Ambitie: landelijke topsport naar de stad halen

Sport

NOC NSF heeft de regio Rotterdam-Den Haag aangewezen als vijfde topsportcentrum van Nederland. Nu de bonden nog.

Marius Kipserem uit Kenia gaat als winnaar over de finish tijdens de 36ste Marathon van Rotterdam dit jaar. Olaf Kraak / ANP

De ambitie van de stad: het naar Rotterdam halen van het nationale trainingsprogramma voor boksen en karate, misschien ook het internationale jeugdroeien, met de beste voorzieningen voor topsporters: wonen, trainen, topcoaches, scholing – alles centraal geregeld en dicht bij elkaar.

Deze week werd bekend dat een belangrijke stap is gezet in het realiseren van deze ambitie. De Olympische koepelorganisatie NOC NSF heeft de regio Rotterdam en Den Haag aangewezen als een zogeheten Centrum voor Topsport en Onderwijs, CTO. Dat zijn de plekken waar topsporters onderwijs kunnen combineren met de veeleisende trainingen, door alle voorzieningen in één locatie te concentreren. CTO’s zijn bedoeld voor de hoogste nationale senioren en de talenten van topsportprogramma’s van de bonden. De centra moeten minstens twee sportbonden, vier programma’s en 50 topsporters ‘in huis’ hebben en faciliteren.

Nederland heeft nu vier van die centra, waarvan Papendal van oudsher het bekendste trainingscentrum is. Daarnaast zijn Amsterdam, Eindhoven (Zuid) en Heerenveen (Noord) aangewezen als CTO. In Eindhoven trainen bijvoorbeeld de zwemmers, in Amsterdam de roeiers.

In Den Haag draaien al twee nationale sportbonden hun trainingsprogramma’s: zeilen en beachvolleybal, beide zogenoemde ‘focussporten’ van de Olympische sportkoepel. In Rotterdam nog niet: geen nationale sportbond voert nu zijn nationale topsportprogramma in Rotterdam uit.

Dat zou wel kunnen, zegt Hans den Oudendammer, die verantwoordelijk is voor topsport in de gemeente. „Rotterdam heeft al goede faciliteiten voor topsport. Neem bijvoorbeeld de afspraken met het onderwijs: er zijn in Rotterdam al zo’n tweehonderd sporters die intensieve trainingen combineren met onderwijs. Met de scholen zijn afspraken gemaakt omdat de sporters regelmatig lessen of zelfs tentamens moeten missen.” Die sporters trainen bijvoorbeeld in de regionale trainingsprogramma’s, of spelen bij één van de drie eredivisieclubs in het betaalde voetbal. „De selectiespelers van Feyenoord zitten allemaal op het Thorbecke (voortgezet onderwijs).” Ook voor de medische begeleiding zijn er bestaande afspraken met artsen en ziekenhuizen, zegt Den Oudendammer. De komst van Feyenoord City en de sportcampus op Varkenoord bieden ook veel mogelijkheden, zegt Den Oudendammer.

Focussporten

Den Oudendammer mikt op sporten die passen bij de stad. „Boksen en karate zijn groot in de stad. Honkbal wordt op het hoogste niveau gespeeld.” De stad heeft zeven focussporten: atletiek, basketbal, boksen, hockey, honkbal, judo, roeien, volleybal en zaalvoetbal.

Toch lijkt de kans niet groot dat de stad op korte termijn twee nationale bonden aan zich weet te binden. „Wij trainen nu op Papendal”, zegt directeur van de Nederlandse Boksbond, Peter Bonthuis. Hij zegt dat er geen plannen zijn om het nationale programma van de bond te verplaatsen naar Rotterdam. „We hebben kort gesproken nadat bekend werd dat Den Haag en Rotterdam waren geaccrediteerd”, zegt Bonthuis. „Het is wel zo dat bokster Nouchka Fontijn in Schiedam woont, je zou kunnen bedenken dat zij bij Rotterdam betrokken wordt.” Maar de beweging is de andere kant op: de boksbond heeft meer geld gekregen van de koepel, en denkt aan het concentreren van de damesprogramma’s in Papendal.

De status van CTO brengt ook extra verantwoordelijkheden met zich mee. De regio wordt verantwoordelijk voor de instroom van jong talent van de sportbonden. Die moeten door goede faciliteiten en begeleiding naar de nationale top worden geleid, schrijft NOC NSF.