Cultuur

Interview

Interview

‘Samenlevingen die ongelijker worden, krijgen problemen’

Peter Frankopan Europa is lang innig verbonden met het Midden-Oosten en Azië. In De zijderoutes kijkt historicus Frankopan terug, maar ook vooruit.

Het begon allemaal met een wereldkaart op de muur in zijn slaapkamer. Het ergerde de jonge Peter Frankopan dat hij op school vooral dingen leerde over West-Europa en de VS. De rest van de wereld was ‘in de verdrukking en de vergetelheid geraakt door de al te grote nadruk die werd gelegd op de opkomst van Europa’, zoals de historicus uit Oxford in het voorwoord van zijn boek De zijderoutes schrijft. „Interessant is dat mijn kinderen nog precies hetzelfde leren als ik toen”, zegt hij tijdens een gesprek in het Amsterdamse Ambassadehotel. „Nog steeds onderwijzen we onze kinderen in Groot-Brittannië over de slag bij Hastings, Hendrik VIII, de Wereldoorlogen, et cetera. Ik begrijp dat we eerst naar onze eigen omgeving kijken, maar het lijkt me naïef, zo niet roekeloos om kinderen, politieke leiders en zakenlui niet beter voor te bereiden op die veranderde wereld.”

Die wereldvreemdheid van West-Europeanen begint volgens Frankopan al bij Oost-Europa. „Als je mensen vraagt naar de belangrijkste culturele figuren in Polen, Hongarije of Bulgarije, staan de meesten met de mond vol tanden. Maar de banden met Oost-Europa en met al die andere vergeten gebieden zijn en waren er wel. Daar probeer ik meer licht op te werpen.”

Historisch staan wij nog maar een stap van de twintigste eeuw vandaan waarin er juist in Europa op een onvoorstelbare schaal bloed vloeide.

Hoewel Frankopan met zijn 45 jaar een betrekkelijk jonge historicus is, ondernam hij een ambitieuze poging om in kaart te brengen hoe Europa al sinds de vroegste tijden innig verbonden is met het Midden-Oosten, Centraal-Azië, Zuid- en Oost-Azië. En hoe het lang achterlijke Europa door de eeuwen heen immens heeft geprofiteerd van de economische, culturele en wetenschappelijke impulsen die deze contacten voortbrachten.

Ten onrechte nemen Europeanen vaak aan dat ze mede door hun christelijke geloof superieur zijn aan anderen in de wereld. „Wij kijken nu naar Syrië, Irak en Afghanistan,” zegt Frankopan, „en denken dat deze mensen op de een of andere manier anders zijn dan wij, gewelddadiger en meer geneigd tot instabiliteit. Daarom kunnen we ze maar beter buiten de deur houden, is het idee. Maar historisch staan wij nog maar een stap van de twintigste eeuw vandaan waarin er juist in Europa op een onvoorstelbare schaal bloed vloeide. We moeten onszelf niet wijsmaken dat zo’n uitbraak van onverdraagzaamheid en geweld bij ons niet meer zou kunnen plaatsvinden.”

Frankopans ideeën over de verwevenheid van Europa met Azië zijn uitgemond in een lijvig, vlot geschreven boek. Het getuigt van een enorme belezenheid, mede omdat de auteur ook het Russisch en Arabisch beheerst.

U wijst er op dat het christendom in Azië lang sterker was dan in Europa.

„Tot ongeveer 1400 leefden er meer christenen in Azië dan in Europa. Dat doet de vraag rijzen waarom Aziaten ontvankelijker waren voor het concept van verlossing. Dat had te maken met boeddhisme, hindoeïsme en het jodendom. In Europa stond men daar minder open voor – tot de bekering van keizer Constantijn in 330 n.Chr. Nu zien velen Europa als een christelijk continent en Azië als een continent voor islam, hindoeïsme en boeddhisme. Maar duizend jaar geleden was dat niet zo vanzelfsprekend.”

Veel christenen zullen toch verbaasd zijn dat de islam in het begin lange tijd tolerant was?

„Ook voor veel moslims zal dat, denk ik, als een verrassing komen. De geschiedenis wordt wel vaker herschreven door latere generaties.”

