De wereldgeschiedenis ging door zijn vingers

Fotografie

Deze week werd John G. Morris 100 jaar. Hij is de man achter de beroemdste oorlogsfoto’s.

„Ik wilde de wreedheid van de oorlog laten zien”, aldus John Morris over de foto van een executie van een Vietcong-officier in 1968 Foto Eddie Adams / AP

Niet veel mensen kunnen zeggen dat ze arm in arm door Parijs hebben gelopen met Marlene Dietrich. Of dat ze dronken zijn geworden met Ernest Hemingway. John G. Morris wel. Afgelopen woensdag werd deze overtuigd pacifist en bon vivant – ooit de eerste directeur van fotoagentschap Magnum Photos – honderd jaar.

Zijn leven, dat bestaat uit een aaneenschakeling van mooie verhalen die hij al eens optekende in zijn autobiografie Get the Picture, heeft altijd in dienst gestaan van de fotografie. Morris was goed bevriend met de oprichters van Magnum – waaronder Robert Capa, Henri Cartier-Bresson en David Seymour – en zorgde in de jaren dat hij vanaf 1953 als directeur voor het beroemde fotoagentschap werkte, voor heel wat opdrachten. Ook was Morris, die meent dat fotografie een wapen moet zijn in de strijd tegen oorlog, aanwezig bij beslissende momenten in de geschiedenis van de fotografie. Om maar een voorbeeld te noemen: in 1944, toen Morris in dienst was van het weekblad Life, was hij vanuit Engeland verantwoordelijk voor de foto’s die fotograaf Robert Capa maakte van de D-Day-landing op Omaha Beach.

De wreedheid van oorlog

Van de rolletjes die Capa volschoot, bleken maar 11 negatieven bruikbaar, maar deze beelden maken nu deel uit van de wereldgeschiedenis. En in 1968, nadat Morris onder meer als directeur gewerkt had bij Magnum Photos, was hij als chef fotografie bij The New York Times ondermeer verantwoordelijk voor het plaatsen van de beroemde Vietnamfoto van Eddie Adams op de voorpagina van de krant. Ook wist hij de hoofdredactie van de NYT– destijds was de krant tegen het publiceren van naaktfotografie – in 1972 ervan te overtuigen dat de foto van het napalmmeisje van Nick Ut onderaan op de voorpagina moest worden geplaatst. Over de foto van Adams, waarop te zien is hoe het hoofd van de Zuid-Vietnamese politie een Vietcong-gevangene een kogel door het hoofd schiet, vertelde Morris in 2012 aan NRC Handelsblad: „Ik wilde het Amerikaanse publiek wakker schudden en de wreedheid van de oorlog in Vietnam laten zien. Adams kreeg een Pulitzer-prijs voor die foto.”

Na zijn carrière bij de NYT bleef Morris, die sinds 1983 in Parijs woont, nauwe contacten onderhouden met vele fotografen. Vanwege zijn uitzonderlijke levensloop besloot de Ierse documentairemaker Cathy Pearson in 2009 een documentaire, getiteld Get the Picture, te maken. De film, die uitkwam in 2012, laat ook zien hoe Morris rondwandelt door Parijs met zijn vriendin, de inmiddels 91-jarige Pat Trocmé. In hetzelfde interview met NRC Handelsblad zei over die relatie: „We’re having a ball. Elke dag moeten we wel ergens hard om lachen. Van tevoren waren we nogal zenuwachtig over die film. Met name over onze zoenscène. Ziet het er gek uit?” Hij vertelde ook dat hij daarvoor een ongewoon liefdesleven heeft geleid. „Er zijn wel mannen die drie keer in hun leven trouwen, maar niet zoveel mannen die ook drie keer weduwnaar worden. Ik heb met ieder van mijn vrouwen twintig goede jaren gehad.”

Ondanks zijn hoge leeftijd is Morris altijd politiek betrokken gebleven. Nog steeds is hij de vertegenwoordiger van ‘Democrats Abroad’ [Amerikaanse Democratische kiezers] in Frankrijk. Begin november drukte hij zijn mede-Democraten nog op het hart om voor Hillary Clinton te gaan stemmen. Op 6 november stuurde hij het volgende bericht rond. „Vandaag maak ik me vreselijk zorgen om ons land. Over twee dagen zou het wel eens in de verkeerde handen kunnen vallen. Ik hoef jullie niet te vertellen wiens handen dat zijn.”

Toen bleek dat Donald Trump inderdaad de verkiezingen had gewonnen, schreef hij drie dagen later: „Dit is vreselijk, maar ik overleef het.”

Dat blijkt. John Morris had thuis zijn 100ste verjaardag willen vieren maar ligt, na een operatie, te herstellen in het ziekenhuis. Er waren plannen om deze zondag zijn verjaardag groots te vieren met familie, vrienden en kennissen. Dat plan gaat, aldus zijn kleindochter Talia Moskowitz, nog steeds door. „We maken een Skype-verbinding zodat John er vanuit het ziekenhuis bij kan zijn.” Ondertussen koestert Morris hoop om zijn boek, getiteld My Century, nog te kunnen publiceren. Het boek is bijna af, maar hij zoekt nog een uitgever. Op de vraag hoe hij terugkijkt op de twintigste eeuw, zei hij eerder: „Het was vreselijk. Miljoenen levens zijn verspild. Toch koester ik de hoop dat we het in de 21ste eeuw beter gaan doen. Ik ben nog optimistisch.”

Meer over My Century: mycenturyjgm.net