Column

De dodelijke fout van Einstein

‘Wij stuurden uw ons manuscript voor publicatie en hebben u niet gemachtigd het aan specialisten te laten zien voor het gedrukt is. Ik zie geen noodzaak om op het – in ieder geval foutieve – commentaar van uw anonieme expert te antwoorden. Op grond van dit incident geef ik de voorkeur het artikel elders te publiceren.’

Zie hier het gepikeerde commentaar van niemand minder dan Albert Einstein toen hij in 1936 voor het eerst met het verschijnsel van peer review werd geconfronteerd. Einstein had met coauteur Nathan Rosen een artikel over zwaartekrachtsgolven geschreven en opgestuurd naar het Amerikaanse tijdschrift Physical Review. De publicatie beweerde dat deze golven – een van de meest spectaculaire voorspellingen van Einsteins algemene relativiteitstheorie – toch niet konden bestaan, omdat ze noodzakelijkerwijs een wiskundige singulariteit zouden vertonen waar de golf oneindig groot werd. Het was een sterke claim die de redacteur nerveus moet hebben gemaakt en de hulp van een referent deed inroepen.

Tot zijn schrik ontving Einstein een kritisch anoniem rapport dat een dodelijke fout in de redenering blootlegde. Hoewel Einstein woord hield, en het artikel boos introk en elders aanbood, werd hij toch behoed voor een uitglijder. De gepubliceerde versie is sterk gewijzigd met een geheel andere conclusie. Gelukkig maar, want zwaartekrachtsgolven bestaan wel degelijk, zoals de daadwerkelijke waarneming dit jaar door het LIGO-laboratorium heeft laten zien – in mijn ogen dé wetenschappelijke doorbraak van 2016.

Einsteins overgevoelige reactie leert ons dat expertreview een relatief recent gebruik is. Sterker nog, men denkt dat van zijn meer dan 300 publicaties alleen dit artikel een peer review heeft ondergaan. Dat Einstein zo allergisch reageerde is opvallend, omdat juist hij wist hoe belangrijk de controle door vakgenoten is, zeker waar het de communicatie met het grote publiek betreft.

Het jaar daarvoor had Einstein met dezelfde Rosen en zijn andere naaste medewerker Boris Podolsky een artikel over de quantummechanica geschreven met de titel ‘Can Quantum-Mechanical Description of Physical Reality be Considered Complete?’ Deze publicatie lanceerde de befaamde Einstein-Podolsky-Rosen of EPR-paradox: het feit dat twee quantumdeeltjes op ver uit elkaar gelegen plaatsen toch innig ‘verstrengeld’ kunnen zijn, zodat de informatie van ieder deeltje niet afzonderlijk gemeten kan worden. Dit verschijnsel is nu cruciaal voor onder meer quantumcomputers, maar voor Einstein was het exemplarisch voor de incompleetheid van de theorie. Hij beschreef het als ‘spookachtige werking op afstand’.

Maar niet alleen het raadselachtige gedrag van quantumdeeltjes verontrustte Einstein, ook het gedrag van zijn collega. Want nog voor het artikel gepubliceerd was, had Podolsky de pers opgezocht. Er verscheen een vette kop in The New York Times: ‘Einstein valt quantumtheorie aan’. Einstein was bijzonder gekwetst door deze voortijdige publiciteit. Hij weigerde daarna nog langer met Podolsky te spreken. De krant drukte later een verklaring af waarin Einstein nadrukkelijk stelde dat het bericht zonder zijn instemming tot stand was gekomen. ‘Het is mijn onveranderlijke praktijk om wetenschappelijke zaken uitsluitend te bediscussiëren in het geschikte forum en ik keur voortijdige publicatie van enige aankondiging van deze zaken in de populaire pers af.’

Deze twee incidenten maken duidelijk hoe smal het pad is waarlangs wetenschappelijke communicatie loopt en hoe diep de publicitaire valkuil kan zijn. Einstein was ook hierin zijn tijd vooruit. Het komt steeds vaker voor dat wetenschappelijk nieuws de algemene pers bereikt voordat de interne kwaliteitscontrole door vakgenoten heeft plaatsgevonden. Een goed voorbeeld was de bekendmaking in maart 2014 door het BICEP-experiment van de waarneming van zwaartekrachtsgolven in de kosmische achtergrondstraling. Dit resultaat was spectaculair omdat het direct bewijs leek te leveren voor kosmische inflatie: een korte periode van explosieve uitdijing vlak na de oerknal. In dit geval hadden de onderzoekers een uitvoerige publiciteitscampagne opgezet, inclusief een persconferentie met livestream. Pièce de résistance was een virale video waarin een van de bedenkers van de inflatie-theorie op camera werd geconfronteerd met de ontdekking, een beetje zoals de winnaar van een loterij. De media buitelden over elkaar en de onderzoeksleider werd door TIME gekozen als een van de honderd meest invloedrijke mensen van het jaar.

Het peer review-proces moest echter nog plaatsvinden. Al snel rees er twijfel aan de sterke claim. In plaats van de vingerafdruk van de oerknal, zou het ook stof in de Melkweg kunnen zijn. Drie maanden later moesten de onderzoekers hun ontdekking intrekken. Ik ben er trots op dat uiteindelijk een postdoc op mijn instituut meehielp deze pr-ballon door te prikken. Maar hoeveel beter was het geweest als zo’n buitengewoon belangrijke aankondiging door even buitengewoon zorgvuldig proces was voorafgegaan. De voortijdige aankondiging heeft het vakgebied en uiteindelijk de wetenschap beschadigd.

Hoe veel beter was daarentegen de bekendmaking van de detectie van zwaartekrachtsgolven door het LIGO-laboratorium na een maandenlange zorgvuldige interne controle. De gemeenschap had een duur lesje geleerd.

Zeker in het moderne medialandschap is een zorgvuldig interne kwaliteitscontrole door vakgenoten noodzakelijk. Het is steeds moeilijker voor journalisten om door de hype van een persbericht heen te prikken. Ik las ooit dat voor iedere wetenschapsjournalist er honderd universitaire voorlichters zijn die de wereld bestoken met opgeblazen nieuwsbellen. De schade van een ‘ontdekking’ die geen ontdekking blijkt is groot. De weg van de voorpagina terug naar het lab of de schrijftafel is lang. Het publiek kan gaan denken dat wetenschap ook maar een mening is.