Kunt u een onderbelicht voorbeeld noemen van die weldadige invloed op Europa van elders?

„De rol van zilver uit de islamitische wereld bij de wederopbouw van de Europese economie ongeveer duizend jaar geleden is een mooi voorbeeld. De neergang in Europa na de val van Rome was spectaculair. De geletterdheid zakte in. Het niveau van de metaalbewerking viel op veel plaatsen terug tot dat van de neolithische periode. Mensen woonden niet langer in stenen huizen maar in houten woningen, waarvoor minder vakmanschap is vereist. Europa kwam in de loop van die zogenoemde ‘donkere Middeleeuwen’ pas weer wat op door een periode van expansie zowel in de islamitische wereld – van Spanje via Noord-Afrika tot aan de Himalaya – als ook China onder de Tang-dynastie. In die gebieden werden behalve goederen ook nieuwe ideeën uitgewisseld.”

Europa, dat toen de wereld beheerste, heeft nu alleen nog maar invloed, geen macht.

Wat had dat achterlijke Europa die verfijnde wereld te bieden?

„Weinig. Afgezien van wat zwaarden en amber eigenlijk alleen slaven, in groten getale. Er ontstonden slavenmarkten in Marseille, Verdun, Dorestad, Venetië en Kiev. Hoe omvangrijk die handel was blijkt uit de tienduizenden zilveren munten uit de Arabische wereld die vooral in Oekraïne, Polen, Duitsland en Scandinavië zijn gevonden. Het duidt erop dat mensen op een enorme schaal werden getransporteerd, goeddeels onder controle van de Vikingen. Er moet voor tientallen miljoenen, misschien wel honderden miljoenen aan zilverstukken zijn verhandeld. Al dat zilver heeft de Europese economie helpen monetariseren. Het stimuleerde de groei van Europa en leidde later tot de opkomst van Venetië, Genua en Pisa. En dat leidde weer tot meer handel in zijde, specerijen en porselein.”

Liet dat ook in de taal sporen na?

„Slaven zijn genoemd naar de mensen uit Oost-Europa, die geen christenen waren en dus van de paus mochten worden verhandeld. In Italië groet je elkaar nog altijd met ciao maar dat komt van het plat Venetiaanse schiavo, slaaf. Het betekent dus eigenlijk niet ‘hallo’ maar ‘ik ben je slaaf, om je te dienen’. In Oostenrijk en Duitsland was het tot voor kort gebruikelijk om elkaar te groeten met servus, het Latijnse woord voor slaaf.”

U suggereert in uw boek dat meer zelfvertrouwen en openheid jegens de buitenwereld tot meer welvaart leidden, zowel in Europa als daarbuiten. Waar komt die openheid vandaan?

„Het is evident dat een keuze voor verdraagzaamheid en stabiliteit een fundamentele voorwaarde is om rijker te worden en gelukkiger. Stabiliteit is daarbij het geheime ingrediënt. Amsterdam is daarvan een mooi voorbeeld. Rond 1600, toen de Nederlanden geweldig begonnen te profiteren van de handel met Azië, had er heel snel een ingrijpende transformatie plaats. Mensen voelden de verplichting hun welvaart met anderen te delen. Het was niet langer goed genoeg om in een mooi huis te wonen, er moest ook een liefdadigheidsorganisatie worden opgezet voor de armen, de zieken, de kinderen. Het werd als een plicht beschouwd de ongelijkheid te verlichten. Samenlevingen die ongelijker worden krijgen problemen.”

Ziet u dat nu ook terug?

„Het is cruciaal dat mensen de kans moeten hebben de top te bereiken, als ze begaafd genoeg zijn, ongeacht hun achtergrond. De afgelopen jaren is dat zonder een geprivilegieerde achtergrond te moeilijk geworden. Brexit en de verkiezing van Donald Trump wijzen op een existentiële crisis. Je ziet zowel bij de Britten als de Amerikanen dat hun land volledig verdeeld is geraakt, waardoor de samenleving heel breekbaar wordt. Het gebeurt in een wereld waar groei minder vanzelfsprekend is. De levensstandaard komt onder druk. Er ontstaan zorgen over nieuwe technologieën. Het wordt moeilijker banen vast te houden. Dan maken mensen meer egoïstische keuzes. Begrijpelijk maar op langere termijn niet goed voor een samenleving.”

