De waaghals die het geheugen bedacht

Computer- pionier Jay Forrester (1918-2016) dacht dat de computer in 1956 wel af was. Daarna probeerde hij de dynamiek van de wereld te vangen.

De Amerikaan Jay Forrester, een boerenzoon uit Nebraska die zich ontwikkelde tot computergenie. Foto’s MITRE Corporation, Getty Images

Veel computerpioniers hebben moeite afscheid te nemen van hun glorietijd. Ze blijven zo lang mogelijk bij het bedrijf waarvoor ze werkten, worden commissaris of adviseur en lopen tot op hoge leeftijd reünies af van vakbroeders.

Jay Forrester niet. De Amerikaanse wetenschapper, die 16 november op 98-jarige leeftijd overleed, keerde de computerwereld abrupt de rug toe nadat hij zijn belangrijkste uitvinding gedaan had: hij was een van de ontwerpers van het magnetisch kerngeheugen dat tot in de jaren zeventig in vrijwel elke computer te vinden was.

Magnetisch kerngeheugen ( core memory) bestaat uit een weefsel van metalen draden waarin kleine ringen of ‘donuts’ hangen die door middel van een elektrische stroom een magnetische eigenschap krijgen en daarmee een 0 of een 1 vertegenwoordigen. Core memory bleek een uitkomst voor de allereerste generatie computers; installaties die een hele kamer in beslag namen en met vacuümbuizen werkten – duur en storingsgevoelig.

Forrester werd in 1918 geboren op een afgelegen boerderij in de staat Nebraska. Hij ging studeren aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Daar leidde hij het ontwerp van de Whirlwind computer, een project dat MIT had ontworpen voor militaire doeleinden.

De Whirlwind kon voor die tijd geavanceerde berekeningen maken en de koers van raketten simuleren. In een video uit de jaren vijftig is te zien hoe Forrester een hooggeplaatste militair te woord staat die wil weten hoeveel brandstof er nodig is om een raket ergens te laten neerkomen. De Whirlwind maakt een hels kabaal, Forrester kan zich maar nauwelijks verstaanbaar maken door het gezoem van de buizen, en projecteert dan met wat magische lampjes de uitkomst van de berekening.

Whirlwind vormde de basis voor het Amerikaanse luchtverdedigingssysteem in de Koude Oorlog. Het magnetisch geheugen kon berekeningen sneller uitvoeren dan bestaande buizentechnologie.

„Forrester legde de basis voor de eerste betrouwbare vorm van werkgeheugen”, zegt Dag Spicer, hoofdcurator van het Computer History Museum in Silicon Valley. „Jay was maar tien jaar actief in de computerwereld en leverde een enorme bijdrage. Vervolgens zei hij in 1956 dat er niets nieuws uit te vinden viel op computergebied, en ging hij zich verdiepen in systeemdynamica. Dat is hilarisch. Alsof Einstein zegt: ik heb net de relativiteitstheorie ontdekt maar nu word ik boer.”

Forrester zag zichzelf als een „waaghals” die bereid was onbekend terrein te verkennen als de mogelijkheid zich voordeed. „Misschien moet je daarvoor opgegroeid zijn op een boerderij”, zegt hij in een video uit 2013. Hij spreekt dan, als 95-jarige, over het vakgebied dat de logica probeert te achterhalen in sociale systemen. Hij richtte zich eerst op industriële processen, waarbij hij de doelen en acties van grote bedrijven als General Electric in kaart bracht. Zoals je de baan van een raket berekent, zo zou je ook de dynamiek van bedrijfsvoering kunnen voorspellen met computermodellen.

Forrester werd bekend met zijn boek World Dynamics dat de basis vormde voor het rapport van de Club van Rome. Deze groep wetenschappers waarschuwde in de jaren zeventig voor de milieueffecten van de aanhoudende bevolkingsgroei. Computermodellen dienden als basis voor (te) neerslachtige prognoses.

Forrester heeft nog aan den lijve ondervonden dat zijn voorspellingen over de dreigende wereldramp te negatief bleken. Ook zag hij hoe geïntegreerde circuits op basis van halfgeleiders het magnetische kerngeheugen vervingen. Deze transistors zouden een digitale revolutie ontketenen. De computer, waarvan Forrester verwachtte dat er niets nieuws meer voor uit te vinden viel, belandde vervolgens op elk bureau en in elke broekzak.

Uiteindelijk overleefde hij zelfs Jack Kilby en Robert Noyce, uitvinders van de geïntegreerde circuits. De boerenzoon werd zelf niet rijk van zijn revolutionaire uitvinding. IBM betaalde 13 miljoen dollar aan MIT om het magnetisch kerngeheugen te kunnen gebruiken nadat er jarenlang over de patenten gevochten was. Forrester reageerde laconiek: „Het kostte zeven jaar om iedereen te overtuigen van het nut van het magnetisch kerngeheugen, daarna moesten we zeven jaar procederen om iedereen ervan te overtuigen dat ze het niet zelf hadden uitgevonden.”

    • Marc Hijink