De chef die weinig goeds kon doen

Maurits Hendriks

De affaire-Yuri van Gelder, de losersvlucht, een harde column en bedreigingen, de chef de mission kreeg het zwaar te verduren tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. „De kritiek heeft me ongelooflijk geraakt, vooral omdat het zo extreem persoonlijk werd.”

Foto Andreas Terlaak

Het moment waarop Yuri van Gelder het olympisch dorp in Rio de Janeiro binnenliep zal Maurits Hendriks niet snel vergeten. De chef de mission heet de turner speciaal welkom, vanwege zijn verleden als cocaïneverslaafde en twee gemiste Spelen. „We waren beiden zeer bewust waar hij vandaan kwam. Wat een overwinning”, zegt Hendriks, als hij aan dat moment terugdenkt. Maar wat een afgang, wat een nederlaag als hij Van Gelder twee weken later naar huis stuurt en via de Nederlandse meningenfabriek de mestkar over zich krijgt uitgestort. De toon: wie is hij wel om Yuri zijn pleziertje te onthouden?

Hendriks is onder anderen gekapitteld in een column van Youp van ’t Hek in deze krant. Hij heeft de tekst nog steeds niet gelezen – „dat komt nog wel” – maar na wat hem over de inhoud is verteld, vraagt Hendriks zich af of er ook voor columnisten geen grenzen bestaan. Hendriks heeft Van ’t Hek er persoonlijk op aangesproken, maar kreeg als antwoord: ‘Ja Maurits, dat is nu eenmaal mijn werk.’

De chef de mission was tijdens de Olympische Spelen de boeman; zijn naam gonsde door Nederland. Hij was degene die een populaire sporter zijn waarschijnlijk laatste kans op een olympische medaille had ontnomen. Vanwege een paar biertjes waarmee Van Gelder zijn finaleplaats had gevierd. Hoe erg is dat voor een sportman die pas negen dagen later de finale moet turnen? In de publieke opinie geen grijstinten, ervoer de rationalist Hendriks, die er niet in slaagde de kritiek verstandelijk te beredeneren. Nog steeds gekrenkt: „Kritiek hoort bij mijn job, dat weet ik. Maar het lukte me niet alle aantijgingen weg te redeneren. Het heeft me ongelooflijk geraakt, omdat het zo extreem persoonlijk werd. Aan de andere kant ben ik er ook sterker uit gekomen.”

Stenen door ramen

Wat Hendriks echter niet kan plaatsen zijn de bedreigingen aan zijn adres. Er zouden bijvoorbeeld stenen door de ramen van zijn huis gegooid worden. Hendriks: „Gelukkig is dat niet gebeurd, maar alleen al het feit dat mijn vrouw alle nachtsloten extra bijdraaide was ingrijpend. Ik ben verantwoordelijk voor mijn besluiten en daar mag iedereen wat van vinden, maar laat mijn gezin er buiten.”

Ook in retrospectief vindt Hendriks dat hij Van Gelder terecht heeft weggestuurd. Streng: „Omdat hij de olympische waarden en die van de topsport heeft geschonden, zoals het niet nakomen van afspraken en geen respect tonen voor je trainer, je teamgenoten en de tegenstanders. Dat zijn geen holle begrippen, daar staan wij voor als TeamNL. Bovendien vind ik dat we zorgvuldig hebben gehandeld. De rechter bevestigde die waarden met zijn uitspraak dat Yuri op goede gronden naar huis is gestuurd. Dat vind ik belangrijk voor de kaders waarbinnen wij topsport bedrijven. Maar het blijft pijnlijk, dat gevoel gaat niet weg.”

Geen excuses

Hendriks heeft na de Spelen Van Gelder al weer persoonlijk gesproken. Nee, zegt hij, de turner heeft niet zijn excuses aangeboden. Wat wel is besproken, houdt de chef de mission voor zichzelf. Hij wil alleen kwijt dat er binnenkort een tweede, uitgebreider gesprek volgt.

Als Hendriks zichzelf al iets kwalijk neemt, is dat zijn besluit om in Rio de Janeiro niet op alle kritiek te reageren. „Daar heb ik enorme spijt van”, zegt hij schuldbewust. „We hadden iets uit te leggen. Ik heb getwijfeld, maar vanwege de bescherming van Yuri besloot ik mijn mond te houden. Had ik niet moeten doen, omdat het publiek recht had op een verklaring. Maar op zeker moment is het te laat, dan heb je de boot gemist.”

Het zat Hendriks ook niet mee in Rio de Janeiro. Deze Olympische Spelen vielen hem zeer zwaar, zegt hij. Dat begon al bij aankomst toen de behuizing een regelrechte ramp bleek te zijn. Er mankeerde van alles aan de Nederlandse flat, van gesaboteerde afvoerbuizen met lekkages tot spiegels die spontaan van de muur vielen toe. Het was een grote puinhoop, die op de valreep opgeruimd kon worden. Maar het bezorgde de chef de mission veel hoofdbrekens.

