Toon is 100

Op 17 december is het honderd jaar geleden dat Toon Hermans werd geboren. Zestien jaar na zijn dood wordt de cabaretier uitgebreid herdacht. Veel van wat Toon maakte, is nog altijd actueel.

Toon, circa 1975 Foto´s ANP en Hollandse Hoogte

De fijnste ontdekking die je doet als je het werk van Toon Hermans gaat bekijken, is dat hij ook een buitengewoon modern cabaretier was. Veelzeggend in dat opzicht is zijn act met het tennisracket, uit de One Man Show van 1980. Toon vertelt dat hij tennist en draagt toneelmeester Johnny op om een racket en bal uit zijn auto te halen. Die keert snel terug om de sleutel te vragen. Dan begint het wachten. Toon kuiert om de microfoonstandaard heen. Staat stil en kijkt in de verte, handen in de zakken. Van zijn ontspannen gezicht valt niks af te lezen. Het publiek giert het uit, maar hij negeert kalm het geluid. Hij wacht en laat iedereen wachten.

De eerste keer dat ik het fragment zag, wilde ik gillend door de kamer rennen. Wat doet-ie nou? Dezelfde spanning en opwinding over het ongewisse waarin Toon iedereen liet, was voelbaar in de zaal aan de aanhoudende lach. Anderhalve minuut kijken naar wachten duurt lang.

Dan zegt Toon: „Komt zo.” Fluit een deuntje en zegt dat het van een nieuw liedje is: „Als ik straks tijd heb, zal ik het voor u zingen.” En kuiert weer verder. Dan keert Johnny terug, na tweeënhalve minuut.

Waarom is Toon Hermans zo grappig? Bekijk zijn tien beste grappen: Toon voor beginners

Het is alsof je Mondriaan zijn eerste abstracte schilderij ziet maken. Toon brak in dat nummer met de code dat er op het podium steeds iets moet gebeuren, want hij begreep dat de verrassing van het nietsdoen even goed dwaas genoeg was voor een lach.

Geboren in 1916

‘Tennissen’ behoort tot de klassiekers van Toon Hermans die deze maand veel gememoreerd gaan worden. Op 17 december is het honderd jaar geleden dat Hermans in Sittard werd geboren en dus wordt hij deze maand, zestien jaar na zijn dood, uitgebreid herdacht: met onder meer een feestelijke avond in Carré en een serie tv- en radioprogramma’s over zijn leven en werk.

Voor wie zelf op zoek wil naar wat Toon heeft gemaakt, en iets wil begrijpen van de verering en liefde die Toon ten deel viel, is er een dvd-box met elf One Man Shows. Die speelde Toon vanaf 1958 tot en met 1997. Als je behoort tot een generatie die Toon negeerde omdat hij de man was die je ouders leuk vonden, dan is er heel wat om je over te verbazen. De shows openbaren wat voor grandioze wegbereider van het cabaret Toon was.

Er is wel een ‘maar’ voor wie de elf shows wil bingen: een show duurt al gauw drie uur. Dat is niet iets van vroeger, want dat vonden ze in 1958 ook al te lang. De critici klaagden erover in de kranten dat Toon van geen ophouden wist.

‘De stoel van mijn zus’

Een vroeg hoogtepunt en een tijdloze act is ‘De stoel van mijn zus’ uit die show van 1958. Eerst vertelt Toon dat zijn zus drie uur op de stoel heeft gezeten, en hoe ze zat. Hij heeft de stoel al beet, maar vraagt het publiek toch: „Zal ik het u laten zien?” Hij tilt de stoel op en toont het zitvlak, wrijft over de stof. „Hier heeft ze gezeten. Ik vind het leuk dat ik het u nu eens kan laten zien.” En dan loopt hij ermee heen en weer over de hele breedte van het podium. Houdt de stoel ook omhoog, voor het balkon. „Voor mij een kleine moeite om hem even zo te houden. Kijkt u maar rustig, we hebben tijd zat.” Wijst dan op de rugleuning en wrijft erover. „Hier hoeft u niet te kijken. U mag wel kijken, maar daar heeft ze niet gezeten.” En dan loopt hij weer van links naar rechts en terug om te laten zien waar ze niet heeft gezeten.

Het is een grootse, absurdistische act, waarin alles wat Toon een clown maakt, ligt samengebald. Doorslaggevend is dat hij in alle rust en in alle ernst zijn presentatie minutenlang doorvoert. In 1974 speelt hij een even indrukwekkende variant op dit nummer, als hij eindeloos emmert over de plooien in het toneelgordijn en dan een gat vindt. Hij houdt het doek omhoog, al is er niks te zien achter dit ‘doorkijkje’. Zegt dan: „Kijkt u maar even rustig op uw gemak.” Hij verdwijnt ook even zelf door de opening en steekt dan alleen zijn hoofd door het gordijn, als een ouder die kiekeboe speelt: „Ik ben niet echt weg.”

