Opinie

Zonder licht

Ik heb er mijn missie van gemaakt om als automobilist fietsers aan te spreken die in het donker zonder licht rijden. Meestal ga ik naast ze rijden, doe mijn raampje open, blaf ze iets toe („ik zie je niet!/ levensgevaarlijk!/wil je dood ofzo?!”) en in een slechte bui wijs ik daarbij ook nog eens naar mijn voorhoofd.

Hipsters op racefietsen, moeders met kleine kinderen achterop, pubers onderweg naar school, het lijkt wel alsof niemand in deze stad tegenwoordig nog fatsoenlijk licht op zijn fiets heeft.

Afgelopen maandagavond ging het bijna mis op een slecht verlichte rotonde op de Beukelsdijk. Ineens had ik een ventje voor mijn wielen. Hij was een jaar of 9, had een grote sporttas op zijn rug en fietste op een veel te kleine mountainbike zonder verlichting. Ik stond bovenop mijn remmen, het ventje schrok, maar trapte vervolgens gewoon door. Een paar honderd meter verderop heb ik hem klemgereden. Ik vroeg hem om het telefoonnummer van zijn vader of moeder, zodat ik ze kon bellen om te vertellen dat ze hun kind zo de straat niet op kunnen sturen. Wist hij niet uit zijn hoofd, zei hij. Hij kwam van voetbaltraining en was onderweg naar huis. „Zeg maar tegen je ouders dat ze zich beter druk kunnen maken over je fietsverlichting dan over dat mogelijk kankerverwekkende kunstgrasveld waar je op voetbalt!” zei ik tegen hem. De jongen begreep er vast helemaal niks van, maar knikte beleefd en fietste - op mijn aandringen - verder over de stoep.

Eerder deze week ging ik met mijn 22-jarige zoon naar de film Tonio, over de zoon van schrijver A. F. Th. van der Heijden die op zijn 21-ste werd doodgereden in de Amsterdamse binnenstad. Niet echt een film voor een gezellig avondje uit met je moeder, maar mijn zoon was ooit bevriend met hoofdrolspeler Chris Peters (Tonio) en ik was vooral benieuwd of de film me net zo zou raken als het hartverscheurende boek. Tonio werd na een avondje stappen door een auto geschept toen hij met zijn fiets de weg over wilde steken. Waarom ze elkaar over het hoofd zagen, is nooit helemaal duidelijk geworden, maar in zijn jaszak werden later zijn losse fietslampjes gevonden.

Halverwege de film legde ik mijn hand op de knie van mijn zoon. Met de mouw van zijn jas probeerde hij zo onopvallend mogelijk de tranen van zijn gezicht te vegen. Na afloop liepen we zwijgend naar buiten. „Ik ga nog even de stad in”, zei hij kortaf en gaf me een vluchtige kus op mijn wang. Eenmaal alleen moest ik in de auto opeens onbedaarlijk huilen. Tussen mijn tranen door zag ik intussen mijn zoon over de Erasmusbrug fietsen. Zonder licht, natuurlijk.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.