Het Westen lijkt in een relatieve neergang te zijn beland ten opzichte van Azië. Denkt u dat Azië nu weer de dominerende kracht wordt die het vroeger was?

„Dat is moeilijk te zeggen. In 1914 zat de Duitse kanselier Bethmann Hollweg in de tuin van zijn villa. De Eerste Wereldoorlog stond op het punt uit te breken. Hij zei toen tegen zijn secretaris: ‘De volgende eeuw wordt de Russische eeuw’. Hij kreeg ongelijk. Het tsarenrijk ging ten onder, net als andere keizerrijken in Europa. Nog maar een eeuw geleden had vrijwel elk Europees land een koloniaal rijk. Die zijn allemaal verdwenen. Europa, dat toen de wereld beheerste, heeft nu alleen nog maar invloed, geen macht.”

Wat ik nu in Europa zie, is niet de dood van Europa.

En de Britten?

„De Brexit is echt een symbolische daad. Een eeuw geleden was nog een kwart van de wereldbol Engels, nu is dat een beperkt gebied en straks misschien nog beperkter als Schotland en Noord-Ierland hun eigen weg gaan.”

Is Europa’s neergang daarmee onvermijdelijk?

„Wat ik nu in Europa zie, is niet de dood van Europa. De leiders kunnen die neergang betrekkelijk elegant managen. Evenmin geloof ik dat de opkomst van Azië een volstrekte zekerheid is, want mensen in Azië kunnen ook met elkaar in oorlog raken. Er is een potentieel conflict tussen Saoedi-Arabië en Iran, de betrekkingen tussen India en Pakistan, beide nucleaire mogendheden, zijn gespannen. Er zijn veel kwetsbare plekken, die tot rampen kunnen leiden.”

Lijkt China’s tijd gekomen?

„Het proces dat China nu doormaakt is van een rijk dat de wereld om zich heen aftast, net zoals de Britten, Nederlanders, Romeinen, Perzen, Ottomanen en Byzantijnen dat deden. Ze zijn bezig de vaardigheden aan te leren om zich goede ideeën van buiten eigen te maken. Daarin zit een mate van zekerheid dat hun tijd is gekomen. Maar ze tonen ook de bereidheid hun economische macht in te zetten en er voor te zorgen dat hun economie niet overkookt. Dat zijn herkenbare trekken van rijken uit het verleden die eveneens door die fase gingen.”

Aan welke voorwaarden moet een opkomend gebied voldoen?

„Er moeten genoeg natuurlijke hulpbronnen zijn, veilige voedselvoorziening en een demografische groei. Die factoren drijven de motor aan. Hier in Europa hebben we niet al te veel natuurlijke hulpbronnen. We hebben een dalende bevolking, zeker zonder immigranten. Qua voedselvoorziening, zijn we nogal kleinschalig. In Kazachstan staat een boerenbedrijf dat zo groot is als Wales. Als de VN gelijk hebben, zijn er over twintig jaar 45 steden met meer dan tien miljoen inwoners. Daarvan zullen er twee of drie in Europa liggen. De andere liggen bijna allemaal in Azië, langs de zijderoutes. Daar liggen de kansen op groei.”

Hoe belangrijk is vrijheid voor de bloei van een samenleving?

„Controle is iets waar staten altijd mee hebben geworsteld. Ook filosofen zijn daar vaak mee bezig geweest. Wanneer ben je vrij, in de verhouding tot je medeburgers of de staat? Die relatie tussen individuele burgers en de staat is iets wat ook steeds verschuift. Het is voor de staat altijd belangrijk de orde te handhaven. Ik geloof dat we in Europa in een overgangsfase verkeren. Wat betekent het om Nederlands of Brits te zijn? Welke God moet je aanbidden? Welke kleren moet je dragen? De waarheid is dat de openheid of tolerantie van elke samenleving altijd erg breekbaar is. We weten dat mensen in moeilijke tijden meer steun bij elkaar zoeken, want het gemeenschappelijk belang is dan plotseling veel belangrijker.”