De doif is dood

Van zulke variaties of herhalingen had Toon er meer. In 1958 vertelt hij over verkopers die onverstaanbaar hun waar aanprijzen, zoals de man in het stadion: „Euveinekoekeweh.” Gevulde koeken. Toon: „Ik heb er vier moeten kopen voor ik begreep wat het was.” Die vertelt hij in 1978 weer, maar beter, want hij zegt erbij dat de verkopers weten dat omstanders nieuwsgierig worden naar wat er wordt aangeboden. De nieuwsgierigheid die het onverstaanbare opwekt, gebruikt hij dan al in andere nummers, zoals in de show van 1974, waarin hij in ‘Vakantie in Frankrijk’ ruim een minuut onverstaanbare klanken uitstoot over mevrouw De Boer. Het bewonderenswaardige is dat hij, net als bij veel andere nummers, zijn act niet afbreekt als hij een lach scoort. Als na 45 seconden het publiek applaus geeft, ratelt Toon nog een halve minuut onverstoorbaar door. Die neiging om de act tot het uiterste op te rekken, tekent zijn kunstenaarschap. Het maakt hem ook een moderne cabaretier.

Toon maakte veel moois, maar de lijst absolute hoogtepunten is niet omstreden. Klassiek is de auditie van de falende Duits-Nederlandse goochelaar Charles Hartman, die graag op tv wil komen. Die parodie op de talentenjacht uit de show van 1967 is nog altijd actueel. Alles gaat mis bij de man, die vanuit ‘boven’ in het theater, over de intercom zakelijk wordt toegesproken. Aan het slot pakt hij voor een truc zijn duif uit een kistje, maar die heeft het loodje gelegd. „De doif is dood”, zegt Toon sip en dat is even geestig als treurig.

Ook deze parodie heeft een pendant, in de show van 1980 (de beste die hij heeft gemaakt). Daarin speelt hij een nerveuze gitarist, die eveneens kort wordt gehouden door de man vanuit een denkbeeldig hok in de nok. Na de regel „Wat ruist er door het struikgewas?” komt hij niet op de tweede regel van zijn lied. Dus herhaalt hij hem ettelijke keren, in de hoop dat hij het zich herinnert. Hilarisch. Nooit zullen we weten wat er ruist door het struikgewas.

Seksgrappen

Net als hedendaagse cabaretiers oliede Toon zijn shows met seksgrappen. Maar bij hem waren die in hoge mate impliciet. In 1958 vertelt hij dat hij in Cannes Marilyn Monroe en Gina Lollobrigida samen aan een tafel zag zitten. „Voor het eerst dat ik de grote vier bij elkaar zag.” Bij dat „gewaagde mopje” proest hij zelf mee en slaat de hand voor de mond, alsof hij iets stouts heeft gezegd. Hij spreekt zichzelf toe dat het hierbij moet blijven. „Want je weet hoe de mensen zijn. Hier lachen ze erom, maar straks buiten zeggen ze: ‘Het is toch een viezerik’.”

Veel van wat Toon aan gedateerds doet, van dik aangezette woordspelingen en dubbelzinnigheden tot aan religieus-blije versjes en liedjes, is nog best te verteren. Ook omdat er genoeg moois in schuilt, zoals in een onverwacht parelend rijmpje als ‘Kuieren is het verticale luieren’ en een ontroerend liedje voor zijn overleden vrouw Rietje: ‘Lente me, zomer me, september me, winter me’ – geïnspireerd door ‘Summer me’ van zijn idool Frank Sinatra. Maar dat wat-zeg-ik-nou-voor-stoutshandgebaar is Toon op zijn tuttigst. In 1980 – de punk heeft de muziekwereld op zijn kop gezet – zingt Toon zijn ‘Tango van het blote kontje’. En slaat bij dat ‘subversieve’ lied vier maal de hand voor de mond.

Tegelijk kun je redeneren dat het gebaar symbool staat voor zijn gespletenheid: de grensverleggende artiest versus de behaagzieke volkskomiek. De angst voor wat de mensen zouden zeggen zat diep: elke absurdistische act gaat vergezeld van de verontschuldiging dat het allemaal maar flauwekul is. Toon beklemtoonde graag dat hij van „de kleine kunst” was. Had hij maar meer vertrouwd op wat de mensen even goed hadden kunnen zeggen: die Toon heeft ook altijd iets nieuws.

Toon 100 jaar, met Freek de Jonge, Wende, Paul van Vliet. Carré, 12/12.
100 jaar Toon Hermans, 15/12, NPO 2, 21.10u.