Wassila Hachchi: ‘Hoe langer ik in de politiek zat, hoe meer ik mezelf verloor.’

Foto ANP / Bart Maat

Een klein jaar na haar plotselinge vertrek uit de Tweede Kamer laat Wassila Hachchi weer van zich horen. Het voormalige D66-Kamerlid publiceerde donderdag een gratis te downloaden e-book over haar verhuizing in januari 2016 naar de VS om mee te werken aan de campagne van presidentskandidate Hillary Clinton.

In het boek, Listen Think Speak, beschrijft de 36-jarige Hachchi dat ze al een tijd onzeker over haar leven was en doodongelukkig in het parlement. Al begin 2015 had ze al besloten om uit de politiek te stappen – ze was Kamerlid sinds 2010. „Hoe langer ik in de politiek zat, hoe meer ik mezelf verloor.”

Ze verloor ook het vertrouwen in de politiek, vooral door de in haar ogen bekrompen manier waarop de Nederlandse politiek sprak over sociale kwesties, zoals die rond radicaliserende Moslimjongeren. „De enige oplossing”, die ze hoorde was „het afpakken van hun paspoorten of te zeggen dat ze maar in Syrië moesten sterven”. Ze miste het besef dat het om Nederlandse jongeren ging, „onze jongeren”, kinderen van immigranten of zelfs geboren Nederlanders. Hachchi, geboren in Rotterdam, heeft Marokkaanse wortels.

Lees ook het opiniestuk dat socioloog Eric Hendriks schreef over de afscheidsbrief van Hachchi: Wassila Hachchi, kom met een volwassen brief, je bent geen 14

Pas nadat ze op 7 januari 2016 tijdens het hardlopen een gevecht met een agressieve hond had overleefd, besloot ze haar „roeping” te volgen. Tegenwoordig werkt ze voor een door haar zelf opgerichte stichting die sociale verandering wil stimuleren. Het zou nog twee weken duren voor ze haar vertrek zonder veel toelichting bekend zou maken – tot stomme verbazing van haar D66-fractie. Veel mensen twijfelden aan haar claim dat ze voor Clinton ging werken. In Brooklyn, op het hoofdkwartier van Hillary, werd ze naar eigen zeggen met open armen ontvangen. „Ik was erg teleurgesteld over en boos op de Nederlandse media die een negatieve schaduw over mijn betrokkenheid bij de campagne hadden gelegd.” (NRC)