Losersvlucht

Daar kwam tijdens de Spelen nog eens de sportieve malheur in vooral het zwembad, de judohal en bij de hippische sporten bij. Alsof dat niet genoeg was, werd Hendriks ook de vervroegde terugvlucht van sporters – tot zijn ergernis de losersvlucht gedoopt – kwalijk genomen. Je stuurt sporters die willen nagenieten van de Spelen niet naar huis, was de heersende opvatting.

Hoewel er vooraf geen oppositie was gevoerd, protesteerden ook sporters tegen de losersvlucht. „Omdat zij vooraf dachten: daar zit ik niet op”, verklaart Hendriks de verlate kritiek. Zelf voedde hij de criticasters door Ranomi Kromowidjojo op haar verzoek in Rio de Janeiro te houden, omdat op de dag van de losersvlucht haar vriend Ferry Weertman moest zwemmen. De chef de mission schiep voor haar een precedent, maar niet voor Inge Dekker, die had verzocht op eigen kosten te mogen blijven. Hendriks: „Voor Ranomi heb ik een uitzondering gemaakt, omdat het de prestatieomgeving van Ferry raakte. Ik wist van tevoren: dit besluit gaat zich tegen mij keren.”

De kamerbrede opwinding over de losersvlucht heeft Hendriks tot het inzicht gebracht dat herhaling onwenselijk is. Hoe weet hij nog niet, maar bij de volgende Spelen in Tokio komt er een andere oplossing, dat is zeker. Maar wel zonder aan het uitgangspunt te tornen dat sporters die klaar zijn de voorbereiding van anderen in de tweede week niet mogen verstoren. Nee, zegt de chef de mission, daarover zijn geen onderlinge afspraken te maken, dat heeft het verleden geleerd. Hendriks: „Onder zwemmers is het bijvoorbeeld traditie om de tweede, vrije week feest te vieren. Daar kan ik van alles van vinden, maar die opwinding is er. Maar mijn verantwoordelijkheid is dat ook Nouchka Fontijn, die op de laatste dag haar finale moet boksen, zich in alle rust kan voorbereiden.”

Gelukkig voor de gemoedstoestand van Hendriks werden er ook goede prestaties geleverd, met als uitschieters het goud voor turnster Sanne Wevers, de zeilers Dorian van Rijsselberghe en Marit Bouwmeester, de openwaterzwemmers Sharon van Rouwendaal en Ferry Weertman en de wielrensters Ellis Ligtlee en Anna van der Breggen. Dat het totaal aantal medailles bleef steken op één onder de score van ‘Londen’ steekt Hendriks. Omdat hij zich altijd wil verbeteren. Hij was ontevreden en verborg vooral niet zijn teleurstelling over de negen vierde plaatsen.

Niet te klein voor toptien

De uitkomst van ‘Rio de Janeiro’ roept wel de vraag op of Nederland niet te klein is voor een plaats in de toptien van beste sportlanden. De achtste plaats op de Spelen van 2000 Sydney inspireerde tot die lijn, maar sindsdien is de toptien vier keer op rij niet gehaald.

De technisch directeur van NOC*NSF vindt het te vroeg voor die harde conclusies. „Het is een heel stevige ambitie, maar toch denk ik dat de toptien haalbaar is. We schieten in Nederland met het talent, de financiën en de infrastructuur boven de middelmaat uit. Maar we ondervinden concurrentie van landen die ook in sport investeren, zoals Zuid-Korea, Oekraïne, Brazilië, Japan of Hongarije. Voordeel van die ontwikkeling is dat meer landen medailles winnen en met minder medailles de toptien bereikt kan worden.”

Wat het oplevert? Levensgeluk, antwoordt Hendriks. „Ik zie heel veel mensen plezier beleven aan sportsuccessen. Ik heb het zelf nog eens meegemaakt toen afgelopen zomer de Giro aan het eind van onze straat passeerde. Er was een Girofeestje georganiseerd en ik heb op één dag wel dertig buren leren kennen. Ik heb het zelf ervaren: topsport draagt bij aan het welzijn van mensen.”

Maar hoe zit dat met Hendriks zelf? Gaat hij door als technisch directeur en chef de mission? Wat hem betreft wel, hoewel de evaluatie met directie en bestuur van NOC*NSF nog moet plaatshebben. „Ik ben nog niet klaar met mijn job”, is Hendriks duidelijk. „Om twee redenen: ik wil met het Nederlands team nog een keer de toptien van de Spelen halen en TeamNL moet nog een vaste vorm krijgen. Of ik een houdbaarheidsdatum heb? Ja, maar die krijg je gewenst of ongewenst vanzelf te horen.”

Of het al zover is? Met een veel betekende lach: „Nee.”

    • Henk Stouwdam