Toon voor beginners

Toon Hermans was ‘de man die je ouders leuk vonden’. Maar ook moderne cabaretliefhebbers kunnen genieten van zijn grappen. Een basiscursus Toon in tien filmpjes.

Toon Hermans in 1980 Foto Kippa / ANP

Toon Hermans heeft vele mooie conferences en liedjes gemaakt, die zijn terug te vinden in zijn elf One Man Shows. Dit is een selectie van hoogtepunten: een niet heel omstreden rijtje klassiekers. Het zijn de nummers waaruit blijkt dat Toon een modern en experimenteel cabaretier was, met een groot talent voor abstracte, absurdistische humor.

De stoel van mijn zus (1958)

In dit absurdistische nummer is de veelgeroemde timing van Toon Hermans goed te zien. Bedenk daarbij dat wij de shows kennen van tv-opnames en dat Toon het programma dan al honderden keren had gespeeld.

In 1958 vertelt hij dat het de driehonderdste keer is dat ze het programma spelen. En grapt dan: ‘En na driehonderd keer wordt het voor ons ook… interessant.’
In dit nummer, de favoriet van Freek de Jonge, ligt alles samengebald wat Toon een clown maakte. Doorslaggevend is dat hij maar blijft praten, in alle rust, en dat hij in volle overtuiging de ernst van zijn presentatie minutenlang volhoudt. In 1974 speelt hij een variant op dit nummer: Stoeien met het gordijn. Zie hieronder in de lijst.

Voorzitter van ‘Ons genoegen’ (1980)

Abstracte humor, die nergens over ging, was het ideaal van Toon. Deze absurdistische act benadert dat ideaal. Het voorlezen van rijen namen is zo dwaas dat het op de lachspieren werkt.

Toon houdt bij deze opname zijn voordracht lang strak vol, maar moet toch lachen als hij zegt: ‘Dan vergissen ze zich…’ en iemand
uit de zaal de zin voor hem afmaakt en ‘Mooi!’ roept. Hij voltooit daarna alsnog zelf de zin met: ‘Lelijk!’

Snieklaas (1974)

Het beste voorbeeld van het chagrijn waarmee Toon hilariteit kon opwekken. Hij vind Sint en Piet maar ‘een dom koppel’. Maar eigenlijk gaat dit nummer over de armoede waarin Toon opgroeide in Sittard. Wie meer wil weten over de armoedeval die het gezin Hermans meemaakte nadat Toons vader zijn baan als bankdirecteur was kwijtgeraakt, moet de uitstekende biografie van Jacques Klöters lezen. De biograaf beschrijft op voorbeeldige wijze leven en werk van Toon.

Tennissen (1980)

Nog nooit vertoond op een podium: wachten tot iemand iets komt brengen. Toon Hermans zei hierover: ‘Het vergde intense concentratie, maar de zaal lachte onbedaarlijk en voor mijzelf was het een uitdaging om de tijdsduur van deze woordloze act op te voeren.’ Hij wist het te rekken tot anderhalve minuut niets zeggen.

De doif is dood (1967)

Dit is een nog altijd actuele parodie op de auditie en de talentenjacht. Bij de nerveuze goochelaar Charles Hartmann gaat alles mis, maar Jack Bemelmans, de producer die hem toespreekt via de intercom, kent geen genade. Dat vergroot de tragiek van de goochelaar alleen maar.

Wat ruist er door het struikgewas (1980)

Dit is een variant op het nummer met de goochelaar en de duif: weer een auditie bij Jack Bemelmans. Nu van een gitarist met linten aan zijn gitaar. De stem werd niet meer ingesproken door Dick Binnendijk, maar door de zoon van Toon, Maurice Hermans.

Lente me (1993)

Rietje, de vrouw van Toon, was zijn leven lang zijn steunpilaar en klankbord. Zij overleed in 1990. De onemanshow in 1993 ging grotendeels over de liefde die hij voor haar voelde. Dit nummer was geïnspireerd door ‘Summer me’ van Frank Sinatra, een idool van Toon. Zo zijn er wel meer liedjes waarin hij tekstueel of muzikaal op Sinatra leunde (‘Ik krijg een kick als ik je zie’).

De grammaticale vervorming van ‘Lente me, zomer me, september me, winter me’ roept ook het recente ‘Dat ik je mis’ van Maike Ouboter in herinnering (‘Je ademt en leeft me, siddert en beeft me’)

Stoeien met het gordijn (1974)

Dit nummer is een even absurdistische variant op ‘De stoel van mijn zus’ uit 1958. Eindeloos emmert Toon over de plooien in het toneelgordijn tot hij een gat vindt. Hij houdt het doek omhoog, al is er niks te zien achter dit ‘doorkijkje’: ‘Kijkt u maar even rustig op uw gemak.’

De ornitholoog (1980)

Dit nummer eindigt met de vogelkenner die het geluid van de Poelifinario nadoet. De naam van die verzonnen vogel werd ook de naam voor de belangrijkste cabaretprijs: de VSCD-prijs voor beste cabaretvoorstelling van het jaar. Cabaretduo De Partizanen stelt een nieuwe naam voor.

Perzik eten (uit het nummer High Society, 1965)

De cabaretiers Van der Laan en Woe prijzen dit nummer. Ze zeggen: ‘Een van de belangrijkste lessen in acteren komt van Toon. Hij had een act waarin hij mimede dat hij knoeiend een perzik at en helemaal onder kwam te zitten. De zaal gierde. Op de vraag hoe hij dat toch zo geniaal kon spelen, was zijn antwoord: ik denk dat ik een perzik eet.’