Thialf hoort weer bij de wereldtop

Na een harde strijd om de aanbesteding en een zeer ingrijpende verbouwing hoort schaatstempel Thialf weer bij de wereldtop.

Het vernieuwde Thialf. Kees van de Veen

Zelfs Sven Kramer, kind van Thialf, was er klaar mee. Directeur Willem Jan van Elsacker gruwelt nog bij de gedachte aan die donkere dagen van 2012. „Sven riep: ‘steek de fik er maar in’. Thialf was koud en donker, de energie vloog aan alle kanten het gebouw uit. De energierekening liep op tot meer dan een miljoen euro per jaar, ijsmachines maakten vonken tot aan het plafond. Zo gammel was de boel hier. Het kon zo niet verder.”

Nog geen drie jaar later is de koude, donkere schaatsschuur omgetoverd tot een van de mooiste ijspaleizen ter wereld. Bij de wereldbekerwedstrijden van dit weekeinde ontbreekt het de schaatsers aan niets. Vanuit de kleedkamer per lift naar de nieuwe tweede ring, naar een luxueuze lounge of warming-up ruimte, met prachtig zicht op de baan. Toptechnologie in de ijsvloer en drie gescheiden luchtstromen moeten het ‘vernieuwbouwde’ Thialf maken tot de snelste laaglandbaan ter wereld. Een modern stadion voor het publiek, comfortabel verwarmd en met gefilterd buitenlicht. „We zijn in 2013 begonnen met een filmpje om Thialf op één lijn te zetten met Madison Square Garden en Wimbledon”, zegt Van Elsacker. „Wij willen het schaatshart van de wereld zijn.”

Niet zonder slag of stoot

Zonder slag of stoot ging de metamorfose in Heerenveen niet. In het verleden dreigde al twee keer een faillissement van de in 1986 opgeleverde ijshal. In 2012 leek de ondergang dichterbij dan ooit. „Het oude model”, analyseert Van Elsacker. „Essent en Aegon waren de sponsoren van het schaatsen en de ISU (internationale schaatsunie). De ISU gaf de grote wedstrijden aan Nederland. Er was maar één plek die daarvoor in aanmerking kwam: Thialf, het stadion dat mede-eigendom was van sponsor Essent. De KNSB (Nederlandse bond) zat klem en kon geen kant op. Deze situatie heeft een paar jaar te lang geduurd.”

Niemand wilde investeren

Thialf was hopeloos verouderd, nieuwbouw voor 100 miljoen euro bleek onhaalbaar. „Essent wilde niet investeren, minister Schippers (VWS) kwam niet over de brug en ook de provincie aanvankelijk niet.” Zoetermeer en Almere roken hun kans en kwamen met plannen voor een nieuw nationaal ijsstadion. „De KNSB vond al jarenlang dat Thialf te weinig kwaliteit voor het geld bood. Ze wilden graag een tweede Thialf, liefst in de Randstad.” Sportkoepel NOC*NSF wilde ‘medaillefabriek schaatsen’ dicht bij Amsterdam, in combinatie met een Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO). Dat zou ten koste gaan van Heerenveen. „Pas toen zag je de noordelijke politiek in opstand komen.“

De Friezen kwamen als eerste met geld

Van Elsacker, bestuurlijk zwaargewicht met een financiële en civiel-technische achtergrond, wordt eind 2012 door de Provincie Friesland gevraagd een plan te maken voor Thialf. „Voor 50 miljoen euro en geen cent meer.” Bijna tegelijkertijd schreef de KNSB een tender uit, een ‘beauty contest’ tussen Almere, Zoetermeer of Heerenveen. Was Thialf kansloos tegen de op papier veel hogere budgetten van de concurrentie? „Wij hebben nooit getwijfeld. De Friezen hebben het gedurfd om als eerste zoveel geld beschikbaar te stellen. Ook vanuit de emotie, voor het schaatsen. Dat zit hier diep. Ons gevoel was: kom maar op!”

De eer ging naar Almere…

Groot was de Friese volkswoede toen de KNSB-directie in eerste instantie toch koos voor Almere, dat schermde met gratis ‘trainingsuren’ voor de bond en in ruil alle internationale wedstrijden zou krijgen. Van Elsacker snapte er niets van. „Ik kende hun businessmodel, daar was slordig mee gestrooid. Hoe kan dit in godesnaam zonder overheidsgeld, vroegen wij ons af.” Als Almere de lucratieve schaatstoernooien zou krijgen, was het gedaan met Thialf. De strijd escaleerde. „In de zomer van 2013 sleepten wij samen met Zoetermeer onze grootste klant, de KNSB, voor de rechter. Voordat je zoiets doet, is het goed mis.”

…maar dat plan ‘zakte in elkaar’

Bij alle boosheid bleef de dadendrang in Heerenveen ongebroken. „De eerste drie maanden van 2013 hebben wij ons plan gemaakt en besluitvorming gekregen van het college en in de zomer van Provinciale Staten. Eigenlijk was een dag later de Europese aanbesteding. Daarna is het snel gegaan. Almere is zelf in elkaar gezakt. Toen hoefde het hier alleen nog maar op tijd en binnen het budget. Dat is mijn klusje geweest.”

Risico’s met de aanbesteding

Als directeur vastgoed bleef Van Elsacker naar buiten toe in de schaduw van collega-directeur Eelco Derks, die over de exploitatie ging. Intern speelde hij een cruciale rol bij het contract met Ballast Nedam in 2014. „Je moet durven tekenen met een aannemer die toen heel erg kwetsbaar was. Als zij omvallen, ligt het één of twee jaar stil en is Thialf weg. De overheid houdt niet van risico’s. Maar je moet door. In die fase heb ik mijn kop ervoor gegooid. Mensen vertrouwen je dan toch voldoende om te zeggen: als hij loopt, gaan wij er achteraan.”

Binnen een jaar op groene energie

Trots, daar gunnen Van Elsacker en zijn mensen zich in de aanloop naar de wereldbeker geen tijd voor. Eerst moeten de laatste details af. Maar toch, met een bijna twee keer zo grote hal zijn de energiekosten gedaald tot 250.000 euro. „Het verbruik in kilowatturen is gehalveerd.” De vernieuwde ijstempel is duurzaam. „Binnen een paar jaar draaien we zonder gebruik van fossiele brandstoffen.” En in eigen land is geen concurrentie om de grote wedstrijden. „Die blijven cruciaal voor de exploitatie. Als ze elders een hal met meer dan 5.000 stoeltjes gaan neerzetten, moeten wij oppassen. Dan ga je toch weer de armoe verdelen.”

Zonder de overheid was het niet gelukt

Voor een gezonde toekomst is meer nodig dan alleen topschaatsen, stelt Van Elsacker, die in maart afscheid neemt als directeur. „Je hebt steeds leven in de tent nodig.” Van ijsspeedway tot schoolschaatsen voor 240 scholen. Maar dan nog. „Zonder overheidssteun krijg je een ijsbaan nooit rendabel. Wij konden alleen dankzij subsidie van de overheid opknappen. De gedachte dat de markt het gaat doen, die via Zoetermeer en Almere leek door te dringen, is volgens mij een vergissing geweest. Dat moeten we beseffen en omarmen.”