adorno te memoreren. Die f-schaal getuigt immers van een elitaire kijk op de waarachtige volkswil, die uit de aard der zaak democratisch is. Muziekrecensent Alex Ross, aan wie ik bovenstaand citaat van Adorno ontleen, heeft niettemin genoeg van dit taboe. In The New Yorker schreef Ross deze week dat het presidentschap van Donald Trump illustreert dat de altijd al „latente dreiging van het Amerikaanse autoritarisme op het punt staat te worden gerealiseerd”.

Deze interpretatie staat haaks op de analyse in mainstream-media, die de overwinning van Trump niet zien als een stem vóór iets maar als een tegenstem: als een electorale strafexpeditie om het establishment een toontje lager te laten zingen, zoals afgelopen zondag ook in Italië is gebeurd.

Volgens Ross is er meer aan de hand. Een groot deel van de Amerikaanse burgerij is rijp voor een autoritaire maatschappelijk orde.

Lang voor de 8ste november had dat bekend kunnen zijn. Begin 2016 voorspelde de jonge politicoloog Matthew MacWilliams de nakende zege van Trump in de staat South Carolina. Hij had er eerder met de f-schaal in de hand onderzoek gedaan. Volgens hem kon de rest van de VS volgen, omdat er steeds minder weerstand was tegen deze nieuwe politieke popster. De instituties en media zijn „geïntimideerd door het gebral van Trump of zitten te slapen”, schreef hij al in januari van dit jaar.

Waarom gingen ze door de knieën? Volgens Ross omdat zowel nieuwe als oude media weerloos (willen) zijn. Facebook en vergelijkbare fora geven ruim baan aan nepnieuws, omdat het bezoekers en dus verkeer oplevert. Uit doodsangst kopiëren oude media en omroepen deze klik-koers. In de woorden van Ross: „traffic overtroeft ethiek”.

Voegt Nederland zich over drie maanden naar de Verenigde Staten? Het kan, al is het maar omdat in dit commerciële domineesland het woord ethiek een verdacht begrip is geworden.