Vooral eurosceptische partijen misbruiken Brusselse subsidie

Subsidiefraude

Vooral Eurosceptische partijen blijken Europese gelden oneigenlijk te gebruiken. „De controle moet veel strenger.”

‘Brussel’ als subsidiepot waar schaamteloos uit wordt gegraaid. Dat beeld van de Europese Unie roepen anti-Europese partijen maar al te graag op. Maar uit een reeks affaires blijkt dat zijzélf de kluit belazeren. Het Britse UKIP, Front National, Solidarna Polska en andere partijen draaien niet alleen enthousiast mee in de Europese subsidiemolen, maar zij schenden daarbij aan de lopende band de regels.

Recentelijk onthulden NRC en onderzoekssite Apache dat twee aan UKIP gelieerde stichtingen in 2015 op dubieuze gronden 2 miljoen euro aan EU-subsidies kregen, nadat eerder al was gebleken dat het geld in veel gevallen in strijd met de regels was uitgegeven, aan nationale verkiezingen en referenda. Tegen het Front National, dat met EU-geld assistenten inhuurde die werkten voor de nationale partij, loopt nog een onderzoek. En deze week onthulde Newsweek Polska hoe de partij Solidarna Polska met EU-geld illegaal een nationale partijconventie financierde in Kraków.

Het leidde woensdag tot een eerste reeks maatregelen vanuit het Europees Parlement. De facto komen die erop neer dat de subsidiestroom naar de UKIP-stichtingen voorlopig wordt stopgezet, een forse aderlating voor een partij die voortdurend in geldnood verkeert. Bovendien vindt het Europarlement dat anti-fraudebureau OLAF de zaak moet onderzoeken, want behalve heel gewiekst is er mogelijk ook simpelweg illegaal gehandeld.

Europarlementariër Dennis de Jong (SP), lid van de begrotingscontrolecommissie, verwelkomt de stappen. „Goed dat dit boven tafel is gekomen.” Maar hij vindt dat andere politieke stichtingen, van alle fracties in het Europarlement, nu óók moeten worden doorgelicht. „De controle moet beter.” Als het goed is, gebeurt dat al vanaf januari. Dan wordt nieuwe regelgeving van kracht waarin strengere eisen worden gesteld aan pan-Europese stichtingen. Ook wordt de controle, nu nog een intern-parlementaire aangelegenheid, overgenomen door een aparte, onafhankelijke autoriteit.

De huidige wetgeving rondom Europese partijfinanciering stamt uit 2003 en kwam vooral voort uit de wens van grote fracties in het Europarlement, zoals de christendemocraten en sociaaldemocraten, om zich Europees te kunnen profileren, onder de paraplu van een waarlijk pan-Europese partij en aanverwante denktanks en wetenschappelijke bureau’s, deels gefinancierd uit EU-middelen. Het systeem, vonden zij, mocht echter niet al te toegankelijk zijn - dat zou maar politieke ‘avonturiers’ aantrekken, niet uit op het cultiveren van pan-Europese organisaties, maar op het binnenhalen van subsidies.

Lidstaten zagen hierin echter een verkapte poging om kleinere partijen uit te sluiten. Zij waren ook bezorgd over het ontstaan van te machtige Europese partijen, die de nationale zouden overvleugelen. En dus werd de Europese partijfinanciering uiteindelijk laagdrempelig gehouden. Wilfried Martens, jarenlang leider van de Europese christendemocraten (EVP), voorzag in al 2007 dat het systeem problemen zou opleveren. „De nieuwe regulering dreigt het slachtoffer te worden van het eigen succes”, zei de in 2013 overleden Belgische oud-premier. Profetische woorden.

Wie subsidie wil voor een eigen pan-Europese partij of stichting moet 15 procent eigen kapitaal meebrengen. Uit het onderzoek van NRC en Apache kwam naar voren dat deze eis tot perverse praktijken leidt. Veel donateurs aan de UKIP-stichtingen bleken voor hun gift een tegenprestatie te hebben gekregen, zoals contracten of andere opdrachten, of gewoon subsidie. Een patroon dat vooralsnog vooral bij anti-Europese partijen opduikt, en niet bij grote ‘mainstream’ partijen.

Europarlementariër Bart Staes (Groenen) heeft daar een verklaring voor. De oudere partijen, zegt hij, zijn goed vertegenwoordigd in eigen land. Ze hebben leden die contributie betalen en een doorwrochte partijstructuur. „Bij eurosceptische partijen ontbreekt dat vaak.” Het Front National heeft moeite om in Frankrijk financiering te vinden, en zag zich naar eigen zeggen zelfs genoodzaakt om bij een Russische bank aan te kloppen. UKIP is in eigen land amper vertegenwoordigd, door het complexe kiesstelsel. Dat zulke partijen in Brussel pan-Europese stichtingen en partijen oprichten is „omwille van het systeem van EU-subsidies”, zegt Staes. Ze zijn, paradoxaal genoeg, afhankelijk van de vetpotten waar ze tegen tekeer gaan.

Ook Staes eist „totale transparantie”, ook van de grote Europese fracties, al denkt hij niet dat daar veel misstanden zullen opduiken. Dat neemt niet weg dat hij flink opkijkt van sommige donaties die door zijn christendemocratische collega’s worden geaccepteerd. The Walt Disney Company, Google Belgium, UPS Europe, Uber en AT&T - al deze bedrijven doneerden in 2015 elk 12.000 euro. Staes: „Amerikaanse praktijken, waarbij altijd het risico bestaat dat je spreekbuis van die bedrijven wordt.” De giften gingen naar een aan de EVP gelieerde denktank: het Wilfried Martens Centre for European Studies.